Servië en Kosovo rond de tafel”, kopt het Poolse dagblad Rzeczpospolita op de dag dat de vertegenwoordigers van beide landen in Brussel aan hun "historische onderhandelingen" beginnen. Sinds Kosovo op 17 februari 2008 zijn onafhankelijkheid uitriep weigert Servië het land te erkennen. Ondertussen doet kandidaat-lid Servië er alles aan om tot de EU te mogen toetreden en oefent Brussel flinke druk op Belgrado uit om de dialoog aan te gaan. Daarin zou iedere twee tot drie weken alleen al moeten worden gepraat over "praktische zaken die het leven aan weerszijden van de grens vergemakkelijken". Het aantal onopgeloste kwesties is verbijsterend. Servië erkent geen Kosovaarse paspoorten en om naar Kosovo te bellen, moet je het landnummer van Servië gebruiken. De Servische minderheid in het noordelijke deel van Kosovo erkent de regering in Pristina niet en onderwijzers, politie en ambtenaren ontvangen hun salaris uit Belgrado. Sonja Biserko, hoofd van de Helsinki Commissie in Belgrado benadrukt het feit dat het overleg dat de Servische regering met de vertegenwoordigers in Kosovo voert, vooral moeten aantonen dat Belgrado "de nieuwe taal spreekt en een nieuwe weg inslaat". De leider van de Servische delegatie voor de onderhandelingen in Brussel blijft echter sceptisch en wijst erop dat "er geen wonderen verwacht mogen worden".