Zeven Europese ministers van Defensie (die van Duitsland, Frankrijk, Spanje, Griekenland, Italië, Nederland en Polen) hebben op 19 november besloten om vanaf 2020 gezamenlijke programma’s voor de productie en het gebruik van ‘drones’ (onbemande vliegtuigjes) op te zetten. Dat meldt Les Echos.

Er zal, zo staat in de overeenkomst, worden samengewerkt op het gebied van “training, certificering, logistiek, onderhoud en de ontwikkeling van op afstand bestuurbare vliegtuigen”. De krant voegt toe:

de Europese landen maken momenteel gebruik van Amerikaanse en Israëlische militaire drones, die echter niet in het Europese luchtruim mogen vliegen.

Drie grote industriële groepen – EADS, het Franse Dassault Aviation en het Italiaanse Finmeccanica – die hun gezamenlijke droneproject in 2011 al hadden gepresenteerd, zullen waarschijnlijk een aandeel mogen leveren aan het samenwerkingsverband.

Les Echos preciseert wel dat:

deze programma’s nog moet worden goedgekeurd door de regeringsleiders tijdens de top in december, die deels gewijd zal zijn aan defensievraagstukken.

Tegelijkertijd, zo schrijft de krant:

heeft het Europese Defensieagentschap (EDA) opdracht gekregen een gezamenlijk onderzoeksprogramma op te starten voor de ontwikkeling van tweeledig bruikbare drones, voor militaire en civiele doeleinden. Deze vliegtuigen kunnen bruikbaar zijn voor de bewaking van lands- en zeegrenzen, zoals de Middellandse Zee.