Het Internationaal Civiel Bureau (ICB) sluit op 10 september zijn deuren in Pristina. De vertegenwoordigers van de 25 landen die verantwoordelijk zijn voor deze ICB, waaronder 20 EU-lidstaten, Turkije, Kroatië, Noorwegen, Zwitserland en de Verenigde Staten, komen bijeen in de hoofdstad van Kosovo om deze nieuwe status te bekrachtigen. Het internationale toezicht werd in 2007 opgenomen in het plan van de speciale gezant van de Verenigde Naties, Martti Ahtisaari. Het ICB werd geïnstalleerd op het moment dat Kosovo onafhankelijk werd verklaard, namelijk op 17 februari 2008.

Het vertrek van het ICB betekent echter geen einde aan de internationale aanwezigheid in de vroegere Servische provincie, zoals de krant Jutarnji List in Zagreb onderstreept:

Cover

De NAVO-troepen zijn nog altijd aanwezig en de missie van de EU, Eulex, behoudt ook nog het recht op inmenging op juridisch vlak. In dit verband heeft de term “volledige soevereiniteit” niet veel te betekenen. Vooral omdat Kosovo als gevolg van de verdeeldheid binnen de internationale gemeenschap en het onvermogen van zowel de Kosovaarse regering als de internationale missies verdeeld blijft. De in het noorden woonachtige Serviërs weigeren namelijk nog altijd de regering in Pristina te erkennen.

In een gesprek met NRC Handelsblad onderstreept de oud-vertegenwoordiger van de EU in Kosovo, Pieter Feith, dat er nog veel werk aan de winkel is, vooral op het gebied van de rechtsstaat, economie en de bestrijding van corruptie. Hij herinnert er bovendien aan dat vijf EU-landen, te weten Griekenland, Cyprus, Roemenië, Spanje en Slovenië, weinig medewerking verleenden:

Cover

Ze hielden alles tegen waardoor Kosovo zich kon ontwikkelen. Ze wilden er een failed state van maken, een mislukt land.

Dat is ze nog bijna gelukt ook, als we Jutarnji List mogen geloven. De krant schrijft:

Cover

De instellingen in Kosovo zijn opgericht met toestemming van de internationale gemeenschap in plaats van door middel van democratische verkiezingen. De internationale gemeenschap heeft geen maatregelen getroffen nadat Europese waarnemers hadden geconstateerd dat ernstige onregelmatigheden een smet hadden geworpen op de verkiezingen. […] En in de strijd tegen corruptie blonken de autoriteiten in Kosovo noch de missie van de EU uit.

Voornaamste speler in deze crisis is Servië, wiens leiders zich kennelijk niet willen neerleggen bij het verlies, ook al zouden ze daarmee de onderhandelingen voor toetreding tot de EU belemmeren. Le Monde schrijft in deze context:

Cover

Sinds de overwinning van de nationalisten bij de algemene verkiezingen van 6 mei blijven de bedoelingen van de Servische leiders in nevelen gehuld. De EU blijft zeggen dat de normalisering van de betrekkingen tussen Belgrado en Pristina een voorwaarde is voor de Servische toetreding tot de EU, maar zonder de expliciete eis dat Belgrado Kosovo erkent. Tot nu toe is de dialoog die in maart 2011 werd gestart tussen beide regeringen nog niet hervat.

Voor de internationale gemeenschap is nog een mooie toekomst in Kosovo weggelegd, concludeert Jutarnji List:

Cover

Dat er een einde is gekomen aan de onafhankelijkheid onder toezicht komt eerder voort uit het verlangen van de internationale gemeenschap om zich minder bezig te houden met de kwestie Kosovo en daar minder geld aan te besteden dan uit de vooruitgang die Kosovo heeft geboekt. Hoewel de internationale gemeenschap herhaaldelijk heeft gemeld niet dezelfde fouten te willen begaan als in Bosnië-Herzegovina, heeft ze die toch niet weten te voorkomen. Zowel NAVO als de EU zijn dus wel gedwongen om nog lang in Kosovo te blijven. Toch is het besluit om een einde te maken aan de soevereiniteit onder toezicht van Kosovo een krachtig signaal aan Servië: de onafhankelijkheid van Kosovo staat buiten kijf en Belgrado moet leren leven met dit idee.