Cover

“Bankenunie: Duitsland trapt opnieuw op de rem”, kopt La Tribune daags na de presentie door de Europese Commissie van het tweede deel van het bankenunieproject. Dit gedeelte “bestaat uit het creëren van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme dat belast wordt met het redden of de ontmanteling van noodlijdende banken”. De krant schrijft:

Deze gemeenschappelijke afwikkelingsraad zal bestaan uit vertegenwoordigers van de ECB, Europese Commissie en van de nationale autoriteiten die over bankencrises gaan en zal “over ruime bevoegdheden beschikken om de aanpak van de afwikkeling van een bank te analyseren en te bepalen.” […] De afwikkelingsraad zal zich moeten beperken tot het formuleren van aanbevelingen. Het is de Commissie die het uiteindelijke besluit zal nemen over de uitvoering van een afwikkelingsplan.

De onlinekrant benadrukt de Duitse terughoudendheid. Het land “meent dat het voorstel van de Commissie ‘verder reikt dan [haar] bevoegdheden’ toelaten en dus veranderingen in de verdragen tot gevolg hebben. [Duitsland] vreest [tevens] dat de Duitse banken moeten gaan betalen voor buitenlandse concurrenten in problemen, of dat nu om hun redding of liquidatie gaat.”

In Berlijn meent Die Welt dat “de EU ruzie zoekt met Duitsland”. Het vat daarmee de mening samen van een Duitse regeringsvertegenwoordiger die klaagt dat Brussel “overdrijft” door “het laatste woord” te willen hebben. Daarentegen schrijft de krant in het commentaar “in principe geen aanmerkingen te hebben” op het plan van de Commissie, aangezien “iedereen weet […] dat het beter is dat alle verantwoordelijken om de tafel gaan zitten”. Die Welt uit echter wel zijn bezorgheid:

De redding van de euro heeft tot te veel tijdelijke oplossingen geleid: de overdracht van het bankentoezicht naar de Europese Centrale Bank (ECB) bijvoorbeeld. Enerzijds moet zij op een onafhankelijke manier een monetair beleid kunnen uitvoeren, anderzijds moet zij beslissingen nemen over onderwerpen waar democratische controle […] voor nodig is. Het huidige voorstel van de Commissie toont goed aan dat zij ook twijfels had over deze belangenverstrengelingen. Het zou logisch zijn de bevoegdheid van de ECB om banken te liquideren te combineren met de toezichtsbevoegdheid. Maar de Commissie heeft begrepen dat dat een ‘interventiezonde’ zou zijn. Dat is de reden waarom de ECB niet de bevoegdheid krijgt toegekend om banken te ontmantelen. Er zal een wijziging van het verdrag van de Europese Unie voor nodig zijn om de stabiliteitsstructuur stevig te maken.