In 2004 liepen de diplomaten van de nieuwe EU-lidstaten nog "rond als Alice in Wonderland" in de Europese hoofdstad, schrijft Marc Peeperkorn, EU-correspondent voor De Volkskrant. Tien jaar later spreken zij de "Brusselse geheimtaal" en zijn zij "gelijk" aan de vertegenwoordigers van de 'oude' leden.

De eerste jaren na de EU-uitbreiding met tien leden (Polen, Tsjechië, Hongarije, Slowakije, Slovenië, Estland, Letland, Litouwen, Cyprus en Malta) waren echter niet makkelijk, merkt Peeperkorn op:

Neem Maros Sefcovic, die Slowakije de EU binnenloodste en sinds 2009 lid is van de Europese Commissie: "Ik had het idee dat er een glazen wand in de vergaderzaal stond. Ik zag de oude garde praten, er kwamen wel degelijk woorden uit hun mond, maar ik snapte er vrijwel niets van. Laat staan dat ik invloed had op de besluitvorming."

Zaalvulling

Ondanks een inwerkperiode van een jaar als waarnemer waren de nieuwe ambassadeurs de eerste tijd vooral "zaalvulling". Voormalig Nederlands ambassadeur in Brussel, Tom de Bruijn, erkent dat er een gevoel van superioriteit heerste onder de 'oude garde' van de EU-15. "Wij hadden al die jaren de dienst uitgemaakt. De boodschap aan de nieuwkomers was: wij bepalen hier hoe het gaat, jullie broekemannen komen net kijken. De cultuur was er een van wantrouwen."

Lachend spreekt hij van "moderne slavernij voor het vaderland"

Pavel Telička, hoofdonderhandelaar voor Tsjechië, herinnert zich de eerste jaren als "gekkenwerk". De oude lidstaten hadden minimaal zeventig medewerkers in dienst, bij de Tsjechische ambassade in Brussel werkte vier medewerkers: “Hard werken is een eufemisme”, zegt hij. Lachend spreekt hij van "moderne slavernij voor het vaderland". Brussel is niet alleen een doolhof van gangen, geheime doorgangen, regels en stijl, de nieuwe leden moesten ook het EU-jargon snel onder de knie krijgen. “Al die techniek van betalingen, verplichtingen, reserves, plafonds, aanvullende begrotingen, het is echt hogere politiek”, zegt Šefčovič.

“Een bijkomend maar niet onbelangrijk probleem was dat juist in die eerste jaren de kersverse lidstaten veel van hun EU-talenten aan Brussel verloren. Jonge, hoogopgeleide Polen, Slovenen en Hongaren met enige Europese werkervaring gaven gehoor aan de lokroep van de veel hogere salarissen die de EU-instituties boden”, schrijft De Volkskrant.

Doemscenario

Na ongeveer vijf jaar verdween de ongelijkheid tussen nieuw en oud: de ambassadeurs leerden de geheimtaal spreken en werden actieve leden. "Maar de echte doop was het halfjaarlijks wisselende EU-voorzitterschap", zegt de Poolse ambassadeur Marek Prawda. "Dan word je in het diepe gegooid. Dan moet je laten zien dat je kunt sturen in plaats van meeliften."

De krant concludeert dat dat “tien jaar later geschiedenis is", met als kers op de taart de benoeming van Donald Tusk tot voorzitter van de Europese Raad. “Ruim de helft van de 2004-lichting heeft inmiddels een EU-voorzitterschap achter de rug. De doemscenario's dat de EU onder haar toegenomen gewicht zou bezwijken, zijn niet bewaarheid.” De toegenomen spanning tussen Rusland en het Westen, hebben de Oost-Europese lidstaten wel in het centrum van de crisis geplaatst. En dat is misschien niet alleen maar een slechte zaak: "We spelen volwaardig mee", meent de Poolse ambassadeur.