Een bezuiniging van 180 miljoen euro per jaar, 317 overbodige EU-ambtenaren en een afname van 19.000 ton CO2 per jaar, dat zijn de voordelen als Brussel de enige zetel van het Europees Parlement wordt. Momenteel moeten de 736 Europese parlementsleden en hun medewerkers maandelijks 431 kilometer afleggen om van Brussel, waar de meeste werkzaamheden worden verricht, naar Straatsburg af te reizen om daar gedurende vier dagen te vergaderen op het hoofdkantoor van het EU-Parlement. De Standaard bericht over de enquête van de vice-president van het Parlement, de Britse liberaal Edward McMillan-Scott, die op 10 februari werd gepubliceerd. Hieruit blijkt dat 91 procent van de Parlementsleden en hun medewerkers "liever alleen nog in Brussel vergaderen". Het Belgische dagblad licht toe dat de Europarlementariërs vinden dat "de maandelijkse verhuizing van het Europees Parlement (…) te veel geld kost, slecht is voor het milieu en voor onze gezondheid". Hiermee is volgens de Standaard "het debat heropend, maar nog lang niet ten einde". Volgens het Verdrag van Lissabon mogen de EU-parlementariërs niet zelf over hun werkplaats beslissen. Bovendien zullen invloedrijke parlementsleden zoals de Fransman Joseph Daul, die de grootste fractie aanvoert, en de Duitse socialist Martin Schulz, maar ook Parijs, niet achter het voorstel staan om Straatsburg op te geven.