Bij een recente demonstratie in Dresden, de bakermat van de anti-immigratiebeweging, waren meer dan 10.000 mensen aanwezig. Aangezien er meer protesten zijn gepland in andere Duitse steden, vraagt de Duitse pers zich af wat de betekenis is van de beweging van 'Patriottische Europeanen Tegen de islamisering van het Westen’ (Pegida).

”De politiek noch de pers heeft de opkomst van de beweging in de gaten gehad” schrijft Claus Christian Malzan in Die Welt.

Overal in het land wordt de betekenis van de gebeurtenissen in Dresden besproken: sommigen zien er extreemrechts verzet in, anderen slechts bezorgde burgers. Maar op één punt is men het eens: Pegida is meer dan alleen een lokaal fenomeen. Sommige politicologen zien de protesten zelfs als een historische cesuur, als een symptoom van de verbroken relatie tussen politiek en volk.

In Die Zeit probeert een groep van negen journalisten de mensen achter Pegida te duiden. Zij worden omschreven als ”mensen met bestaanszekerheid maar zonder grote levensdoelen”, behorend tot de lagere middenklasse.

"Er lijkt een verband te bestaan tussen de organisatoren van de protesten in Dresden en voetbalhooligans. Maar deze veronderstelling van de inlichtingendiensten is nog niet bewezen” schrijven ze. De journalisten voegen er aan toe dat hoewel sommige organisatoren en demonstranten duidelijk banden hebben met rechtse groeperingen zoals de NPD, Pegida niet uitsluitend een forum van extreemrechts is.

Er is echter een ”vloeiende overgang” tussen Pegida en de anti-Europapartij Alternative für Deutschland (AfD), ook al is er binnen de AfD officieel geen eenduidige positie ten aanzien van Pegida.

In de Frankfürter Allgemeine roept redacteur Berthold Kohler het politieke establishment op de Pegidabeweging serieus te nemen. Hij schrijft: ”De protestbeweging weigert zich in de extreemrechtse hoek te laten duwen. Het gegeven dat de demonstranten in Dresden en andere steden niet slechts tot de rechtsradicalen behoren, heeft Berlijn bereikt. Echt serieus nemen betekent de protesten niet alleen als tijdelijk verschijnsel voor de kerst te beschouwen; het betekent een immigratiebeleid nastreven dat samenhangt met de belangen van het land. Zelfs in Duitsland is het legitiem om immigranten te vragen hun wens en interesse in integratie te tonen.”

Zelfs als zo’n hardere lijn de radicale anti-immigratiedemonstranten niet zou overtuigen, schrijft Kohler, dan zou het de steun voor hen in het politieke centrum wegnemen en hun derhalve marginaliseren.

Volgens een recente opiniepeiling steunt 49 procent van de Duitsers de protesten, terwijl slechts 29 procent de standpunten ervan verwerpt. 26 procent beziet de protesten met gemengde gevoelens. De steun wordt volgens Die Zeit en YouGov, die de peiling uitvoerde, vooral gevoed door de angst jegens radicale moslims in Duitsland. ”73 procent van de bevolking zegt te vrezen dat de radicale islam aan invloed wint”, schrijft Die Zeit.

Aangezien het aantal moslims in Dresden beperkt is, vraagt Malzahn zich af of dergelijke extreemrechtse protesten en groeperingen ”op een bepaalde manier volkomen normaal” zijn, vergelijkbaar met het Franse Front National, UKIP in het Verenigd Koninkrijk, het Hongaarse Jobbik en het Oostenrijkse FPÖ, die alle aanzienlijke winst geboekt hebben bij de laatste Europese verkiezingen.

Desalniettemin waarschuwt Jacques Schuster in Die Welt voor hysterische reacties als het gaat om Pegida:

Denken over Pegida als rechtse groepering is dom en verkeerd. […] Angstgevoelens en problemen verdwijnen niet simpelweg omdat ze worden geuit door de verkeerde kant. Maar het is ook dwaas om te spreken van vreemde overheersing in Duitsland. […] Als het gaat om immigratie en asielzaken, weten we allemaal dat er problemen zijn die door iedereen aan de dag gelegd kunnen worden.

Artikel vertaald door Emiel van den Toorn.