Cover

"Incidenten verhinderen stemming in Kosovo en Metohija", kopt het Servische dagblad Politika, dat zijn vroegere provincie altijd aanduidt met deze in Servië gangbare naam.

De gemeenteraadsverkiezingen werden beschouwd als een test voor de uitvoering van de akkoorden die onder leiding van de EU tussen Belgrado en Pristina zijn gesloten. Noord-Kosovo, waar vooral Serviërs wonen, was het toneel van geweld door nationalisten. Zij keerden zich tegen degenen die aan de oproep van Belgrado gehoor hadden gegeven en naar de stembus waren gegaan. De opkomst in Noord-Kosovo, waar veel bewoners thuisbleven, kwam daarom nauwelijks uit boven de 12 procent, meldt Politika, tegen 60 procent in de Servische enclaves ten zuiden van de Ibar, de rivier die beide gemeenschappen van elkaar scheidt.

In Belgrado hebben bestuurders de geweldplegers veroordeeld en ze als "rechts-extremisten" bestempeld. Het lot van de Serviërs in Kosovo "moet in hun eigen handen liggen, niet in de handen van rechts-extremisten die ervoor zorgen dat de Serviërs op een ramp afstevenen", verklaarde premier Ivica Dačić. Poltika wijst er tevens op dat vicepremier en minister van Defensie Aleksandar Vučić de leiders van het internationale bestuur van Kosovo toestemming heeft gevraagd om gedurende 45 minuten de politie van Belgrado in te zetten om een eind te maken aan het geweld in Mitrovica. Dit voorstel werd met kracht van de hand gewezen door Pristina, dat er een poging in zag om de soevereiniteit van Kosovo in twijfel te trekken.

"Fiasco in het noorden", stelt het Kosovaarse Albaneestalige dagblad Koha Ditore. De krant benadrukt het contrast met de hoofdstad Pristina, waar het einde van de verkiezingsdag "met vuurwerk werd gevierd". Deze stembusgang markeert volgens het dagblad niettemin "het begin van veranderingen" in Kosovo.