Cover

Ondanks de aanpak die tien jaar geleden begon, blijven “Oost-Europese bendes ongrijpbaar”, kopt De Standaard. Op 25 mei gaf de Belgische federale politie een persconferentie over de problematiek om dergelijke bendes, die vooral Roma uit Roemenië betreffen, met succes aan te pakken. Hoewel politie en justitie veel moeite doen “om de Oost-Europese ‘rondtrekkende dadergroepen' in ons land [België] te bestrijden”, is het volgens het dagblad “dweilen met de kraan open”. Het grootste probleem is de mobiliteit van de daders: “De bendeleden komen voor een periode van enkele dagen tot enkele maanden naar ons land [België]. Ze gaan op strooptocht en verdwijnen daarna weer in oostelijke richting. En als de grond onder hun voeten te heet wordt, verspreiden ze zich over heel Europa.” Een ander probleem is dat de daders niet onder de indruk zijn van gevangenisstraffen en dat ze niet vanuit een georganiseerd netwerk samenwerken, maar op individuele basis. Ook zetten ze veelal minderjarigen in bij diefstallen: “Met hun kleine gestalte kunnen zij vaak gemakkelijker huizen binnenglippen. En als ze geklist worden, wacht hen geen zware straf, gezien hun jonge leeftijd.” Een redacteur van het Belgische dagblad benadrukt in een commentaar dat, vanuit een EU-oogpunt, de landen waar de daders vandaan komen betere zouden moeten meewerken “aan de bestrijding van criminaliteit van sommige van hun onderdanen” en hij stelt dat deze Oost-Europese criminelen het verpesten voor de werkkrachten “die hier wel volkomen legaal komen werken en bijdragen aan onze welvaart.