Het Nobelprijscomité heeft vanuit diverse hoeken kritiek gekregen op zijn beslissing om de prijs aan de EU toe te kennen. Een van de bezwaren die ik heb gehoord, is dat het een beetje lijkt op een Oscar die iemand voor zijn gehele oeuvre krijgt: ten minste twintig jaar te laat en slechts uitgereikt omdat de ontvanger niet lang meer te leven heeft. Met uitzondering van de centrumrechtse Britse pers, die het besluit van het comité als “nog erger dan een parodie” en een “late 1 aprilgrap” betitelt, is dit de teneur van de opvattingen in de meeste reguliere Europese media.

Die kritiek klinkt redelijk, maar persoonlijk vind ik het onzin. De Nobelprijs wordt nu misschien algemeen gezien als een beloning voor prestaties in het verleden, maar er zijn veel overtuigender argumenten om het – net als bij Obama in 2009 – als een beloning te beschouwen voor toekomstige mogelijkheden. Als ik het met één woord moest uitleggen, zou ik zeggen: Erasmus.

Umberto Eco beschrijft het als een seksuele revolutie

Erasmus is een uitwisselingsprogramma van de Europese Unie, dat in 1987 in het leven is geroepen. Op het Europese vasteland is het bijzonder populair, maar in toonaangevende economierubrieken over Europa in Britse kranten komt het nauwelijks aan bod. Sinds de start van het programma hebben er 2,5 miljoen studenten uit heel Europa aan meegedaan. Het Verenigd Koninkrijk is een van de populairste bestemmingen, maar tegelijkertijd gezien zijn omvang ook een van de minst actieve deelnemers: in het academisch jaar 2009/2010 ontving het Verenigd Koninkrijk 22.650 buitenlandse studenten in het kader van Erasmus, terwijl het zelf slechts 11.723 studenten naar het buitenland uitzond.

Hordes mensen zijn via dit programma naar het buitenland vertrokken en nooit teruggekeerd. Duitsers werden verliefd op Spanjaarden, Griekse vrouwen trouwden met Franse mannen en Polen kregen kinderen bij Portugese vrouwen. De Italiaanse romanschrijver Umberto Eco zei vorig jaar dat “Erasmus de eerste generatie jonge Europeanen heeft gecreëerd”. Hij beschrijft het als “een seksuele revolutie: een jonge Catalaanse man ontmoet een Vlaams meisje – ze worden verliefd, gaan trouwen en worden Europeaan, net als hun kinderen”.

Persoonlijk kan ik mij niet voorstellen dat deze ouders en hun kinderen stilzwijgend naar een nationalistische volksmenner, die tot oorlog oproept, zouden kunnen luisteren. Ze zouden hun stem laten horen. En nog belangrijker: in de komende twintig jaar worden sommigen van hen vermoedelijk gezaghebbende figuren in de media, het bedrijfsleven en de politiek, en zij zullen steeds meer buiten de nationale grenzen gaan denken. Als de crisis in de eurozone kan worden overwonnen – en dat is wel een harde vereiste – dan is er een goede kans dat een periode van vrede zal volgen die zo lang duurt dat de afgelopen 67 jaar slechts een korte tijd zullen lijken.

Wie zegt dat een prijs niet romantisch mag zijn?

Nu zullen Britse eurosceptici beweren dat al dit grensoverschrijdende bedrijven van de liefde echt niet door stoffige EU-bureaucraten is teweeggebracht, maar door vrije handel tussen natiestaten. Maar wie is er ooit verliefd geworden tijdens een bedrijfsbijeenkomst? Het mooie aan een programma als Erasmus is juist dat het ontmoetingen tussen jongeren mogelijk maakt voordat zij zulke ontmoetingen uitsluitend als middel tot uitwisseling van kapitaal gaan zien en het kille masker van commercie opzetten.

Hoe het ook zij, wie zegt dat een prijs niet romantisch mag zijn? Als je werkelijk gelooft dat vrije handel de beste garantie voor interculturele harmonie is, kun je de Nobelprijs voor de Vrede net zo goed aan Ronald McDonald uitreiken. Dat zou het continent pas echt inspireren.

Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie, heeft tot dusver geweigerd te zeggen hoe het prijzengeld zal worden besteed. Nu Spanje wegens gebrek aan financiële middelen flink snoeit in zijn bijdrage aan het Erasmus-programma, heeft Brussel de kans eindelijk het juiste signaal af te geven: het kan de prijs van 923.680 euro gebruiken om het programma uit te breiden, zodat het niet langer louter bestemd is voor studenten, maar ook voor “taxichauffeurs, loodgieters en andere werkende personen”, zoals Eco suggereert.

Een Nobelprijs voor de Vrede voor de seksuele unie van Europa – daar kunnen we allemaal tenminste echt enthousiast van worden.