Afgelopen week ontstond er een ware stortvloed aan clichés naar aanleiding van de officiële aanvraag van Servië voor het EU-lidmaatschap. Elke gelegenheid werd aangegrepen om deze gebeurtenis 'historisch' te noemen of om te beweren dat Servië een Europese 'roeping' heeft. Toch is er geen enkele reden tot vreugde. De wijze waarop sommige EU-regeringen Belgrado behandelen wordt al jaren gekenmerkt door schaamteloze hypocrisie. Nog niet zo lang geleden blokkeerde Nederland de pogingen van Servië om de banden met de EU te versterken, gebaseerd op de verdenking dat Servië geen volledige medewerking verleende aan het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag. De ijver waarmee de minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, bleef hameren op de aansprakelijkheid voor misdaden tegen de mensheid zou prijzenswaardig zijn als die in lijn zou liggen met zijn aanpak bij andere conflicten. In dat opzicht is het op zijn zachtst gezegd wel vreemd dat Verhagen zich heftig blijft verzetten tegen pogingen om diepgaand onderzoek te doen naar oorlogsmisdaden die Israel in Gaza zou hebben gepleegd.

De VN had geen toestemming gegeven voor de NAVO-bombardementen

Wordt het niet eens tijd dat Den Haag een nieuw mandaat krijgt, of dat er een volledig nieuw onderzoeksinstituut wordt opgezet? De eerste taak van dat instituut zou dan moeten zijn om de waarheid boven tafel te krijgen over de vraag waarom de NAVO in 1999 Servië bombardeerde.

Toch is er in verband met deze oorlog nog geen enkel personeelslid van de bondgenoten voor een internationaal tribunaal gedaagd, ook al werden er clusterbommen gebruikt, wapens waarbij de ledematen van de slachtoffers letterlijk van de lichamen worden gerukt. Bovendien mogen we niet vergeten dat voor deze oorlog geen toestemming van de VN was verkregen.

Milosovic was ook de boeman van het westen omdat hij het neoliberalisme niet accepteerde

Ik weet zeker dat ik binnenkort een of andere federalist (of moet ik zeggen fantast?) hoor of zie, die lyrisch vertelt over wat het betekent dat Servië zich wil aansluiten bij landen die het amper tien jaar geleden nog aanvielen. Waar de fantasten echter niet aan willen, is dat de toenmalige president van Servië, Slobodan Milosevic, zijn status als boeman van het westen niet uitsluitend te danken heeft aan de wreedheden tegen etnische Albanezen in Kosovo. Het Westen had deze autocratische karaktertrek misschien nog wel geaccepteerd als hij zich welwillender had opgesteld ten opzichte van de algemeen heersende ideologie. Maar zijn weigering om de neoliberale grondregels van de wereldeconomie te accepteren lijkt een plausibelere verklaring voor het feit dat Bill Clinton en zijn Europese maatjes op zijn vertrek aandrongen. We ontkomen haast niet aan die conclusie als we bedenken dat de EU en Amerika de afgelopen tien jaar al druk hebben uitgeoefend op Servië om dat wel te doen.

De privatisering van staatsbedrijven is tegenwoordig een basisvoorwaarde voor toetreding tot de EU, zoals veel landen in Midden- en Oost-Europa hebben ontdekt, die daarvoor een hoge prijs op sociaal gebied hebben betaald. Wat Servië uniek maakt, is het feit dat veel fabrieken die het heeft moeten afstoten ooit beschadigd zijn geraakt door NAVO-bommen, met als gevolg dat Westerse bedrijven ze naar verwachting voor een prikkie op de kop kunnen tikken. Sinds de uitzetting van Milosevic zijn er meer dan 1800 bedrijven geprivatiseerd. Een groot deel van de staalindustrie van Servië is tegenwoordig in handen van US Steel, dat druk bezig is het aantal arbeidsplaatsen te verlagen, terwijl de nationale autofabriek Zastava door Fiat is overgenomen.

In het laatste ‘voortgangsrapport’ over Servië van de EU-Commissie staat dat het voltooien van de privatisering een prioriteit is om lid te kunnen worden van de EU. Bovendien geeft het rapport aan dat de verzorgingsstaat, van vitaal belang voor de inwoners van het land, radicaal dient te worden veranderd. We overdrijven niet als we stellen dat het pakket strenge bezuinigingsmaatregelen, dat deze week in Belgrado werd aangenomen en dat Servië zo genereus te hulp is gesneld, grotendeels was opgesteld in Brussel en Washington (daar zetelt het IMF). Ongetwijfeld gaan de gepensioneerden, wier inkomen op aandringen van buitenlandse instanties werd verlaagd, niet echt gebukt onder de ‘historische gebeurtenis’ die op dit moment op de schouders van hun land rust. In plaats daarvan treden ze 2010 tegemoet met het angstbeeld dat zij de rekening hiervoor gepresenteerd zullen krijgen.