Het resultaat van de Italiaanse Eerste en Tweede Kamerverkiezingen lijkt op een afrekening met het bezuinigingsbeleid van de vertrekkende premier, Mario Monti, die als grote verliezer uit de bus komt. De doorbraak van de populist Beppe Grillo en de terugkeer van Silvio Berlusconi, die toch wordt beschouwd als de verantwoordelijke voor de crisis waarin het land verkeert, getuigen daarvan.

“Populisme, geschreeuw en leugens regeren”, schrijft de Süddeutsche Zeitung een dag na de parlements- en senaatsverkiezingen in Italië. Zonder Mario Monti, de grote verliezer, zou het land de crisis nooit overleefd hebben, benadrukt de krant uit München, die meent dat:

Cover

De Italiaanse stembusgang een bijzondere les is voor alle andere crisisslachtoffers in de EU: degene die aarzelt, verliest; degene die aanmoddert, wordt gestraft, aangezien de dingen die maar half gedaan worden, niet meetellen. De Italiaanse kiezers gaven via de stembus een zeer eenvoudige boodschap af: “we begrijpen er niets van”. We kunnen ze daarom niet uitlachen, want ze leven nu eenmaal in een land waarin het politieke klimaat bevorderlijk is voor halve waarheden en waar satire tot beleidsnorm wordt verheven. Twee komieken stelden zich kandidaat en werden beloond voor hun semi-honende uitspraken: Silvio Berlusconi en Beppe Grillo.

"Kiezer stort Italië in chaos", betreurt De Volkskrant. De krant is van mening dat Europa de grote verliezer is van de verkiezingen", gezien de nederlaag van Mario Monti:

Cover

In Brussel en de meeste Europese hoofdsteden hoopte men dat Monti, die eind 2011 aantrad om Italië van zijn financiële ondergang te redden, zijn hervormingsbeleid zou kunnen voortzetten door een verbond aan te gaan met de coalitie van Bersani [...] De opmars van [Silvio] Berlusconi [Beppe] Grillo's protestpartij moet de Europese leiders de nodige zorgen baren, zeker nu ook Spanje de giftige mix van worde over de bezuinigingen en de corruptie zichtbaar wordt.

In Athene maakt Kathimerini zich ongerust over het “risico op anarchie in Italië”. Bijna een jaar na de Griekse verkiezingen die gevolgd werden door een politieke impasse en een nieuwe stemming beschrijft de krant de analogie tussen de twee landen:

Cover

In Griekenland, kun je de "verontwaardigden" opsplitsen in drie politieke richtingen: de links-radicale partij SYRIZA, die al in het parlement zit, de populistische partij van Griekse onafhankelijken en de neonazi’s van de Gouden Dageraad. In Italië werd de hele bevolking meegesleept door het anti-systeem van de non-fascist Grillo, die de tragicus speelde, en een klein deel door het archetype van de Italiaanse politiek Berlusconi met zijn theatrale gebaren. Naast het populisme is een van de kenmerken die zowel Grillo als Berlusconi ieder op hun eigen niveau karakteriseren, de weerstand tegen de hegemonie van Duitsland en de daardoor ontluikende nationale trots.

“Het lijkt erop dat nu de handen van de nieuwe premier [Pier Luigi] Bersani zo stevig gebonden zijn, de rechtse oppositie hem ervan zal weerhouden de hervormingen voort te zetten die door Mario Monti op gang werden gebracht”, schrijft Rzeczpospolita in Warschau. Volgens de conservatieve krant:

Cover

Wordt er rekening gehouden met verschillende scenario’s. Misschien zijn er wel nieuwe verkiezingen nodig. Maar het probleem is dat om een herhaling van de huidige situatie te voorkomen, de verkiezingswet moet worden gewijzigd. Maar zou dat lukken met een gespleten parlement? Een nieuw parlement kiezen voor slechts één wet? Italië zit in een val.

Le Monde constateert van zijn kant dat “Anti-bezuinigings-Italië Europa alarmeert”. In zijn hoofdartikel beschouwt de Franse krant de politieke impasse waarin Italië de dag na de verkiezingen is beland als het “Basta Così!” [Nu is het genoeg!] van de Italiaanse kiezer. Een uitspraak die “verontrustend is voor het land en alarmerend voor Europa”:

Cover

De Italiaanse impasse is ook een ernstige waarschuwing aan het adres van Europa. In het land dat medeondertekenaar was van het Verdrag van Rome in 1957, en waarvan de Europese inzet het cement vormde, blijkt meer dan de helft van de kiezers kandidaten te steunen die heel hun campagne baseerden op een “nee” tegen “het Duitse Europa” (Berlusconi) of op een “nee” tegen Europa in zijn geheel, tegen de euro en de daarmee gepaard gaande verplichtingen (Grillo). De vraag wordt nu dan ook teruggelegd bij Brussel, Berlijn of Parijs: tot op welke hoogte kan een bezuinigingsbeleid worden opgelegd aan een publieke opinie die dat beleid steeds meer verwerpt, zoals in Italië, maar ook in Spanje, Griekenland en Portugal? Tot op welke hoogte is dat mogelijk zonder dat deze zorgwekkende breuk met de democratie zich verdiept? Tot op welke hoogte is deze contradictie houdbaar zonder dat daar morgen de eenheid van de Europese Unie zelf mee in gevaar wordt gebracht? De Europese leiders kunnen deze vragen niet langer ontwijken.

Europa struikelt over Berlusconi, kopt ABC in Madrid, die van mening is dat de Europese Unie “zich stoot aan het populisme”. Tegenover het succes van de voormalige premier en Beppe Grillo, lijkt het verlies van Mario Monti ook het verlies van de “Europese hervormingsgezinde rechtzinnigheid” te zijn. “De EU en de leiders die ‘de operatie Monti’ hadden uitgewerkt, moeten nadenken over de redenen voor dit debacle”, schrijft de krant. Commentator Ignacio Camacho vraagt zich af of het succes van de Vijfsterrenbeweging van Grillo zich ook verder in Europa, en dan vooral in het Zuiden, zou kunnen uitbreiden:

Cover

zijn sterke opkomst legt een sociale kwaal bloot die veel voorkomt in de Middellandse Zeeregio en die in het politieke moeras van Italië een stem heeft gevonden om uitdrukking te geven aan zijn anti-systeemfobie. Hetzelfde doen zal gemakkelijk zijn in de landen die, net als in Spanje, te maken kregen met een fors prestigeverlies van hun elite.