Cover

“Onthullingen over Franse Big Brother”, kopt Le Monde, dat een onderzoek met een bijzonder verrassende uitkomst publiceert, net nu het Amerikaanse afluisterschandaal volop aan de gang is: “al onze communicatie wordt bespioneerd”. Dat verklaart waarom “Frankrijk maar zo zwakjes protesteerde in vergelijking met de golf van verontwaardiging die door de rest van Europa trok: […] Parijs was al op de hoogte. En deed precies hetzelfde”.

Het onderzoek van de Parijse krant licht toe hoe de Franse buitenlandse inlichtingendienst, de DGSE, de “elektromagnetische signalen uit Franse computers en telefoons, systematisch opslaat, net als de gegevensstroom tussen Fransen en mensen het buitenland”.

De “jarenlange opslag van deze gigantische database” is illegaal, benadrukt Le Monde, dat daaraan nog een ander element toevoegt:

De andere inlichtingendiensten [zoals de binnenlandse inlichtingendienst en anti-fraudediensten] putten er dagelijks de gegevens uit die ze interessant vinden. In alle discretie, op het randje van wat wettelijk gezien kan, en buiten iedere serieuze vorm van toezicht om. Politici weten dat donders goed, maar geheimhouding is de norm.

En zelfs al is deze

Franse Big Brother, het kleine broertje van de Amerikaanse geheime diensten, illegaal, toch blijkt het bestaan ervan op discrete wijze uit parlementaire documenten [waarin] zelfs wordt voorgesteld de andere diensten nog meer toegang te verlenen tot de capaciteiten van de DGSE.