Wat voor taal spreekt de Europese Unie? Nog geen tien jaar geleden zou het antwoord waarschijnlijk 'voornamelijk Frans' zijn geweest. Tegenwoordig kiezen, zo meldt The Economist, “Europeanen in groten getale voor het Engels”.

Volgens het Britse nieuwstijdschrift:

doet de Europese Unie steeds meer zaken in het Engels. Vertalers hebben soms het gevoel alsof ze tegen zichzelf praten. Vorig jaar nog pleitte de Duitse president, Joachim Gauch, voor een Engelssprekend Europa: nationale talen zouden moeten worden gekoesterd voor spiritualiteit en poëzie, daarnaast moest er een “werkbaar Engels komen voor alle situaties in het leven en voor alle leeftijdsgroepen”. Sommigen bespeuren inmiddels een Europese variant van het mondiale Engels (‘globish’ genoemd): een taaltje met Engelse kenmerken, gekruist met een toonval en zinsbouw van het vaste land, een hoop institutioneel EU-jargon en een aantal ‘valse taalvrienden’ (voornamelijk uit het Frans). Zo betekent in Brussel ‘to assist’ ‘aanwezig zijn’, niet ‘helpen’; ‘to control’ betekent daar ‘verifiëren’, in plaats van ‘besturen’, met ‘adequate’ wordt ‘geschikt’ of ‘gepast’ bedoeld in plaats van ‘net goed genoeg’; een ontelbaar zelfstandig naamwoord zoals ‘advies’, ‘informatie’ en ‘hulp’ is er telbaar geworden. ‘Angelsaksisch’ verwijst niet naar Germaanse stammen in Groot-Brittannië, maar is een politieke belediging geworden dat hoort bij woorden als ‘kapitalisme’ en zelfs ‘pers’. Gewone Europese burgers konden vorige maand voor het eerst proeven van het ‘Euroglobish’ tijdens het tv-debat tussen de lijsttrekkers voor de Europese verkiezingen tussen 22 en 25 mei. Het idee van de belangrijkste Europese politieke partijen om uit hun ‘spitzenkandidaten’(een Duits neologisme, voor het eerst in jaren) de voorzitter van de Europese Commissie te kiezen, was nieuw en bedoeld om het democratische tekort op te vullen, voor beroering te zorgen, te voorkomen dat de opkomst bij de stembussen nog verder daalde en dat als tegengas moest dienen tegen de opkomst van de anti-EU-partijen.

Lees het volledige artikel in het Engels op de website van The Economist