Het DNA van mijn land is veranderd

Het zwarte goud bracht Noorwegen een ongekende welvaart, maar ergens in dat proces hebben de Noren beginselen als solidariteit en gelijkheid ingewisseld voor liberalisme en individualisme, betreurt een beroemde Noorse schrijver. Deze ontwikkeling zal waarschijnlijk zijn weerslag hebben op de parlementsverkiezingen van 9 september.

Gepubliceerd op 9 september 2013 om 08:27

In mijn ogen is de vorm van een DNA-molecule wonderschoon. Als je kijkt naar de dubbele helix, de strengen die zich om elkaar heen winden en de verbindingen die de baseparen vormen, dan is het alsof je een glimp van de oorsprong van al het leven opvangt. DNA doet denken aan genen, aan ons erfelijk materiaal, en vanuit die associatie wil ik nu de overstap maken naar de politiek.

Hoewel dit politiek gezien een vereenvoudigde voorstelling van zaken is, associëren veel Noren de bijna onvoorstelbare vooruitgang naar meer welvaart en welzijn in Noorwegen in de decennia na 1945 met de Noorse Arbeiderspartij [Det Norske Arbeiderpartiet, aanvankelijk afgekort tot DnA, tegenwoordig AP, red.]. Voor meerdere generaties die opgroeiden na de oorlog, was het dus niet vreemd om DnA te vergelijken met DNA.

In zijn boek Ill Fares the Land [Het land is moe, uitg. Contact, red.] verklaart historicus Tony Judt dat er nooit een markantere vooruitgang is waargenomen dan die waardoor de consensuele periode van de sociaaldemocratie werd gekenmerkt.

Tegenwoordig zouden nog maar weinig mensen de link leggen tussen de Arbeiderspartij en DNA. Het lijkt er eerder op dat de A van arbeid in de afkorting DnA vervangen is door de B van bank [DNB is een grote Noorse bank, red.].

Nieuwsbrief in het Nederlands

We verkwanselen ons erfgoed

Vroeger was het idee om de rijken iets af te nemen en dat aan de armen te geven. Nu moet iedereen rijk worden. Ons morele genotype is dus veranderd. De gezamenlijke inspanningen voor een rechtvaardige verdeling van de rijkdommen hebben plaatsgemaakt voor een individuele strijd om financieel gewin te realiseren.

Deze kritiek richt zich niet alleen op de Arbeiderspartij. Bewonderenswaardig aan het politieke streven in het naoorlogse Scandinavië was dat men probeerde een alternatief te vinden voor het socialisme en het kapitalisme: een soort derde weg. Vandaag de dag lijkt men deze zoektocht te hebben opgegeven. De DNB-mentaliteit heeft gezegevierd.

Nog niet zo lang geleden vonden wij het normaal dat bedrijven die van essentieel belang zijn voor de samenleving (op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, ouderenzorg, openbaar vervoer, onderzoek, infrastructuur) zich staande konden houden met andere prikkels dan enkel financieel gewin. Tegenwoordig is het commerciële aspect zelfs in deze sferen doorgedrongen, doordat er plannen zijn om deze bedrijven op grote schaal te privatiseren.

Wij zien niet in dat we bezig zijn ons erfgoed – het geloof in morele principes als gelijkheid, rechtvaardigheid en solidariteit – te verkwanselen, en dat wij er enkel het begrip ´vrijheid´ voor in de plaats stellen. En omdat er geen sprake meer is van een ideologisch debat, maar van een politiek waarbij men probeert op te vallen met de mooiste verkiezingskraam, zijn er niet veel mensen meer die begrijpen dat het hier om twee verschillende samenlevingsmodellen gaat. Want meer vrijheid betekent altijd minder gelijkheid; meer vrijheid vergroot de verschillen tussen de mensen.

Samenleving is veranderd in onderneming

Wat ik het meest mis, is om eens te kunnen afrekenen met het dogma ´meer groei´. Met het idee dat groei oneindig door kan gaan en dat het belangrijkste voor een land is om veel winst te maken. Van een samenleving is Noorwegen veranderd in een onderneming: Norge AS [Noorwegen NV, red.].

Maar wat zijn we rijk geworden! Zo rijk dat we er nagenoeg gevoelloos door zijn geworden. De rest van de wereld bestaat niet. Symptomatisch hiervoor is dat er in de huidige verkiezingscampagne zo weinig aandacht wordt besteed aan de internationale politiek en de conditie waarin onze planeet verkeert.

Wij spreken onze afkeuring uit als we in landen komen waar de rijken zich hebben verschanst in enclaves om anderen - armere mensen - buiten te sluiten. Maar we zien niet dat wij dit zelf ook doen. Heel Noorwegen is bezig in zo´n enclave te veranderen; het enige dat straks nog ontbreekt is een hoge muur langs de grens, met glasscherven erop.

Dat wij zo welvarend en verwend zijn geworden, komt door het fabelachtige succes van de aardolie. Maar om deze voorspoed te bereiken, moest het geweten het zwijgen worden opgelegd. Daar komt nog bij dat wij ons verder hebben verrijkt in tijden van oorlog. Zoals Aftenposten op 3 augustus in een redactioneel artikel schreef: “Als het slecht gaat in de wereld, gaat het met Noorwegen meestal goed.” Moeilijker is het om je ogen te sluiten voor alle schade die de olie- en gasproductie aanricht aan de atmosfeer.

Op aardolie gebaseerde welvaart is kwetsbaar

Bijna dagelijks lezen we in de krant dat het klimaatprobleem vraagt om een nieuwe economie. Eén ding is zeker: Noorwegen is niet van plan om op dit vlak het voortouw te nemen. Een dergelijke koerswijziging zou zo impopulair zijn dat onze leiders dit niet durven voor te stellen.

Zij beperken zich tot symbolische maatregelen en een CO2-heffing die de aardoliewinning op geen enkele manier terugdringt. De politieke leiders zeggen weliswaar dat zij verplicht zijn om toe te werken naar een CO2-neutrale economie, maar achter de schermen spannen ze zich in om de laatste gas- en aardolievelden te vinden en te exploiteren.

En de meerderheid van de Noren steunt hen. Wie wil er nu echt een bindend internationaal klimaatverdrag dat de Noorse olieproductie zou afremmen? Wie wil er een verandering die zou kunnen leiden tot lagere olieprijzen, met als gevolg een krimp van de Noorse economie, een hoge werkloosheid en een daling van de welvaart?

Onze op aardolie gebaseerde welvaart is uiterst kwetsbaar. Daarom proberen we het morele dilemma dat ermee gepaard gaat, onder het tapijt te vegen. Ook al zijn wij ons bewust van de negatieve gevolgen van de productie van fossiele brandstoffen.

Zouden wij niet een beleid moeten overwegen dat een radicale systeemverandering voorstaat? Waarom stemmen wij niet allemaal op kandidaten die zich hard maken voor deze zaak?

Omdat wij altijd meer willen. Omdat ons land niet bestuurd wordt door de DNA, maar - in figuurlijke zin - door de DNB. Noorwegen is een bank geworden, en dat schept ook een democratisch probleem.

Verkiezingen Noorwegen 2013

Sociaaldemocraten op hun retour?

Na acht jaar op het regeringspluche te hebben gezeten, zal de coalitie van sociaaldemocraten van premier Jens Stoltenberg en de Groenen op 9 september waarschijnlijk door de kiezers naar huis worden gestuurd.
Volgens Aftenposten wijzen de peilingen erop dat slechts 40,8% van de kiezers zijn stem aan de coalitie zal geven, en dat 54,6% de voorkeur geven aan een centrumrechtse coalitie geleid door de conservatieve politica Erna Solberg waaraan ook de anti-immgratie populisten van de Vooruitgangspartij (FrP) zullen deelnemen. De FrP zou de op twee na grootste partij worden.
De verkiezingscampagne draaide voornamelijk om het gebruik van de huidige aardolie-inkomsten en om de mogelijke oplossingen als de aardoliebron eenmaal uitgeput zal zijn, zo valt te lezen in Dagbladet. Andere hete hangijzers zijn de invoering van een speciale miljonairsbelasting en de hervorming van het zorgstelsel.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp