De eerste dag van Chanoeka voor de Brandenburger Tor, 2008. (AFP)

Nieuwe generatie joden brengt normaliteit dichterbij

De gemeenschap van naar schatting 200.000 joden in Duitsland beleeft de grootste kentering in de naoorlogse geschiedenis, niet alleen vanwege een ware immigratiegolf uit de voormalige Sovjetrepublieken, maar ook door een nieuwe generatie, die veel verder af staan van de Holocaust en Israël, zo schrijft de Duitse weekkrant Die Zeit.

Gepubliceerd op 9 februari 2010 om 16:23
De eerste dag van Chanoeka voor de Brandenburger Tor, 2008. (AFP)

Een van de joodse grappen die Lena Gorelik graag vertelt, gaat zo: een joodse Robinson Crusoe komt op een verlaten eiland terecht. Als hij jaren later wordt gevonden, laat hij zijn redders het eiland zien. Hij heeft twee kleine synagogen gebouwd. „Waarom twee?“ vragen de bezoekers. "Dat is de synagoge die ik bezoek. En in deze synagoge ga ik in geen geval naar binnen." Lena Gorelik (28) uit München is een schrijfster van Russisch-Joodse afkomst en vertelt deze mop in haar roman ‘Hochzeit in Jerusalem’. De gestrande joodse Robinson, een overlevende, die meteen maar twee synagogen bouwt – een treffende gelijkenis met het jodendom in Duitsland na de Holocaust.

Lena Gorelik kwam in 1991 als kind van Russische immigranten naar Duitsland en beschikt tegenwoordig ook over twee synagogen, aan de hand waarvan ze haar jodendom definieert. Ze heeft aansluiting gevonden bij de liberale joodse gemeente Beth Shalom, die sinds kort in München het progressieve jodendom op Amerikaanse leest geschoeid in praktijk brengt. Lena is niet religieus opgevoed. Maar nu ze in verwachting is van haar eerste zoon, vindt ze het toch wel belangrijk om zich aan te sluiten bij een gemeente. En de liberalen stonden open voor haar zoektocht op religieus gebied.

Het Duitse jodendom staat voor een grote kentering

Ze zou de diensten in de orthodoxe synagoge van München beslist niet bezoeken: want daar zijn ze gesloten, conservatief ‚ en zitten ze vast in een "bunkermentaliteit". Deze gemeente is de een na grootste in Duitsland, na Berlijn, en wordt al 25 jaar geleid door Charlotte Knobloch, voorzitster van de Centrale Joodse Raad in Duitsland, die hier al vier jaar het openbare beeld van het jodendom bepaalt. Nu het einde van haar ambtstermijn nadert, staat het jodendom in Duitsland voor de grootste kentering in de naoorlogse geschiedenis. Als deze 77-jarige overlevende van de Holocaust aftreedt wordt pas werkelijk duidelijk dat daarmee ook de generatie van getuigen en overlevenden van de Holocaust weggaat.

Nieuwsbrief in het Nederlands

"Er is een einde gekomen aan de eigen definitie van joden over de massavernietiging”, zegt Cilly Kugelmann van het Joods Museum in Berlijn. Haar uitspraak is niet lichtzinnig, juist omdat hiermee het jodendom van de generatie van haar ouders tot iets historisch wordt gemaakt. De antwoorden op nieuwe vragen zullen niet meer uitsluitend van de Centrale Raad komen. Joodse vertegenwoordigers hebben wel altijd gewaarschuwd voor antisemitisme, neonazisme en antizionisme, maar vergaten een positief beeld van het jodendom te schetsen. Of van het handjevol publicisten die tegenwoordig nog altijd het Duits-Joodse debat beheersen. En nu dient zich een nieuwe generatie aan.

Oliver Polak, een komiek die de grenzen opzoekt

Zoals de komiek Oliver Polak, wiens eerste boek een enorm succes kent. Aan de titel kun je al aflezen dat hij veel plezier beleeft aan het opzoeken van de grenzen van de goede smaak: *Ich darf das, ich bin Jude*. Op het omslag zien we de auteur met een herdershond die een muts van de Duitse Wehrmacht op zijn kop heeft en een davidster om zijn nek draagt.

De zoon van een overlevende van de Holocaust beschrijft het wilde en soms ook ontroerend treurige en komische leven van een mollig jochie, dat eigenlijk net zo opgroeit als elk ander jongetje in de Duitse provincie, behalve dan dat hij Polak heet, joods is en zijn vader "het wandelende slechte geweten van de provinciestad" is: "En toen kwam ik ook nog: als een soort waarschuwing – the next generation. Of ik dat nu wilde of niet.” Polak distantieert zich weliswaar van de Centrale Raad, maar niet van het jodendom. Integendeel. Het joodse leven is voor de kunstvorm van Polak het beste materiaal.

90% van de joodse gemeenschap bestaat uit nieuwe immigranten

De joden maken een extreme vorm van het proces mee, waarin heel Duitsland zich bevindt, namelijk dat het een immigratieland wordt: 90% van de leden van de joodse gemeenschap zijn nieuwe immigranten. Ze kwamen de afgelopen twee decennia voornamelijk uit de voormalige Sovjet-Unie. In 2002 immigreerden er zelfs meer postsovjet joden in Duitsland dan in Israël. De Jewish Agency drong er – overigens zonder enig succes - bij de Duitse regering op aan om de voorwaarden voor Russische joden te verscherpen, zodat er meer mensen naar Israël zouden komen. Ironie ten top: de Duitse regering die van joodse zijde wordt gesommeerd om zich niet zo genereus tegenover joden op te stellen.

En dan is er nog een derde factor, die de kijk op het joodse thema beïnvloedt: de minderheid met een verwante en toch vreemde religie, waardoor de meerderheid zich geprovoceerd voelt in haar identiteit, dat zijn tegenwoordig geen joden, maar moslims. Veel joden bezien dat met gemengde gevoelens. Ze vrezen dat het debat over de islam in het teken van boerka, minaretten en hoofddoeken zal uitmonden in een defensieve veldslag van de onzeker geworden meerderheid tegen een multireligieuze samenleving.

Een paradoxe ontwikkeling: de joodse minderheid is weliswaar gegroeid, maar er is relatief minder publieke belangstelling voor. Daarmee is een nieuw soort kalmte mogelijk geworden, of, om het taboewoord in Duits-Joodse zaken te gebruiken: normaliteit komt dichterbij.

Geschiedenis

Gedenksteen voor Albanezen die joden redden

In het nationaal historisch museum van Tirana is afgelopen dinsdag een marmeren gedenksteen onthuld met daarin 65 namen gegraveerd. De steen is ter nagedachtenis aan de 65 Albaneze "Rechtvaardigen" die joden hebben gered tijdens de Tweede Wereldoorlog. Eind jaren dertig telde Albanië, waar voornamelijk moslims wonen, slechts 200 joden op een totaal van 803.000 inwoners. Eind 1944, na twee jaar Duitse bezetting, waren het er 2.500. "Dit kleine Balkanland heeft niet alleen de joden die op hun grondgebied woonden bescherming geboden, maar heeft alle joodse vluchtelingen die uit Polen, Duitsland, Oostenrijk, Griekenland, Bulgarije of voormalig Joegoslavië kwamen, opgevangen. Het Albanese toevluchtsoord was zo veilig dat de joodse bevolking gedurende de Tweede Wereldoorlog niet afnam, maar juist toenam: een unicum in Europa", schrijft Le Figaro. De redenen voor deze "uitzonderlijke gastvrijheid", verklaart de krant, moeten we zoeken in de erecode die de Albanezen naleven: de Kanun. Een van de regels hierin, de Besa ("zijn belofte nakomen") verplicht elk mens om zijn buurman, vriend of een onbekende te beschermen tot de dood.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp