Generatie Erasmus, Europa’s laatste hoop

We hoeven er niet op te rekenen dat de leiders van de EU ons uit de crisis zullen halen, de toekomst zal vorm worden gegeven door de jongeren van de ‘verloren generatie’. Dat schrijft een Poolse filosoof in een betoog op hetzelfde moment dat Brussel financiering zoekt om ervoor te zorgen dat het Erasmus-programma niet ten onder gaat door de EU-bezuinigingen.

Gepubliceerd op 24 oktober 2012 om 16:13

Tot nu toe waren het vooral sociologen die zich hadden gebogen over de zogenoemde ‘verloren generatie’. Politici gebruikten die term liever niet, totdat de Italiaanse premier Mario Monti de ‘samenzwering van het zwijgen doorbrak door tegen zijn jonge landgenoten te zeggen: “Jullie zijn een verloren generatie”. Of, nauwkeuriger gezegd: “De waarheid, en helaas is het een onplezierige, is dat de belofte van hoop – in termen van verandering en verbetering van het systeem – alleen zal bestaan voor die jongeren die binnen een paar jaar volwassen zullen worden.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Britse premier David Cameron hadden hetzelfde kunnen zeggen, maar het is Monti die de weg heeft geplaveid. Dit betekent dat politieke leiders binnenkort ‘goed nieuws’ zullen verkondigen aan jongeren, bijvoorbeeld dat ze het leven dat hun ouders genoten maar beter kunnen vergeten. Want laten we het nog even heel duidelijk stellen: het zijn de heersende politieke en intellectuele elites die de schuld dragen voor de hedendaagse Europese crisis. Zij vormen een generatie leiders die is opgegroeid in een ‘kristallen paleis’.

Interessant genoeg hadden zij hun beschermde bestaan, in het genot van voorspoed en veiligheid, niet aan zichzelf te danken. Merkel en Cameron hadden dit net als de vroegere Duitse bondskanselier Gerhard Schröder en de voormalige Britse premier Tony Blair geërfd van hun voorgangers, en bleken slechts een efficiënt ‘consumenten-coöperatief’ te zijn, zoals Zygmunt Bauman dat noemt, door de vruchten te plukken van andermans werk en zich te warmen aan de gloed van successen die niet de hunne waren.

Het ‘precariaat’ raakt met name de jongeren

Europa werd in het leven geroepen en opgebouwd door een generatie voor wie het tragische verleden – belichaamd door Auschwitz – nog vers in het geheugen gegrift stond. De geestelijke vaders van de Europese Unie – Konrad Adenauer, Robert Schumann en Alcide De Gasperi – begrepen dat ze alleen iets duurzaams en goeds konden opbouwen door samen te werken. De Europese solidariteit bleek een zegen.

De hedendaagse heersende elites leven in totaal andere omstandigheden van veiligheid, vrede en een systematische verbetering van de levensstandaard. Dit is het gevolg van de opbouw van de verzorgingsstaat. Hoe kan het dat Europa na zo’n spectaculair succes tegenwoordig wellicht een even spectaculair fiasco ervaart? Dat komt doordat de huidige elites geloven dat zij de Europese Unie eenvoudigweg hebben geërfd van hun voorgangers, in plaats van de EU in bewaring te hebben gekregen voor hun kinderen. De mentaliteit en de geest van de mensen die Europa vandaag de dag leiden kan als volgt worden omschreven: “Laten we zoveel mogelijk van het leven genieten, omdat de Europese Unie binnenkort louter een herinnering zal zijn.

Wat is de belangrijkste, brandendste kwestie waar Europa momenteel mee te maken heeft? We zien het op de straten en pleinen van onze steden. “We hebben het recht om te stemmen, maar we hebben geen werk!” roepen de jonge werklozen. We hebben een democratie, maar geen brood en geen woning. Er ontstaat voor onze eigen ogen een ‘precariaat’. Uit wat voor soort mensen bestaat dit? Een toepasselijk en kort antwoord is afkomstig van Guy Standing, auteur van The Precariat: The New Dangerous Class, “uit vrijwel iedereen”. En de kern ervan wordt gevormd door jongeren.

De vier ‘A’s’

En het enige dat ze te horen krijgen van hun leiders is dat ze een ‘verloren generatie’ vormen, en dat de Europese Unie kan instorten. Het ‘precariaat’, zo merkt Standing op, heeft te maken met ‘vier A’s’: anger (boosheid), anomie (d.w.z. het ter ziele gaan van sociale banden), anxiety (angst) en alienation (vervreemding). Het gevolg van zo’n sociaal klimaat is wat zich in de zomer van 2011 in de straten van Londen heeft afgespeeld. Dit zijn de ‘nieuwe armen’, die niets gemeen hebben met de hulpeloosheid van de daklozen. Een generatie die aankijkt tegen een levenslang vooruitzicht van langdurige werkloosheid of flexbanen die niet voldoen aan hun kwalificaties of ambities. Zo’n toestand zorgt voor woede en wrok.

Haat mag, maar moet zich niet richten tegen de ander

De vraag waarmee we vandaag de dag worden geconfronteerd is: hoe kunnen we moed putten uit deze kwaadheid? Laten we in de eerste plaats niet vergeten dat geestelijke moed voortvloeit uit een moedige visie. Laten we het daarom hardop zeggen: “We mogen niet bang zijn voor onze haat”. We hebben er recht op, nu onze situatie zo is als zij is. Er is maar één voorwaarde: de boosheid, de revolte en de haat mogen zich niet richten tegen de ander. Zij mogen zich niet richten tegen de medemens, omdat dit alleen maar olie op het vuur zou gooien.

We zouden van onze wereld een ultieme nachtmerrie maken. De haat en de woede die miljoenen jonge Europeanen vandaag de dag in hun harten voelen, moeten tegen de onverschilligheid worden gericht. Ons categorische imperatief luidt vandaag de dag: “Ik haat mijn onverschilligheid”. In de tweede plaats schrijft Claus Leggewie in zijn beroemde boek Mut statt Wut [‘Moed in plaats van woede’, red.] dat grote veranderingen “constructieve verbeeldingskracht en initiatief” vergen. Wie kan er dan voor zorgen dat het geen egoïsme maar solidariteit, geen dodelijke concurrentie maar samenwerking, geen winstbejag maar duurzame ontwikkeling zullen zijn die opnieuw als richtsnoer zullen dienen voor een verenigd Europa?

De EU-leiders zijn de bron van de EU-problemen

Laten we eerst maar eens even vaststellen wie het zeker niet zullen doen, om ethische, intellectuele en geestelijke redenen. Dat zijn de Europese leiders. Degenen die de afgelopen twee jaar de Europese Unie met zoveel succes hebben gered dat zij spoedig alleen nog maar een herinnering zal blijken. De leiders zijn niet de oplossing voor de problemen van de Unie, maar de bron ervan. Aan Merkel of Hollande vragen ons uit de huidige crisis te trekken is als aan een blinde vragen impressionistische schilderijen te bespreken.

Maar wie dan wel? Hoe raar dit ook mag klinken, ik denk dat de laatste hoop voor Europa de Erasmus-generatie is. Een project dat, als we de eurocraten in Brussel mogen geloven, zo extravagant is dat het misschien zal moeten worden geschrapt als onderdeel van de ‘bezuinigingsmaatregelen’. Want waarom zouden we geld van de belastingbetalers uitgeven aan subsidies voor jonge Europeanen die – zo willen de geruchten – het grootste deel van hun tijd doorbrengen met vermaak? Aan de andere kant: zijn de conferenties, debatten en studiereizen van de eurocraten, plus de bijkomende servicekosten, die allemaal met ons belastinggeld worden gefinancierd, belangrijker voor de cohesie van de Europese Unie dan de financiering van de kans voor jonge mensen om ervaring op te doen door te wonen en studeren in een ander land?

Een crisis van de hoop

De Eramus-generatie wordt geconfronteerd met het vooruitzicht van werkloosheid. Het is een generatie die een crisis van de hoop ervaart. Tegelijkertijd is het een generatie die de diversiteit van Europa heeft leren kennen door contact met leeftijdsgenoten. Een generatie die, vanwege haar hopeloze situatie, begrijpt wat de grote Tsjechische filosoof Jan Patočka de ‘solidariteit van de geshockeerden’ noemde. Dit gemeenschappelijke lot betekent dat de Erasmus-generatie weet dat de wereld zoals we die vandaag de dag kennen ten einde komt. Welk nieuw begin staat ons te wachten? De toekomst ligt in onze handen. De tijd is gekomen dat de hedendaagse ‘verloren generatie’ een nieuw Europa gaat opbouwen. We hebben behoefte aan een nieuw progressief beleid dat niet is gebaseerd op de logica van economische groei, maar op een radicale stap in een andere richting. Vandaag de dag zijn de ‘werkelijk vrijen’ niet degenen die ‘meer, meer, meer!’ roepen (meer shoppen, meer kredieten en meer verwoesting van Moeder Aarde), maar degenen die de kracht en het vertrouwen hebben om ‘genoeg!’ te zeggen.

Jongeren van de generatie Erasmus, ik weet dat jullie zonder werk zitten, voortdurend beroofd worden van het vooruitzicht op een betere toekomst, maar vandaag vormen jullie Europa’s laatste hoop. Wie zullen de Europese Unie redden als jullie het niet doen? En wanneer, als het niet vandaag is? Doe het voor jullie zelf en voor jullie kinderen. De ‘Europese droom’ ligt in jullie handen.

Financiering

Nog onduidelijkheid over EU-begroting 2013

Op 23 oktober maakte de Europese Commissie bekend dat het 9 miljard euro extra nodig heeft om de kosten te dekken van het Erasmus-programma en andere Europese programma’s zoals het Europees Sociaal Fonds (ESF) en wetenschappelijke onderzoeksprogramma’s tot het eind van 2012. Intussen vinden nog steeds onderhandelingen plaats tussen de Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad over de begroting voor 2013.

Om de sociale en wetenschappelijke programma’s te kunnen behouden hebben leden van het Europees Parlement de Europese Raad gevraagd 1,9 miljard euro aan voorgestelde bezuinigingen terug te draaien. De Commissie heeft een begroting van 490 miljoen euro voorgesteld voor Erasmus-beurzen. Op 9 november zal een beslissing worden genomen.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp