“De beurs op de laagste stand, de angst is weer terug”, constateert La Stampa de dag na de “zwarte maandag” op de Europese beurzen. De grootste daling vond plaats in Milaan: daar daalde de beurs met drie procent. De Italiaanse krant meent dat de bezuinigingsmaatregelen, die op 15 juli door het parlement zijn aangenomen, niet voldoen zijn geweest om de markten te kalmeren en dat die in de veronderstelling zijn “dat de verzwakte Italiaanse regering niet in staat is om adequaat te reageren op de gebeurtenissen en dat de instabiliteit nog lang zal voortduren”.

Italië is niet het enige land in problemen. “De markten ranselen Spanje af en dwingen het om kapotmakende rentes te betalen”, schrijft El Mundo triest. Tijdens de “zwarte maandag” bereikte de risicopremie, het verschil tussen het rendement op –de meest zekere– Duitse obligaties en die van andere landen, voor Spanje 372 punten en voor Italië 330 punten. Op staatsobligaties van Spanje zit nu een rente van 6,32 procent, wat een opleving van de economie een stuk lastiger zal maken.

Deze week, “de ergste voor de schulden sinds de oprichting van de euro”, zal, met in het vooruitzicht de speciale top voor de eurozone op donderdag 21 juli, extra belangrijk zijn voor Spanje, meent El Mundo. De conservatieve krant benadrukt het belang van het uitroepen van vervroegde parlementsverkiezingen na de zomer omdat de regering van José Luís Rodríguez Zapatero niet meer in staat is tot “het nemen van belangrijke beslissingen”. Het centrumlinkse dagblad El País riep de regeringsleider de dag daarvoor al op om af te treden.