Obama, bondgenoot zonder glans

Gepubliceerd op 2 november 2012 om 16:08

Het contrast is opvallend. Terwijl de Europese media angstvallig de minste of geringste verschuiving in de peilingen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen in de gaten houden en het weerbericht voor New York van minuut tot minuut hebben gevolgd, is het woord Europa niet één keer gevallen tijdens het laaste debat tussen Barack Obama en Mitt Romney. Europese waarnemers hebben daaruit afgeleid dat Europa niet meer meetelt in de wereld. Het is ook een teken dat de Verenigde Staten een totale visie laten varen en zich weer richten op wat zij beschouwen als hun eigen belangen: economie en werkgelegenheid, de betrekkingen met China of hun sociale zekerheid.

Alom wordt erkend dat Barack Obama een keerpunt symboliseert, dat van een Amerika dat geen verwantschap meer voelt met het oude continent. Obama, die op Hawaï is geboren als zoon van een Afrikaanse vader en is opgegroeid in Indonesië, is president van een land waar het aandeel Latino’s, zwarten en van oorsprong Aziatische bevolking gestaag blijft toenemen. En zelfs de Republikeinse kandidaat, weliswaar afgevaardigde van New-England maar mormoon, heeft weinig meer van doen met die WASP-elite (blank, angelsaksisch en protestant) die decennia lang de toon zette in de binnenlandse en buitenlandse politiek.

Tijdens het (eerste?) mandaat van Barack Obama zat Europa opgezadeld met twee erfenissen: die van de oorlogen in Irak en Afghanistan en die van de kredietcrisis die in 2007 uitbrak. Na een aantal hoogoplopende interne debatten (die de val veroorzaakten van een Nederlands kabinet) en spanningen binnen de NAVO, zijn de meeste Europese landen begonnen zich terug te trekken uit Afghanistan of hebben ze dat inmiddels al gedaan, zonder dat daardoor hun band met Amerika of de eenheid van de EU op losse schroeven is komen te staan, zoals in 2003 het geval was met de oorlog in Irak.

De kredietcrisis daarentegen, die is veranderd in een banken- en schuldencrisis, een economische crisis en een maatschappelijke crisis, is een erfenis die heel wat moeilijker te verteren is. Ondanks de vele bijeenkomsten van de G8 en de G20 en talloze telefoontjes van Obama met Europese leiders, lijkt men er niet in geslaagd de problemen op een doeltreffende manier gezamenlijk aan te pakken. En ondanks de invloed van de dollar op de euro en omgekeerd, hebben Washington en de eurozone geen gezamenlijk monetair beleid opgesteld, met name ten aanzien van de Chinese yuan.

Barack Obama, die de transatlatische betrekkingen per videoconferentie onderhoudt, mag de Britten en de Fransen dan hebben gesteund tijdens hun interventie in Libië door de militaire middelen te verstrekken die hen ontbraken, waarmee hij hen een pijnlijke nederlaag bespaarde, maar hij liet de Europeanen zo goed als in de steek tijdens de conferentie over klimaatverandering, waardoor de aarde wellicht een paar kostbare jaren heeft verloren.

Voor Europa is het “Yes, we can” van de presidentskandidaat die in 2008 in Berlijn tienduizenden hoopvolle mensen op de been bracht, een glansloze overgangsperiode gebleken. Maar de Europeanen blijven voor Obama “stemmen”. Een posthistorisch continent is beter af met wat geluwde betrekkingen dan met het misbaar van Bush of het onbegrijpelijke conservatisme van Mitt Romney.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!