Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft gisteren besloten dat de EU niet verplicht is aan Turkse staatsburgers het recht te verlenen om zonder visum het grondgebied van de EU te mogen betreden. Het Hof heeft een Turkse klaagster in het ongelijk gesteld aan wie in 2007 een visum was geweigerd voor een bezoek aan één van haar in Duitsland wonende ouders, omdat zij mogelijk beroep zou doen op de sociale voorzieningen van de EU.

Het arrest van het Hof “vormt een precedent voor Turken die naar de EU reizen”, merkt Zaman op. Het dagblad uit Istanbul bericht ook over de teleurstelling waarmee de uitspraak in Turkije is ontvangen. De minister van Europese Zaken, Egemen Bağış, meent dat “politieke, niet-juridische overwegingen het vonnis hebben beïnvloed”. Zaman voegt daar aan toe dat:

de steun in Turkije voor toetreding tot de EU nu nog verder zal afnemen, zo vreest Ayhan Kaya, directeur van het Europa-Instituut van de Bilgi-universiteit in Istanbul. […] Maar volgens Cengiz Aktar, hoofd van het programma voor Europese zaken van de Bahçeşehir-universiteit, zal de uitspraak van het Hof de onderhandelingen tussen de EU en Turkije over de vereenvoudiging van de visumprocedures niet negatief beïnvloeden.

“Deze zaak is in Ankara nauwlettend gevolgd”, merkt op zijn beurt Le Temps op. Volgens het Zwitserse dagblad:

heeft de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan hier een persoonlijke missie van gemaakt, net als van de kwestie van de toetreding van zijn land tot de EU. Hij vindt het onbegrijpelijk, zo niet discriminerend, dat de EU Zuid-Amerikanen geen visumplicht oplegt, terwijl de Turken, die economisch en geografisch veel dichter bij de EU staan, niet vrij de EU in en uit mogen reizen. […] In juni heeft de Europese Commissaris voor de Uitbreiding, Stefan Füle, beloofd de onderhandelingen over de visumkwestie te zullen openen. Een woordvoerder van de Commissie heeft [gisteren, red.] bevestigd dat de informele besprekingen zullen worden voortgezet.