Cluj-Napoca krijgt kleur

Een modern kunstcentrum, gevestigd in een oude fabriek in de hoofdstad van Transsylvanië, probeert onder leiding van een aantal galerieën en kunstenaarscollectieven een naam op te bouwen in de Europese kunstwereld.

Gepubliceerd op 4 mei 2012 om 11:07

Aan weerszijden van de weg staan kille gebouwen van instanties en fabrieken. Vlak naast een deur staat een lamp met drie gekleurde lichten, die van kleur verandert en overgaat van groen in rood. Het is geen verkeerslicht, maar dient als meter waarmee de vrijgevigheid van de huidige maatschappij wordt aangeduid. De meter staat op rood als de maatschappij geen geld meer heeft voor cultuur en op groen als er geld is binnengekomen voor de kunsten. Verdwaald tussen de blokken beton en metalen deuren is een kantoor gevestigd: zou dat van de ploegbaas zijn of van de hoofdingenieur? Geen van beiden, hier houdt cultureel manager Rarita Zbranca kantoor.

Vier etages, elk met galerieën, ateliers en woonruimte. Elke etage heeft een oppervlak van 500 vierkante meter. Rond het middaguur heerst hier nog serene rust. Deze ruimtes komen pas uren later tot leven en als er exposities of voorstellingen zijn, kunnen bezoekers hier tot laat in de avond blijven. Vooral omdat teams elkaar aflossen in een poging de cultuur te onderhouden: conferenties die worden gesteund door bekende personen uit Cluj, kunstwerken die door andere Europese kunstenaars worden geëxposeerd, documentaires die op schermen worden geprojecteerd. Het blijkt vooral erg lastig om door te dringen tot de ateliers van beeldhouwers en schilders - dat is hun eigen wereld.

Uit nood geboren

Het concept werd uit nood geboren: aangezien het zo lastig was om een kunstgalerie te openen in Cluj-Napoca, het tweede kunstcentrum van Roemenië, besloten kunstenaars hun krachten hier te bundelen. Vanuit deze optiek is het nieuwe centrum voor moderne kunst het bewijs dat de economische crisis ook iets goeds kan voortbrengen. De huur kon in 2009 voor een galerie nog wel oplopen tot 10 euro per vierkante meter in het centrum van de stad.

Culturele organisaties rekenden er al op dat ze wegens gebrek aan geld en sponsors het hoofd in de schoot zouden moeten leggen. Het ging onder andere om de Stichting AltArt en de Galerie Plan B van Rarita Zbranca, stuwende krachten achter de moderne visuele kunst. Vervolgens ontdekten de collega’s van Galerie Sabot het gebouw van de oude penselenfabriek, vertelt Rarita. Financieel gezien kon het haast niet goedkoper: slechts 2 euro per vierkante meter. Ze voegt eraan toe dat ze een paar maanden heeft lopen dubben, maar toen "heb ik een vereniging opgericht met de naam De Penselenfabriek." Tegenwoordig omvat dit gemeenschappelijke project 46 eenheden, waaronder negen collectieven, vijf galerieën en 32 kunstenaars.

Nieuwsbrief in het Nederlands

Toch moeten we niet denken dat hiermee een nieuw instituut is ontstaan. De kunstenaars zitten weliswaar onder één dak, maar behouden ieder een eigen visie op de kunst. Hier worden afwisselend toneelstukken of dansvoorstellingen opgevoerd, op andere dagen worden er exposities georganiseerd van schilder- of beeldhouwkunst, maar er worden ook films geprojecteerd. “We zorgen ervoor dat al deze activiteiten worden gepromoot. We hebben hier een coherente relatie met het publiek. Het is een pelgrimsoord voor moderne kunst”, vertelt Rarita Zbranca. Het resultaat van deze gedeelde visie was te zien tussen 2009 en 2011, een periode waarin de cultuurfabriek onderdak bood aan veertig voorstellingen, vijftig exposities, dertig workshops, tien festivals en vijftien conferences.

Sponsoren lopen de deur niet plat

Buiten een feestelijke sfeer is er ook behoefte aan financiële steun. “Roemenen kennen geen cultuur van sponsoring”, onderstreept de cultureel manager. Sponsors lopen de deur dan ook niet plat. Een kunstenaar moet een plek hebben om te kunnen scheppen, maar de huur moet betaald en het benodigde materiaal aangeschaft. Kunstenaars kunnen niet rondkomen van hun kunst, dus nemen ze bijbaantjes. Daniela Cristina Gagiu werkt bijvoorbeeld als binnenhuisarchitect. Volgens haar ”is het het lot van de moderne kunstenaar in Roemenië om te proberen te overleven". Sommige kunstenaars werken inderdaad dag en nacht. Overdag hebben ze hun bijbaan en 's avonds komen ze naar hun atelier in de fabriek.

De eerste sponsors van kunstenaars in Cluj waren buitenlanders, die dankzij de inzet van Noorwegen, Liechtenstein en IJsland in het kader van een financieel steunfonds van de Europese Economische Ruimte (EER), met een project van 75 duizend euro kwamen aanzetten. Vervolgens zorgden deze mensen voor een aantal voorzieningen, zoals geluidsinstallaties of dansvloeren. Aanvankelijk kreeg de fabriek geen steun van de lokale autoriteiten, maar daar is inmiddels verandering in gekomen, vertelt Rarita. De burgemeester van Cluj bood persoonlijk een subsidie aan van dertig duizend lei [ongeveer negen duizend euro, red.].

Vanaf dat moment gingen de zaken pas goed lopen met een financiering van het bestuur van het nationale culturele fonds, bestemd voor een zomerschool die in het gebouw van de fabriek zal worden georganiseerd. ”De Penselenfabriek zou naast de Roemeense overheid moeten uitgroeien tot initiator van een alternatief cultureel beleid, met als voordeel dat dergelijke programma’s in de fabriek zelf kunnen worden uitgetest”, zegt Rarita Zbranca. Uiteraard moeten de ideeën eerst in de fabriek worden “gesmeed”. Te meer omdat de stad Cluj ernaar streeft om in 2020 Culturele hoofdstad van Europa te worden [van 9 tot 20 mei doet de stad mee aan het Transeuropa Festival, red.].

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp