“De regeringspartijen hebben het slechtste resultaat uit hun geschiedenis behaald. De grootste winnaars van deze verkiezing zijn de rechtse partijen”, schrijft Der Standard na de Oostenrijkse parlementsverkiezingen op 29 september.

De sociaaldemocratische SPÖ van premier Werner Fayman behaalde 26,6 procent van de stemmen, de Oostenrijkse Volkspartij (ÖVP) bleef steken op 24 procent. Beide partijen hebben meer dan 2 procent moeten inleveren ten opzichte van de verkiezingen in 2008. Samen hebben zij wel meer dan 50 procent van de stemmen waardoor zij hun regeringscoalitie kunnen voortzetten.

De populistische en xenofobe partij FPÖ heeft met 21,4 procent (bijna vijf procent meer dan in 2008) van de stemmen de derde positie behaald. Ook de partij van de Oostenrijks-Canadese Frank Stronach en de liberale partij Neos treden tot het parlement toe. De BZÖ, de partij van de in 2008 overleden Jörg Haider, kreeg slechts 3,6 procent van de stemmen.

Als alle stemmen bij elkaar zijn opgeteld, blijkt dat “bijna een derde van de Oostenrijkers op een rechtse, populistische partij heeft gestemd, en dat is in Europa een unicum”, schrijft de krant Der Standard verontrust.