Op het hoogtepunt van de economische crisis is het na een lange reeks verkeerde keuzes van de leiders, en vooral van de vertrekkende premiers, nu de beurt aan niet-politici. Hier in Griekenland is dat Lucas Papademos, voormalig gouverneur van de Griekse Centrale Bank. In Italië, dat in deze soevereine schuldencrisis vermoedelijk de volgende zwakke schakel van de eurozone zal blijken te zijn, is het niet anders: de regering is opgestapt en een voormalig lid van de Europese Commissie, met goede contacten in de Europese bankwereld, zal waarschijnlijk de nieuwe regering gaan leiden.

De overeenkomsten zijn opvallend. In beide gevallen is het politieke systeem niet in staat gebleken de crisis aan te pakken. In Griekenland heeft de regering van de socialist George Papandreou, ondanks het feit dat aan alle eisen van de Europese geldschieters tegemoet is gekomen, het vertrouwen van het volk verloren, vooral na het besluit van de vertrekkende premier – waar hij naderhand op terug is gekomen – om een referendum te houden. Dat was het begin van het einde en heeft de vorming van een regering van nationale eenheid met rechts aanzienlijk vereenvoudigd.

Berlijn, Parijs en Brussel eisten een technocraat als regeringsleider

Berlijn, Parijs en Brussel hebben de gelegenheid aangegrepen om van de twee belangrijkste partijen medewerking te eisen door een technocraat aan het hoofd te benoemen, omdat ze geen vertrouwen meer hadden in de politieke leiders. Papandreou is door zijn voorstel voor een referendum buitenspel gezet. Zijn rivaal Antonis Samaras, leider van de partij Nieuwe democratie, die heen en weer werd geslingerd tussen zijn persoonlijke ambities en de felheid van zijn achterban, is terug bij af. Hij steunt Papademos volledig en zal zijn goedkeuring hechten aan de besluiten die diens regering gedurende haar mandaat zal moeten uitvoeren. Beide partijen zijn overeengekomen dat dit mandaat in februari aanstaande zal eindigen.

Intussen dient zich echter een nieuwe realiteit aan. De regering Papademos moet de begroting voor 2012 goedkeuren en het Europese akkoord van 27 oktober, dat voorziet in een verlaging van de schuld met 50% en in aanvullende bezuinigingsmaatregelen, door het Parlement loodsen. Het is niet gezegd dat hem dit voor het einde van zijn mandaat zal lukken. Hij heeft de steun van Europa, dat er a priori vertrouwen in heeft dat hij het akkoord van 27 oktober zal uitvoeren en er geen bezwaar tegen zou hebben als het mandaat van deze regering wordt verlengd.

Natuurlijk hangt alles af van de binnenlandse situatie, van de wensen en behoeften van politieke partijen, leiders en kamerleden. Er is echter veel veranderd en het is niet uitgesloten dat deze regering in haar missie slaagt.