Nieuws Economische crisis

Help de euro niet om zeep

Te midden van reddingsoperaties, zware bezuinigingsprogramma’s en agressieve obligatiemarkten beweren veel mensen dat de dagen van de gemeenschappelijke munt zijn geteld. Maar het uiteenvallen van de euro zou gepaard gaan met ongekend hoge kosten in technisch, economisch en politiek opzicht, schrijft het Britse blad The Economist.

Gepubliceerd op 3 december 2010 om 14:35

Op de obligatiemarkten werd de reddingsoperatie op 28 november van € 85 miljard voor Ierland met minachting begroet. De rendementen op de obligaties stegen niet alleen voor Ierland, maar ook voor Portugal, Spanje, Italië en zelfs voor België. De koers van de euro ging – opnieuw – omlaag. Nu het ene na het andere lapmiddel als redding uit de kast wordt gehaald, hebben de plechtige beloftes van de leiders van de EU – dat het uiteenvallen van de gemeenschappelijke munt ondenkbaar en onmogelijk is – intussen behoorlijk ingeboet aan overtuigingskracht. En dat leidt bij velen tot de vraag of de euro wel kan blijven voortbestaan.

Tegen het voortbestaan pleit dat Europese burgers niet langer onder het juk van de euro kunnen leven. In de perifere landen van de EU hunkeren sommige burgers ernaar dat hen de jaren van strenge bezuinigingen worden bespaard, die nodig zouden kunnen zijn om te zorgen dat lonen en prijzen weer concurrerend worden. In het door Duitsland gedomineerde deel van de EU zijn ze het zat om te blijven betalen voor de lamlendigheid van andere landen en daar heerst de angst dat ze als schuldeisers zullen moeten boeten, mocht de Europese Centrale Bank (ECB) de schulden van de achterblijvers kwijtschelden. Diep van binnen sluimert het sombere vermoeden dat dit een drama is en dat de eurozone ertoe veroordeeld zou kunnen zijn om dit telkens opnieuw te beleven. Dus waarom zou je er nu niet uitstappen?

Er dreigt van twee kanten gevaar

De financiële geschiedenis is doordrenkt van gebeurtenissen die zich in adembenemend tempo voltrokken van ondenkbaar tot onvermijdelijk: Groot-Brittannië verliet de gouden standaard in 1931, Argentinië stapte uit de dollarspilkoers in januari 2002. Maar het uiteenvallen van de euro zou gepaard gaan met ongekend hoge kosten op technisch, economisch en politiek vlak.

De euro kan op een van deze twee volgende manieren uiteenvallen. Een of meer zwakkere broeders (Griekenland, Ierland, Portugal, misschien Spanje) zouden uit de euro kunnen stappen, vermoedelijk om hun nieuwe valuta te devalueren. Of Duitsland, dat het gezeur beu is, zou, wellicht met Nederland en Oostenrijk in zijn kielzog, kunnen besluiten om de euro eruit te gooien en de D-Mark in ere te herstellen, die dan in waarde zou stijgen.

Hoe dan ook, de kosten zouden de pan uitrijzen. Ten eerste gaan de technische problemen om een nationale munt opnieuw in te voeren gepaard met enorme kosten, vanwege het herprogrammeren van alle computers en geldautomaten, het slaan van munten en het drukken van biljetten (de invoering van de euro vergde een voorbereidingsperiode van drie jaar). Iedere hint dat een zwakker land op het punt zou staan om uit de euro te stappen, zou een run veroorzaken op spaargelden en daarmee de banken, die toch al in de problemen zitten, nog verder verzwakken. Dat zou leiden tot controle van het kapitaalverkeer en misschien zelfs tot limieten op geldopname via de bank en dat zou op zijn beurt de handel de das om doen. Landen die uit de euro stappen zouden afgesneden worden van financiering met vreemd vermogen, misschien wel jarenlang, en zouden verder moeten interen op hun beschikbare middelen.

De grootste schuldeiser van het systeem

De berekening zou een fractie beter uitpakken als Duitsland uit de euro zou stappen. Ook in dat geval zou er een run ontstaan op de banken in Europa, omdat spaarders uit zwakkere landen zouden vluchten, met als gevolg dat de controle op het kapitaalverkeer opnieuw zou worden ingevoerd. Zelfs als Duitse banken extra spaargeld zou verwerven, dan nog zouden hun enorme activa in de eurozone worden afgewaardeerd: Duitsland is immers de grootste schuldeiser van het systeem. Tot slot zouden juist Duitse exporteurs, die het meest hebben geprofiteerd van een stabielere gemeenschappelijke munt, zich fel verzetten als ze opnieuw met een sterk in waarde stijgende D-Mark zouden worden opgescheept.

De economische aspecten van een uiteenvallen van de euro mogen twijfelachtig lijken, de politieke aspecten ervan dreigen een kettingreactie te veroorzaken die een regelrechte bedreiging vormt voor de constructie van de interne markt en de EU zelf. De EU en de euro zijn de ankers geweest van Duitsland na de oorlog. Als Duitsland uit de euro zou stappen, tegen enorme kosten, en de rest van de eurozone aan zijn lot zou overlaten, zou dat tot ernstige twijfel kunnen leiden over de Duitse betrokkenheid bij de EU.

Als een zwakker land eruit zou stappen, waarbij niet alleen Europese banken maar ook de munt risico lopen, dan zou dat land een paria worden die zijn leed zou exporteren naar de buurlanden. Als de controle op het kapitaalverkeer eenmaal zou zijn ingesteld, dan zou dat de Europese financiële markten schade berokkenen en zou het lastig worden om de grensoverschrijdende handel in Europa overeind te houden. Het ineenstorten van de interne markt, die er overigens meer dan wat of wie ook voor heeft gezorgd om Europa aan elkaar te smeden, zou een bedreiging vormen voor de EU zelf.

Ook al hebben bepaalde landen er momenteel veel spijt van dat ze zijn toegetreden tot de euro, het heeft geen zin om er nu uit te stappen. Maar het feit dat de euro zou moeten blijven bestaan, betekent niet dat het ook gebeurt. En als de Europese leiders niet snel in actie komen, dan zou het einde van de euro best in zicht kunnen komen.

Een gemeenschappelijke munt redden

Europese leiders hebben traag en terughoudend gereageerd op de druk uit de markt. Griekenland en nu ook Ierland dwongen hen tot het uitvoeren van reddingsoperaties en dat deden ze met tegenzin. Ze erkenden pas in een laat stadium dat sommige landen niet alleen overbruggingskredieten nodig hebben om vooruitgeholpen te worden, maar misschien ook niet in staat zijn hun schulden terug te betalen. Dat betekent dat een deel van de pijn ook aan de obligatiehouders zal worden doorgegeven.

Als de euro moet blijven bestaan, moeten de schuldeisende landen meer hulp bieden aan de landen met een overheidsschuld. Dat zouden ze direct zelf kunnen doen, maar ook de ECB zou kunnen zorgen voor meer liquiditeit bij banken of staatsobligaties kunnen opkopen voordat die te ver in waarde dalen. De ECB heeft aangegeven dat ze dat laatste wellicht weer gaat doen. Duitsland wil absoluut niet aan het idee om nog meer hulp te verlenen aan zwakke landen, vandaar dat het zo traag reageert om in te stemmen met reddingsoperaties en het land vastbesloten is om obligatiehouders te straffen. De onwil van Duitsland om zwakke en verkwistende lidstaten te subsidiëren is weliswaar begrijpelijk, maar het alternatief is een nog veel slechter idee.

Het is niet ondenkbaar dat er een einde komt aan de euro, maar het zou wel erg kostbaar zijn. Europese leiders weigeren echter de mogelijkheid onder ogen te zien dat het toch kan gebeuren en daarom slagen ze er niet in de noodzakelijke maatregelen te treffen om dit risico te vermijden.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp