Langs de Via Ostiense proberen ze op allerlei manieren niet op te vallen. Afghaanse vluchtelingen die in de Italiaanse hoofdstad zijn gestrand, kunnen Rome slechts moeilijk verlaten. Het is onmogelijk om hier te wonen, maar ook onmogelijk om te vertrekken. "Ik zit te wachten op de goedkeuring van mijn asielaanvraag" zegt Samadeli. Iedereen zegt hetzelfde, zonder onderscheid. Overdag zitten ze bij de uitgang van het metrostation Piramide, lijn B richting Laurentina, in groepjes van vier, tussen bierflesjes van Peroni en gebruikte zakdoeken. Ze spreken Pasjtoe (de taal van de Pathanen uit Afghanistan) en wantrouwen vreemdelingen om zich heen. Sommigen zijn erg jong, anderen oud: allemaal hebben ze asiel aangevraagd. "Ik zou graag ergens anders heen willen, maar ik zit vast. Ik moest asiel aanvragen in Griekenland, maar ik ben daar weggegaan omdat ik me daar niet goed voelde. Ik had geen werk. Hier werk ik een beetje hier en daar, soms help ik een vriend. Ik kan niet blijven, maar ook niet vertrekken. Ik wil niet weer asiel aanvragen in Athene. En ik kan nu ook niet meer terug naar mijn geboortestad Kaboel".
Gevlucht voor de guerrilla in Afghanistan
Alle verhalen zijn vrijwel identiek, de getuigenis van één persoon geldt voor iedereen: de tocht door Iran en Turkije, dan de zee, vervolgens Griekenland en ten slotte de aankomst in Italië, waar ze maandenlang zitten te wachten totdat ze mogen doorreizen. Volgens de Dublin II-verordening moeten vreemdelingen asiel aanvragen in het eerste land waar ze aankomen. Het eerste land is meestal Griekenland, terwijl dit niet meer dan een doorreisland is. "Ik wist niet eens of ik wel in Italië kon blijven, ik wilde ten eerste mijn broer opzoeken," vertelt een jongeman van 20 jaar, "het was niet mijn bedoeling om hier asiel aanvragen. Maar in Griekenland hadden ze mijn vingerafdrukken afgenomen. Ik hoopte in Europa geluk en bescherming te vinden, daarom ben ik per slot van rekening gevlucht voor de guerrilla in Afghanistan. Maar uiteindelijk voel ik me hier ook net een gevangene. Ik ben uit Athene gevlucht, net zoals eerder uit Ghazni. Maar niets is veranderd. Waar ik ook ben, ik word als vluchteling behandeld en niet als mens."
Komen en gaan maakt solidaire gemeenschap moeilijk
Op een kampeerplaats die als slaapgelegenheid dient, iets verder vanaf het station, staan de tenten schots en scheef vlak naast elkaar, gescheiden door wasgoed dat te drogen hangt. Dit doet Samadali denken aan de bergketen van Safed Koh. "Ruik eens aan dit stuk leer, ik heb het meegenomen uit mijn land!" Ghazni (een plaats op 200 kilometer ten westen van Kaboel) staat bekend om de fabricage van geborduurd leer. In deze bergketen houden de Taliban zich schuil. Sommigen denken overigens dat Ben Laden zich daar nog altijd verbergt. Vluchtelingen van Safed Koh verbergen zich onder een oude treinwagon. Tussen de wielen. En dat gebeurt hier, in Rome, Italië, Europa. "Gisteren nog sliep een jongen naast mijn tent. Hij is drie weken gebleven en toen vertrokken. Ze hebben hem meegenomen naar een centrum omdat hij nog maar vijftien was."
Door dit komen en gaan in het kamp ontstaat er geen solidaire gemeenschap. Alem komt af en toe op bezoek. "Ik kom niet voor iemand in het bijzonder," legt hij uit. "Er blijven maar heel weinig mensen. Dat zijn in het algemeen volwassenen. Ik kom vooral even kijken of ze nog OK zijn en weten te overleven." Hij is op zijn vijftiende naar Italië gekomen nadat zijn ouders waren overleden. Na de Peloponnesus heeft hij twee nachten in Ostiense doorgebracht: "Ze hebben me gelijk naar een opvanghuis gestuurd. Ik heb asiel gekregen, maar het wachten (twee jaar lang) was verschrikkelijk. Ik was bang," geeft hij toe. Alem is tegenwoordig in de leer bij een boekhoudkundige afdeling in Rome en zijn kenmerkende verhaal is zelfs een van de vijf getuigenissen in het boek La città dei ragazzi van de schrijver Eraldo Affinati. "Ik wilde mijn verhaal op papier zetten. Mijn boek publiceren," voegt de Afghaan glimlachend toe. Samadali haalt een verfrommeld artikel uit zijn zak. Hij heeft dit ruim een jaar geleden uit een nationaal dagblad geknipt: "Heb je het gezien? Lees maar. Ik kende deze man, hij komt uit hetzelfde land als ik. Hij is hangend aan een vrachtwagen vanuit Griekenland naar Italië gekomen. Petje af!"
Het begint laat te worden en iedereen kruipt de tent in. Alem groet hen, noemt sommigen bij hun naam. "Ze worden behandeld als doorreizigers die moeten worden weggejaagd of teruggestuurd naar waar ze vandaan komen of die ergens anders heen moeten worden gestuurd. De overheid verplaatst en verspreidt de kampeerplaatsen", zegt hij. "Toch zijn we ontsnapt aan de oorlog. We gaan nooit meer terug naar Afghanistan, zelfs niet voor vijf minuten. En niemand van ons weet waar hij morgen zal zijn, waar hij zal kunnen leven. We verbergen ons. We bewegen ons niet. En we wachten af. Dat is echt het beste wat we kunnen doen: je kunt beter beschutting zoeken dan altijd maar onderweg zijn."
Maria Cerino