Honderden inwoners van Athene trotseren de herfstkou en staan dicht op elkaar gepakt te wachten op een kom soep uit de gaarkeuken. Ik blijf net ietsje langer staan om het armoedige tafereel gade te slaan dan een welopgevoed iemand waarschijnlijk gedaan zou hebben. Een man begint me uit te schelden en maakt me duidelijk dat ik moet oprotten.

We bevinden ons slechts op een steenworp afstand vanMonodrome, de internationale biënnale van Athene. De term betekent zoiets als “doodlopende straat”. De tentoonstelling wil commentaar leveren op de Griekse crisis, maar ik ga er weg met het verwarrende gevoel dat de tentoongestelde werken zeer veelzeggend zijn over de algemene toestand waarin het Europese project verkeert.

Symbolisch genoeg is de biënnale ondergebracht in een leegstaand schoolgebouw in een van de armoedigste wijken van de stad. Het is een imposant bouwwerk uit de jaren dertig dat nu verlaten is. De verf bladdert van de muren af. Op de muren is her en der nog de graffiti te zien die de leerlingen erop hebben gekalkt.

Reilen en zeilen van Biënnale wordt gedaan door vrijwilligers

Op de hele verdieping is de geluidsband te horen van een installatie waarop mensenmassa’s te zien zijn die slogans scanderen. In een hoek zijn marmeren sculpturen die vervormde dozen voorstellen die neergezet zijn alsof het oude, vergeten verhuisdozen zijn. In een andere zaal worden op een televisie aan elkaar geplakte fragmenten vertoond van grote overwinningen van Griekse sporthelden onder gejuich van het publiek.

Noch de kunstenaars, noch de curator van de tentoonstelling krijgen voor hun werkzaamheden betaald. Het dagelijkse reilen en zeilen van de biënnale wordt geregeld door vrijwilligers. De zoektocht naar sponsors heeft niets opgeleverd. Het steunen van een dergelijk “nutteloos” evenement zou waarschijnlijk worden gezien als aanstootgevend in deze tijd waarin Griekenland op het randje van een implosie staat.

Wat vanuit Zweden, een land dat overal tegen bestand is, abstract lijkt – de protesten tegen de bezuinigingen op het Syntagmaplein en de trots van de Grieken die weigeren om de boemannen van de Europese Unie te bedanken voor hun reddingsplan – is eenmaal ter plaatse beter te begrijpen.

Salarissen in cultuursector sinds de zomer niet uitbetaald

De misère in de stad en Monodrome liggen in het verlengde van elkaar; van alle tentoonstellingen die ik heb bezocht, sluit deze wellicht het meest aan bij het tijdsbeeld en geeft het beste het gevoel weer dat het vijf voor twaalf is. En dat terwijl geen enkele grote naam uit de hedendaagse kunstwereld aan de expositie meedoet en er geen enkel commercieel potentieel is, maar misschien is dat nou juist een verklaring ervoor.

Het is indrukwekkend om te zien dat een dergelijk project het levenslicht heeft gezien in een tijd waarin het Griekse culturele leven het met weinig tot zelfs geen inkomsten moet stellen. In een aantal gevallen zijn de salarissen van werknemers in de cultuursector sinds de zomer al niet meer uitbetaald. Tegelijkertijd zijn de meeste geldstromen die aan universitaire onderzoeken werden verstrekt, bevroren.

Toch leken de intellectuelen zich niet echt druk te maken om de problemen van de Europese financiële sector. Want waar waren zij toen iedereen het zinkende schip verliet en Europa op zijn achterste benen liep? Dat vroeg Thomas Assheuer zich onlangs inDie Zeit af. De cultuurjournalist hekelde de Duits-gecentreerde discussie in Duitsland en vroeg zich af of “Europa” niet slechts een politiek correcte term was die maar weinig mensen serieus nemen.

In Athene ontmoet ik mensen van divers pluimage: onderwijzers, studenten, operazangers… Professor in de klassieke taal- en letterkunde Dimitrios Karadimas legt mij uit dat de salarissen aan de universiteit sterk zijn gedaald, soms zelfs met 40%.

Hij herinnert zich de crisis van de jaren negentig, in de tijd waarin hij zijn proefschrift voorbereidde in Lund [in het zuiden van Zweden], en merkt fijntjes op dat Griekenland niet het enige land is dat problemen heeft gekend. Hij wijst erop dat de huidige tendens er in heel Europa uit bestaat om de verschillen tussen de volkeren te benadrukken. En de trots van de Grieken op hun geschiedenis maakt de situatie er alleen maar erger op. “De mensen kunnen er met hun verstand niet bij. Wat is er gebeurd? We zijn niet eens in staat om ons eigen land te beheren en alles in goede banen te leiden. Ik hoop dat de mensen nu zullen besluiten om de handen ineen te slaan om uit de ellende te komen”.

Film "Canine" als allegorie van de maatschappij

In Athene moet ik aan een Griekse film denken, Canine, die het surrealistische – en bekroonde – verhaal vertelt van twee ouders die hun kinderen hun hele leven lang hebben opgesloten om ze te beschermen tegen de gevaren van de buitenwereld. De absurde gedachte dat het buiten levensgevaarlijk is – katten die mensen eten – kan worden geïnterpreteerd als kritiek op het gezin dat een kluizenaarsbestaan leidt. Of misschien als een allegorie van de Griekse maatschappij, die zich niet meer ontwikkelt en zich in zichzelf heeft teruggetrokken.

Voor het Parlement steken betogers van een communistische organisatie en studenten uit heel Griekenland een Europese vlag in brand. Een toekomstige ingenieur uit Kreta vertelt mij bijna trots dat haar na haar studie werkloosheid wacht, maar dat ze niet van plan is om naar het buitenland te vluchten en dat ze blijft om te vechten. Naast ons veegt een straatveger de rokende resten van de vlag bijeen.

Ik vraag Dimitrios Karadimas, die gespecialiseerd is in klassieke literatuurgeschiedenis, met welk Grieks toneelstuk hij de huidige situatie zou vergelijken. “Antigone, het stuk van Sophokles”, antwoordt hij na even nadenken. “De strijd tussen de oude en de nieuwe wereld”. Als classicus kent hij het stuk van haver tot gort. Maar de afloop van het feuilleton met onvoorziene wendingen dat het land in het huidige Europa doormaakt, is onzekerder – de spanning is om te snijden.