“Als het zijn bedoeling was om ons voor het standpunt te winnen dat er in het bestuur van Europa iets kan veranderen, dan is Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de toekomstige Europese Commissie, reeds in zijn opzet geslaagd”, schrijft Le Monde. Volgens het Franse dagblad is het de Luxemburgse oud-premier bijna gelukt de correspondenten die naar zijn eerste persconferentie kwamen luisteren, ervan te overtuigen dat hij “lering heeft getrokken uit de fouten van zijn voorganger”, José Manuel Barroso, scheidend voorzitter van de Europese Commissie, fouten die hebben geleid tot “een vertrouwenscrisis en een groei van de anti-Europese stromingen.” De krant stelt:

We mogen ervan uitgaan dat er in de zomer adviseurs en communicatiespecialisten zijn opgetrommeld om zijn plannen en zijn redevoering nog wat bij te schaven, zodat deze positief zouden afsteken tegen de onbezielde aanpak van José Manuel Barroso.

Junckers ploeg wordt een team van “‘winnaars’” genoemd, dat “‘een nieuw elan’ aan de opbouw van Europa kan geven”. Het is “de ‘laatste kans’ voor de Unie”. Juncker is zich ervan bewust dat de instelling die hij gaat leiden, “hoognodig aan een nieuw imago en een nieuwe werkwijze toe is”. Toch heeft hij, zo meent de krant:

zich niet al te hard uitgelaten over de eurocratische bureaucratie met haar privileges en haar soms megalomane verlangen om alles in regels te vatten. Als de spelers in de Brusselse zeepbel zijn conceptplannen goed hebben gelezen, zouden ze echter moeten begrijpen dat er een tijdperk wordt afgesloten en dat er wellicht een nieuw tijdperk aanbreekt, waarin almacht en arrogantie plaatsmaken voor echte efficiëntie en bescheidenheid.

Efficiëntie gaat behoren tot de portefeuille van de eerste vicevoorzitter – “een innovatie” –, de Nederlandse sociaaldemocraat Frans Timmermans. Hij

zal ervoor zorgen dat de Commissie in de toekomst uitsluitend voorstellen indient die absoluut noodzakelijk zijn. Hij zal zich voortdurend afvragen of het gestelde doel niet beter door de lidstaten zelf kan worden bereikt. Dit markeert de terugkeer naar het subsidiariteitsbeginsel, waar de meest eurosceptische landen om hebben gevraagd.

Le Monde wijst erop dat tussen 29 september en 7 oktober de voorgedragen eurocommissarissen allemaal voor een hoorzitting in het Europees Parlement moeten verschijnen en dat “de Europese afgevaardigden vastbesloten zijn om hen met inconsequent gedrag uit het verleden te confronteren”. Daar hoeft Juncker zich evenwel niet druk om te maken:

Hij weet dat er bepaalde grenzen zijn, dat het Parlement een kandidaat-commissaris niet kan afwijzen zonder dat de hele Commissie opstapt. Niemand, behalve de eurofoben, wil een institutionele crisis op zijn geweten hebben. Bovendien ziet het Parlement in Juncker vooral een bondgenoot met wie het de invloed van de Raad, dat wil zeggen van de lidstaten, kan inperken. Natuurlijk moet nog blijken of de nieuwe organisatie van de Commissie, met een meer gecentraliseerde macht en een echte "uitvoerende" vicevoorzitter plus vicevoorzitters uit "kleine” landen die leiding geven aan Franse, Britse of Duitse commissarissen, werkelijk zo effectief zal functioneren. En het profiel en de bevoegdheden van sommige commissarissen zullen tot discussies leiden. […] Riskeren zij om een veto aan hun broek te krijgen? De voorzitter “heeft vertrouwen” in zijn teamgenoten en in de landen die hen hebben voorgedragen. Maar hij wil beslist geen conflict met het Parlement. Als iemand problemen geeft, moet hij of zij dus het veld ruimen.