Cover

Vandaag, 6 mei, “begint in München het belangrijkste proces tegen de neonazi’s in Duitsland”, schrijft Tageszeitung. Het Duitse dagblad publiceert op de voorpagina een lijst van de 10 slachtoffers (9 immigranten en een Duitser) van de extreemrechtse terroristische Nationalsozialistische Untergrund (NSU).

Vijf van de leden moeten terechtstaan voor moord. Hoofdverdachte is de 38-jairge Beate Zschäpe. “Is zij schuldig? Heeft zij de racistische moorden op negen personen beraamd? Of was zij [niet meer dan] de dekmantel van een neonazi-trio [haar twee handlangers, Uwe Mundlos en Uwe Böhnhardt pleegden in 2011 zelfmoord] en wist zij van niets?” vraagt TAZ zich af.

Het dagblad schrijft:

[Niemand zal] het proces tegen de NSU vergelijken met de processen van Neurenberg tegen de oorlogsmisdadigers van het naziregime of met het proces van Auschwitz […]. De omvang van deze processen was uniek. Toch is er een rode draad. De ‘Nationaalsocialistische Ondergrondse’ NSU maakte via zijn naam de traditie duidelijk die de groep voor ogen had. […] Anderhalf jaar na de ontbinding van de NSU is het moeilijk te begrijpen hoe het mogelijk is geweest dat in het land van nazimisdadigers een neonazistische terreurgroep meer dan een decennium lang ongestoord kon stelen, bommen kon plaatsen en tien mensen kon doden.