“De opkomst van populistische en xenofobe partijen, de lage opkomst bij verkiezingen, de toename van corruptie en het wantrouwen jegens politieke elites […] geven blijk van een democratische malaise die nog eens verergerd wordt door de sociaaleconomische crisis”, schrijft La Libre Belgique. Het dagblad vat daarmee het rapport over de democratie in de EU samen dat de Britse denktank Demos – in opdracht van de fractie van Socialisten & Democraten van het Europees Parlement – heeft opgesteld en dat op 26 september openbaar is gemaakt.

Uit het onderzoek, waarin vooral naar de jaren 2000, 2008 en 2011 is gekeken, blijkt dat “de democratie in Europa niet langer als vanzelfsprekend kan worden beschouwd”:

Op het gebied van corruptie en respect voor de rechtsstaat is de situatie ten opzichte van het jaar 2000 in Hongarije, Griekenland en ook Italië achteruit gegaan. Op het gebied van mensenrechten hebben Hongarije (scheiding van de machten), Italië (persvrijheid) en Spanje (loonverschillen tussen mannen en vrouwen) het meeste ingeleverd.

Een ander minpunt voor de EU is de “groeiende intolerantie richting minderheden in Nederland en Oostenrijk. Maar Hongarije, Griekenland en Cyprus vormen de meest zorgwekkende gevallen”.

Op het gebied van burgerparticipatie valt te lezen dat die “vooral in een land zoals Zweden” dalende is en het vertrouwen in het democratische systeem de afgelopen jaren “sterk is afgenomen”, terwijl tijdens de periode tussen 2000 en 2008 slechts “een lichte daling” kon worden geconstateerd.

In de conclusie raadt Jonathan Bridwell, die het project heeft geleid, aan dat:

de EU zijn eigen functioneren en dat van zijn instellingen onder de loep moet nemen om zijn geloofwaardigheid als rol van beschermer [van de democratie, red.] te behouden.