“Na het trio Barroso-Van Rompuy-Ashton moet er nu plaats worden gemaakt voor Juncker-Tusk-Mogherini”, schrijft de correspondent in Brussel van Libération, Jean Quatremer, op zijn blog nadat op 30 augustus de Poolse premier Donald Tusk (57) werd gekozen tot voorzitter van de Europese Raad en de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Federica Mogherin (41) tot Hoge vertegenwoordiger voor het Buitenlands Beleid van de EU.

Quatremer schrijft:

We weten nog niet of het een ‘dream team’ is, maar niemand twijfelt eraan dat dit nieuwe team het wel heel gek moet maken wil het het slechter doen dan zijn voorgangers. […] De keuze voor Tusk en Mogherini was in de huidige sombere omstandigheden in de EU niet vanzelfsprekend, immers zij zijn allebei grote voorstanders van een sterke Unie, vooral op het gebied van defensie. […] De keuze voor Tusk roept vragen op: hij is niet afkomstig uit een van de eurozonelanden, terwijl hij wel de Europese Raden van de eurozone moet voorzitten, wat op zijn minst curieus te noemen is. Bovendien is deze bewonderaar van Reagan en Thatcher niet bijzonder vooruitstrevend op sociaal gebied, wat symbolisch gezien het minst verontrustend is: hij is tegenstander van abortus, het homohuwelijk en euthanasie… Hoewel hij goed Duits en Russisch spreekt, kan hij zich slecht uitdrukken in het Engels en al helemaal niet in het Frans, twee belangrijke werktalen in de Unie. Dit zijn verwijten die wij Mogherini niet kunnen maken. Zij heeft alleen relatief weinig ervaring op het gebied van buitenlandse betrekkingen (zij moet haar carrière toch ergens beginnen…).

De benoeming van Tusk en Mogherini “draagt onmiskenbaar de stempel van Berlijn” meent Quatremer:

De Duitse bondskanselier, Angela Merkel, was voorstander van de Pool, bondgenoot van Oost-Duitsland. […] Zij steunde ook Mogherini, de kandidaat van de Italiaanse premier, Matteo Renzi, die beloofde dat een Duitser de Fransman Pierre Vimont zou opvolgen als hoofd van de Europese Dienst voor extern optreden, de rechterhand van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Unie. Dat is zonder twijfel de belangrijkste les die hier getrokken kan worden: Duitsland is de absolute leider van de Unie, zoals al bleek uit het economische en budgettaire beleid dat het land sinds 2010 aan de Unie voorschrijft. […] Daarbij komt dat de post van kabinetschef van Jean-Claude Juncker bezet is door een Duitser en Berlijn het voorzitterschap van het Europese Parlement, het Europese Stabiliteitsmechanisme en van de Europese Investeringsbank in de wacht heeft gesleept. Dankzij de verzwakking van Frankrijk, die 24 Front National-parlementariërs (van de 74 zetels waar het land recht op heeft) heeft moeten sturen, is Straatsburg feitelijk de Derde Kamer van het Duitse parlement geworden.

De journalist concludeert dat gezegd kan worden dat:

De Unie wordt bestuurd vanuit Berlijn. Daar worden de mannen en vrouwen op sleutelposities in de Unie gekozen, daar wordt het ritme van de uitbreiding bepaald en het beleid gedicteerd. […] Hoe lang kunnen de Europese landen het Duitse gezag accepteren? De vraag stellen is hem beantwoorden.

De benoeming van Mogherini “is een succes voor Italië en een erkenning voor Matteo Renzi, die het wisselende voorzitterschap van de Unie waarneemt en een leider is op zoek naar bevestiging”, noteert Cesare Martinetti, commentator bij La Stampa. De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken zal met “veel scepticisme” te maken krijgen in Europa, meent hij. “De vertwijfeling geuit door de Financial Times en Le Monde -en er waren nog meer- geven aan dat ze teleurgesteld zijn door het profiel van de Hoge commissaris: onbekend en met weinig internationale ervaring.”

Inderdaad, schrijft hij,

moet de Italiaanse nu worden wat ze tot op heden nog niet was: betrouwbaar, charismatisch, herkenbaar en erkend in het gebied van de Baltische Staten tot Portugal en van Finland tot Cyprus. En omdat voor elkaar te krijgen heeft zij geen allesomvattend en bedroevend beleid onder toezicht nodig waarin een ieder zich kan herkennen maar dat niets voor elkaar krijgt. Wij hebben behoefte aan een buitenlands beleid waarin Europa en zijn belangen worden vertegenwoordigd in de hele wereld. Iets dat de Britse lady Catherine Ashton, de vertrekkende commissaris, nooit voor elkaar heeft gekregen en de Spanjaard Javier Solana ook niet.

De benoemingen van Tusk en Mogherini “zijn overeenkomstig met de behoefte aan evenwicht tussen de politieke en geografische zones in de Brusselse traditie. Het is logisch dat dat zo is”, vervolgt Martinetti die meent dat:

De echte vraag is wat de Europese Unie wil zijn: de som van staten die elkaar compenseren of een solidaire Unie die een geheel vormt? Op dit punt is er helaas geen vooruitgang geboekt ten opzichte van de intergouvernementele routine die de Europese politiek sinds enkele jaren domineert en mannen en vrouwen voortbrengt die zich op de achtergrond houden en die de keuzes en initiatieven van de regeringen vooropstellen. De Unie verliest aan daadkracht door de bureaucratie en boekhouding. Om echt een sprong voorwaarts te maken op het gebied van buitenlands beleid is er een “grote persoonlijkheid” nodig. Zal Mogherini in staat zijn het “telefoonnummer” te belichamen dat Henry Kissinger nooit kon vinden als hij met de abstracte entiteit ‘Europa’ wilde bellen?