SPIEGEL: Meneer Glucksmann, maakt u zich, als anti-totalitair denker die intellectueel en existentieel is gevormd door de ervaringen van de twintigste eeuw, opnieuw zorgen over de toekomst van Europa?

Glucksmann: Ik heb nooit geloofd dat alle gevaren na het einde van het fascisme en het communisme geweken zouden zijn. De geschiedenis komt niet tot stilstand. Europa is er na het verdwijnen van het IJzeren Gordijn niet zomaar uitgestapt, ook al leek dit verlangen zo nu en dan de kop op te steken. Democratieën negeren of vergeten de tragische dimensie van de geschiedenis graag. Zo bezien zeg ik: ja, de huidige ontwikkelingen zijn buitengewoon verontrustend.

De Europese Gemeenschap is na haar begin bijna zestig jaar geleden vrijwel voortdurend van de ene crisis naar de andere gestruikeld. Tegenslagen horen er nu eenmaal bij.

De Europese moderne tijd wordt gekenmerkt door een bepaald soort crisisbewustzijn. Daaruit kan de algemene conclusie worden getrokken dat Europa geen staat is – geen gemeenschap in nationale zin die organisch samengroeit. Europa kan ook niet goed vergeleken worden met de Griekse stadstaten uit de oudheid, die ondanks hun tegenstellingen en rivaliteiten een culturele eenheid vormden.

Ook de landen van Europa worden ook verbonden door een gemeenschappelijke cultuur. Bestaat er zoiets als een Europese geest?

De Europese landen lijken niet op elkaar, en daarom laten zij zich niet zo makkelijk samensmelten. Wat hen verbindt, is niet zozeer een gemeenschap, maar een maatschappijmodel. Er bestaat een Europese beschaving, een westerse manier van denken.

Waardoor wordt die gekarakteriseerd?

Sinds de Grieken, van Socrates tot Plato en Aristoteles, kent de westerse filosofie twee fundamentele beginselen: de mens is niet de maat van alle dingen, en hij is niet immuun voor mislukkingen en het kwaad. Niettemin draagt hij verantwoordelijkheid voor zichzelf, en voor wat hij doet en laat. Het avontuur van de mensheid is een ononderbroken menselijke schepping, waarin God niet voorkomt.

Feilbaarheid en vrijheid dus – maar volstaan deze grondslagen van de Europese intellectuele geschiedenis dan niet voor de vorming van een duurzame politieke unie?

Europa is nooit een nationale eenheid geweest, ook niet in de christelijke middeleeuwen. Het christendom is altijd verdeeld gebleven in rooms-katholieken, orthodox-katholieken en later protestanten. Een Europese federale staat, een Europese confederatie is een verafgelegen doel, dat bevriest in de abstractie van de term. Daarom vind ik het een verkeerd doel.

Jaagt de Europese Unie een politieke en historische utopie na?

De grondleggers van de Europese Unie beriepen zich graag op de karolingische mythe. Er werd zelfs een Europese prijs naar Karel de Grote vernoemd. Maar zijn kleinkinderen hebben zijn rijk al onder elkaar verdeeld. Europa is een verdeelde eenheid of een deling in eenheid. Hoe je het ook wendt of keert, het is geen gemeenschap – noch in religieus, noch in taalkundig, noch in ethisch opzicht.

En toch bestaat het. Wat concludeert u daaruit?

De crisis van de Europese Unie is een symptoom van haar beschaving. Die definieert zich niet door haar identiteit, maar door haar anders zijn. Een beschaving is niet per se gebaseerd op een gemeenschappelijk verlangen om het beste te bereiken, maar op uitsluiting en het tot taboe maken van het kwaad. De Europese Unie is historisch gezien een afweerreactie op de horror.

Een negatief gedefinieerde entiteit, die is ontstaan uit de ervaringen van de twee wereldoorlogen?

Al in de middeleeuwen baden en zongen de gelovigen in hun litanieën: “Heer, bescherm ons tegen ziekten, honger en oorlog.” Dat betekent dat de gemeenschap niet voor het goede bestaat, maar tégen het kwaad.

“Nooit meer oorlog” wordt ook vandaag de dag nog graag als de 'raison d'être' van Europa aangevoerd. Is dit fundament nog wel sterk genoeg, nu het spook van de oorlog uit Europa verdwenen is?

De Balkanoorlogen in het vroegere Joegoslavië en de moordzuchtige praktijken van de Russen in de Kaukasus liggen nog vers in het geheugen. De Europese Unie is gegrondvest op het verzet tegen drie kwaden: de herinnering aan Hitler met zijn holocaust, racisme en extreme nationalisme; het Sovjet-communisme uit de tijd van de Koude Oorlog; en het kolonialisme, waarvan sommige lidstaten van de Europese Gemeenschap met pijn in het hart afscheid moesten nemen. Deze drie kwaden hebben geleid tot een gemeenschappelijk gedragen idee over de democratie, een beschavend 'Leitmotif' van Europa.

Ontbreekt er vandaag de dag een nieuwe, verenigende uitdaging?

Die zou niet zo moeilijk te vinden zijn, als Europa niet zo gedachteloos zou handelen. Begin jaren vijftig was de kiem van de Unie de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het eerste supranationale economische bondgenootschap op het gebied van de zware industrie: het samengaan van Lotharingen en het Ruhrgebied, de EGKS als middel om een oorlog te voorkomen. Vandaag de dag zou het voor de hand liggen een Europese Energie-unie op te richten. Maar in plaats daarvan heeft Duitsland geheel eenzijdig tot de overgang op duurzame energie besloten, waarbij de Europese dimensie ver te zoeken is. Ieder land onderhandelt op eigen houtje met Rusland over de levering van olie en gas. Duitsland heeft een akkoord over de aanleg van een pijpleiding door de Oostzee gesloten, tegen de wil van Polen en Oekraïne, en Italië doet mee aan een pijpleiding door de Zwarte Zee.