De fundamenten van de Europese integratie worden bedreigd door groeiende ongelijkheid, extremisme en intolerantie, schrijft John Feffer in Le Monde diplomatique. Feffer, directeur van Foreign Policy in Focus, waarschuwt dat het heel goed mogelijk is dat “net als in de Sovjet-Unie en Joegoslavië het federale project in de Europese Unie op een faliekante mislukking zal uitlopen”, als het bezwijkt onder de druk van de huidige dwarse tegenkrachten op het continent.

Feffer betoogt dat Europa er na de Koude Oorlog op gebrand was te slagen waar andere grootmachten hadden gefaald, met een model voor sociale cohesie, groei in samenhang met gelijkheid, en de rechtsstaat. Hoewel de EU sindsdien veel heeft bereikt, is er veel weerstand tegen de ooit dominante combinatie van marktliberalisme en regionale integratie. Volgens Feffer bevindt Europa zich nu in een tijdperk van extremen, met mogelijk verstrekkende gevolgen:

We staan misschien niet aan de vooravond van een nieuwe Europese oorlog, maar ineenstorting van de huidige structuren, te weten de eurozone en regionale integratie, is beslist niet ondenkbaar. De gebeurtenissen die in het verleden in de oostelijke grensstaten hebben plaatsgevonden, staan wellicht model voor de onheilspellende toekomst die Europa mogelijk te wachten staat. In de afgelopen kwart eeuw heeft men daar zeer slechte ervaringen opgedaan met federale constructies waarin volken met diverse culturen werden samengebracht. […] Europa zal als continent blijven bestaan en de natiestaten zullen, in verschillende mate, een zekere welvaart blijven genieten, maar Europa als idee zal dan geschiedenis zijn. Erger nog, als Europa zijn overwinning in de Koude Oorlog uiteindelijk toch in een nederlaag ziet verkeren, heeft het alleen zelf daar schuld aan.

In de ban van extremisten

De EU is zelf de veroorzaker van de problemen, stelt Feffer, omdat het neoliberale beleid in de periode na de Koude Oorlog geen bevredigende oplossing voor de sociale en economische verschillen bood. Terwijl Duitsland zich grote tekorten permitteerde om zo de voormalige DDR te ontwikkelen, voerde de EU een voorzichtig begrotingsbeleid dat ten koste ging van groei. Op EU-lidstaten die failliet dreigden te gaan, werd “de ene na de andere ‘shocktherapie” toegepast. Als gevolg hiervan verandert Europa van een continent dat geen alternatief heeft voor het neoliberalisme, in een continent dat in de ban is van extremisten, die willen dat er een eind komt aan het economische beleid van de EU en aan de Europese integratie als geheel. Een sprekend voorbeeld hiervan is Viktor Orban, de zelfverklaarde “niet-liberale” premier van Hongarije. Zulke ontwikkelingen, die het Europese project op zijn grondvesten doen schudden, vereisen concrete politieke actie.

In verscheidenheid verenigd klinkt aantrekkelijk, maar de EU heeft meer dan mooie woorden en goede bedoelingen nodig om de onderlinge verbondenheid te consolideren. Als zij niet met een betere aanpak komt van economische ongelijkheid, politiek extremisme en maatschappelijke onverdraagzaamheid, zullen haar tegenstanders binnenkort in staat zijn de economische integratie volledig terug te draaien.