Cover

De gevechten in Tripoli zijn nog niet achter de rug, maar Italië en Frankrijk staan nu al recht tegenover elkaar, zo schrijft La Stampa. De Italiaanse krant meent dat vanaf het begin al duidelijk was dat de leiders van de twee landen totaal anders in het conflict stonden. De Franse president Nicolas Sarkozy leidde de militaire operatie, de Italiaanse premier Silvio Berlusconi wilde zich er, wegens zijn vriendschap met het Khadaffi-regime, niet teveel mee bemoeien. “We hebben meteen begrepen dat de oorlog tegen de Kolonel uiteindelijk zou worden omgevormd tot een ander conflict”, aldus de Italiaanse krant. En wel tot “een economische oorlog met een nieuwe tegenstander: Italië natuurlijk. Terwijl Rome met pijn in het hart mee deed aan de militaire operatie, gaf Parijs – gevolgd door Londen – juist gas”. De reden? Frankrijk en Groot-Brittannië “droomden van het uiteenvallen van Libië in autonome provincies en van een herverdeling van de olietegoeden met de intrede van hun nationale kampioenen Total en BP op het Libische terrein. Nu de oorlog -bijna- achter de rug is, begint de tweede fase van de operatie: de wederopbouw, waar miljarden euros mee zijn gemoeid om de wegen, havens, industriële installaties en hele steden weer op te bouwen.

La Stampa schrijft verder: "En het is weer Parijs dat het spel bepaalt. En weer Rome dat volgt. Het Elysée zal een conferentie organiseren waar de basis van het nieuwe democratische Libië moet worden gelegd en op 25 augustus komt de leider van de nieuwe regering, Mahmoud Jibril, naar Parijs om de data en de inhoud te bespreken. Jibril zal alleen op de terugweg Rome bezoeken.”