Een staat bestaat niet door de internationale erkenning ervan, maar het bestaan van de staat zelf bepaalt diens erkenning. Ook al wordt de onafhankelijkheid van Kosovo vandaag goedgekeurd [door het Internationaal Gerechtshof dat zich op verzoek van Servië over deze kwestie buigt], dan nog is het alleen Kosovo, en niemand anders, die deze grote uitdaging gestalte moet geven. Mocht de afscheiding van Kosovo als onwettig worden aangemerkt, dan is Servië de klos. Want als deze afgescheiden regio zich weer bij Servië zou moeten aansluiten, dan zullen de Serviërs hiervoor een gepeperde rekening gepresenteerd krijgen. In beide gevallen zou Kosovo aan moeten tonen dat het meer is dan een mislukte semi-staat, om af te komen van zijn status als semi-protectoraat [van de VN en de EU].

Onafhankelijk van de uitspraak van het Hof is het niet echt waarschijnlijk dat het standpunt van de internationale gemeenschap zal veranderen. De staten die Kosovo hebben erkend gaan hun besluit niet terugdraaien, wat te rechtvaardigen is omdat het probleem politiek en niet juridisch van aard is. Aangezien de juridische oplossing een eigen, bijzonder karakter heeft, kan hier dan ook geen jurisprudentie uit voortvloeien.

De juridische impasse werd in 2008 over het hoofd gezien

De landen die hebben geweigerd om Kosovo te erkennen [binnen de EU zijn dat Slowakije, Roemenië, Spanje, Cyprus en Griekenland, evenals met name Rusland en China] blijven bij hun standpunt en wijzen erop dat er geen reden bestaat om een eenheid te erkennen die niet voldoet aan de objectieve criteria om een staat te vormen.

Het is echter waarschijnlijker dat het Internationaal Gerechtshof – dat zich realiseert dat het slechts een adviserende rol heeft – met een neutraal standpunt zal komen waarin iedereen zich kan vinden [het Hof heeft inmiddels uitspraak gedaan, nvdr]. Dit zal de juridische impasse bevestigen waarin wij ons bevinden en die volstrekt over het hoofd is gezien toen de onafhankelijkheid werd uitgeroepen [op 17 februari 2008], omdat het gezonde verstand moest wijken voor de politieke agenda van de Europees-Atlantische mogendheden.

Maatschappelijk middenveld en oppositie zijn monddood

Volgens deze agenda, die vandaag de dag achterhaald is, werd het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië en de Albanisering van de Westelijke Balkan beschouwd als een garantie voor een unipolaire wereldorde of als de mogelijkheid om een multicultureel Europa te vormen, en niet het Europa dat voortvloeide uit het Vredesverdrag van Versailles van 1919. Maar in de praktijk is het anders gelopen.

Vijf lidstaten van de EU hebben Kosovo niet erkend en hebben overigens geen enkele reden om dit wel te doen, waardoor de onderhandelingen voor de toetreding van Kosovo tot de EU niet van start kunnen gaan. Tegelijkertijd is in Kosovo een regime ontstaan dat wordt gedomineerd door corruptie en georganiseerde misdaad, waardoor het maatschappelijk middenveld en de oppositie monddood worden gemaakt. In dit op vriendjespolitiek gebaseerde staatsbestel worden de grenzen tussen de politiek en het zakenleven steeds vager waardoor het vertrouwen in de elite en de toekomst wordt aangetast. De buitenlanders in Kosovo knijpen van hun kant een oogje toe om de lieve vrede van "stabiliteit" te bewaren. Met betrekking tot Servië heeft de Kosovaarse mythologie er, meer dan het uitgangspunt van territoriale integriteit, voor gezorgd dat zij volledig het spoor bijster zijn geraakt waardoor er geen enkele andere oplossing mogelijk is.

Er moet een Balkenconferentie komen van de EU en de VN

Om uit de impasse te komen die door het Internationaal Gerechtshof wordt bevestigd zouden we na moeten denken over het beleggen van een conferentie voor de Westelijke Balkan onder de vlag van de EU en de permanente leden van de VN-veiligheidsraad. Bij deze gelegenheid zou een discussie tussen de verschillende entiteiten die na het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië zijn ontstaan, moeten worden aangezwengeld over de specifieke betrekkingen die zij in de toekomst met de EU zullen onderhouden. Terug naar de vroegere status-quo is niet realistisch en het accepteren van de huidige situatie is niet acceptabel. We moeten dus met zijn allen handen en voeten geven aan een toekomstige status-quo die anders is en gebaseerd is op post- en transnationale uitgangspunten. Het mislukte plan van Ahtisaari [in 2007 kwam Martti Ahtisaari, gezant van de Verenigde Naties voor Kosovo, met het voorstel een Kosovaarse staat onder supervisie van de internationale gemeenschap op te richten] kan misschien worden omgezet in een nieuwe kans, maar alleen als er met een schone lei wordt begonnen.