Onder druk van Brussel heeft de regering in Zagreb "toegegeven" dat het niet de wet over het Europese arrestatiebevel had moeten wijzigen. De Europese Commissie dreigde Kroatië financiële sancties op te leggen als het land de wijzigingen niet zou terugdraaien.

In een brief die op 28 augustus is verstuurd aan de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, en de Europese Commissaris van Justitie, Grondrechten en Burgerschap, Viviane Reding, heeft premier Zoran Milanović bevestigd dat “Kroatië de nodige stappen zal ondernemen om de wet voor opsporingssamenwerking in overeenstemming te brengen met de gemeenschappelijke verplichtingen zoals die zijn aanvaard tijdens de besprekingen over toetreding” tot de EU.

Milanović wijst in de brief aan de Commissie er wel op dat andere landen zoals Oostenrijk, Frankrijk en Italië ook afwijken van de algemene criteria voor het Europees arrestatiebevel. Brussel is echter van mening dat als Kroatië een uitzonderingspositie wilde, het land dat tijdens de toetredingsbesprekingen had moeten aankaarten en niet daarna, legt de krant uit.

De Kroatische regering zal nu zoals beloofd de wetswijziging terugdraaien die daags voor de toetreding van Kroatië bij de EU op 1 juli werd aangenomen. Door de verandering in de wet zouden misdaden die voor 7 augustus 2002 zijn begaan niet leiden tot een uitlevering. Mogelijk wilde de regering daarmee voorkomen dat de voormalig officier van de Joegoslavische geheime dienst, Josip Perković, zou worden overgedragen aan de Duitse autoriteiten. Perković wordt verdacht van betrokkenheid bij de moord op een Kroatische dissident in 1983 in de buurt van München.

Večernji list preciseert dat de Kroatische premier nog niet heeft aangegeven wanneer de wet-Perković zal worden teruggedraaid. De krant neemt aan dat het na het parlementaire reces zal gebeuren.