Bij gebrek aan Europese wetgeving voor kunstmatige voorplanting, "reizen elk jaar minstens twintig- tot vijfentwintigduizend Europese vrouwen naar een ander Europees land om daar een vruchtbaarheidsbehandeling te ondergaan", lezen we in Trouw. Deze cijfers zijn afkomstig uit de eerste verkenning van het fenomeen “vruchtbaarsheidstoerisme” in Europa, van de European Society for Human Reproduction and Embryology, die in Amsterdam gepresenteerd zijn. De cijfers liggen in werkelijkheid waarschijnlijk veel hoger, omdat niet gekeken is naar populaire bestemmingen als Cyprus en Oekraïne. De redenen die mensen met een kinderwens opgeven zijn legio maar hebben altijd te maken met de wetgeving in hun land die ze als te streng ervaren. “De buitenlandse vrouwen kwamen vooral uit Italië, Duitsland, Nederland en Frankrijk”, schrijft Trouw. “In Italië mogen vrouwen niet zwanger worden via gedoneerde ei- of spermacellen; in Frankrijk komen lesbische paren en alleenstaande vrouwen niet in aanmerking; en Britse vrouwen hebben vooral last van het beperkte aantal klinieken en de hoge prijzen. Nederlandse vrouwen trekken vooral naar België […] waar vrouwen tot 47 jaar worden geholpen”.