The New York Times schrijft dat Esten met hun identiteitskaart die voorzien is van een microchip

toegang hebben tot zo'n 4.000 diensten, variërend van het bankwezen tot aan het registreren van een onderneming en het aanvragen van een visvergunning. Met hun smartphone kunnen de Esten hun medische dossiers inzien en medicijnen op recept bestellen. Bijna iedereen doet zijn belastingaangifte in slechts een paar minuten online, en ongeveer een derde van de kiezers stemt tegenwoordig online.

Sinds begin december kunnen alle burgers van de Europese Unie en van derde landen een e-verblijfskaart in Estland aanvragen, meldt het Estse dagblad Eesti Pävaleht, op voorwaarde dat “zij zich ten minste een keer naar Estland begeven om hun identiteit bij een nationale instelling aan te tonen”. Daarna hebben zij toegang tot de diensten via het portaal e-estonia.com. De krant voegt eraan toe:

De e-verblijfskaart is een document dat vergelijkbaar is met de identiteitskaart. Het verschil is dat op de identiteitskaart, die de burgers en vaste ingezetenen van Estland bij zich dragen, een pasfoto staat, en op de e-verblijfskaart niet. Je kunt er in de echte wereld dus niet je identiteit mee bewijzen. Maar in de virtuele wereld is de kaart handig om bijvoorbeeld gebruik te maken van Estse online diensten of om een digitale handtekening te plaatsen.

Veiligheid door staat gegarandeerd

De e-verblijfskaart verleent buitenlanders geen stemrecht bij e-verkiezingen, want dit recht, zo schrijft de krant, is “voorbehouden aan de burgers en vaste ingezetenen van Estland”. Eesti Pävaleht schrijft verder:

De e-verblijfskaart zal vooral gunstig zijn voor ondernemers, werknemers en studenten die een link hebben met Estland. Deze mensen, die niet permanent in Estland wonen maar er wel vaak komen, zijn nu nog verstoken van e-dienstverlening.

Maar het bezit van een digitale identiteitskaart “waarvan de veiligheid door de Estse staat wordt gegarandeerd” kan volgens de krant ook interessant zijn voor mensen die geen directe band met Estland hebben, “vandaar dat er een run is op de e-verblijfskaart”.

Estland heeft zich tot wegbereider van de e-overheid kunnen ontpoppen “met slechts een klein budget”, schrijft The New York Times:

Het land besteedt jaarlijks ongeveer 50 miljoen euro aan informatietechnologie. […] Het grootste deel van dat geld gaat naar lokale bedrijven, waarvan sommige begonnen zijn in lokale onderzoekscentra die tijdens het sovjettijdperk waren opgezet. Het besluit van Estland om digitaal te gaan, was voor een groot deel ingegeven door het simpele feit dat het land geen andere keuze had. Toen het IJzeren Gordijn viel, had Estland maar weinig financiële middelen en een teruggelopen aantal inwoners tot zijn beschikking om de economie weer aan te zwengelen. Bovendien realiseerden de Estse beleidsmakers zich al snel dat zij geen diensten naar westers model zouden kunnen aanbieden zonder nieuwe technologieën, inclusief internet, om de overheidskosten zo laag mogelijk te houden.

Weinig veiligheidsinbreuken

Het systeem berust nog altijd op twee pijlers, vervolgt de Amerikaanse krant:

Ten eerste krijgen alle Esten als ze 15 worden een identiteitskaart met een microchip die persoonlijke informatie bevat en toegang biedt tot commerciële en overheidsdiensten. Ter bescherming van zijn gegevens heeft iedere gebruiker een persoonlijke code die bij elke transactie moet worden ingevoerd. De tweede pijler is de technologische infrastructuur, genaamd X-Road, die publieke en particuliere databanken aan de digitale diensten koppelt. Alle persoonlijke informatie wordt opgeslagen op aparte servers en achter veiligheidsmuren die beheerd worden door overheidsinstanties. Maar de staat en bedrijven zoals banken kunnen met dit systeem wel gegevens uitwisselen, als gebruikers ze daar toestemming voor geven.

De krant merkt op dat “de Esten zich met hun bereidheid om digitale producten te gebruiken, onderscheiden van de Fransen en de Duitsers”, die bezwaar hebben gemaakt tegen het online bewaren van gegevens. Dat de Esten dit concept hebben omarmd, komt ook omdat:

zich maar weinig ernstige veiligheidsinbreuken met de computersystemen hebben voorgedaan die het vertrouwen van de burgers zouden kunnen aantasten. En veel inwoners zeggen dat online diensten veiliger en goedkoper zijn dan de traditionele methoden om in contact te treden met de overheid.

Vertaald door Nelleke Foppen.