In dit kleine stadje aan de Donau, waar Slowaken en Hongaren zij aan zij leven, symboliseren vier gedenkstenen en standbeelden de verdeeldheid tussen deze gemeenschappen. Twee ervan brengen eerbetoon aan belangrijke figuren uit de Hongaarse geschiedenis; de twee andere aan het Slowaakse verleden. Alle vier hebben ze tot incidenten of polemieken geleid. De laatste gedenksteen is op 4 juni 2010 geplaatst. Dat gebeurde bijna heimelijk, door een Slowaakse nationalistische partij. Op dit monument, dat de vorm heeft van een obelisk, wordt het 90-jarig bestaan herdacht van het Verdrag van Trianon uit 1920, waarbij Hongarije een derde van zijn grondgebied kwijtraakte en Tsjecho-Slowakije werd opgericht. De steen heeft een plek gekregen op de brug over de Donau. De boodschap is duidelijk: hier begint Slowakije. Voor altijd. In dit kleine landje met 5,4 miljoen inwonersvalt echt niet te spotten met de nationale integriteit.

"Een paspoort? Wat moeten we daarmee?"

Het gebeurt regelmatig dat Komárno de krantenkoppen haalt, maar op dit moment maakt deze stad met 40.000 inwoners zich meer zorgen over de gevolgen van de overstromingen van mei en juni dan over de politieke ruzies. "Er heerst rust in de stad. Oproerkraaiers laten soms even van zich horen, maar gaan dan weer naar huis", vertelt Zoltan Bara, directeur van een Europees agentschap voor grensoverschrijdende samenwerking. Aan Slowaakse zijde zijn ze tot bedaren gebracht. De Slowaakse nationalistische partij, de SNS, die de gedenksteen geplaatst had, maakt niet langer deel uit van de regering sinds de verkiezingen van juni, waarbij de populisten die vier jaar aan de macht waren geweest, zijn afgestraft. Een van de eerste maatregelen die de rechtse Hongaarse regering van Viktor Orbán na haar verkiezing in april nam, betrofhet toekennen van de Hongaarse nationaliteit aan alle minderheden buiten Hongarije. Waaronder de 600.000 Hongaren in Slowakije. Aan Hongaarse zijde heeft men zich waarschijnlijk nog niet goed gerealiseerd wat de ingrijpende gevolgen zullen zijn van deze maatregel. De inwoners van Komárno werden er niet warm of koud van. "Een paspoort? Wat moeten we daarmee? Het is geen salaris en het levert ook geen werk op", laat Gabriela zich ontvallen. Zij is een 23-jarige Hongaarse die op zoek is naar haar eerste baan. Veel inwoners van Komárno steken nu al de brug over die de grens vormt tussen de twee landen, om te gaan werken in Komarom, de Hongaarse stad aan de overkant. De meesten werken bij Nokia, de voornaamste investeerder in de regio. Vandaar nemen ze ook de trein om naar Wenen te gaan. Na de toetreding van Hongarije en Slowakije tot het Schengen-akkoord in december 2007 zijn de grenzen verdwenen. "Tijdens het communistische tijdperk waren er strenge controles. Mensen staken de grens over voor de aanschaf van worst, spijkers of iets dergelijks, kortom, alles wat verhandeld werd in een schaarste-economie", vertelt Gabor, die een wandeling maakt langs de rivier. De grensposten zijn verlaten, maar automobilisten hebben nog altijd de neiging om vaart te minderen bij de brug. Het enige wat op het bestaan van een grens wijst, is een wisselkantoor. Slowakije heeft namelijk de euro aangenomen, terwijl Hongarije nog steeds zijn nationale munt, de forint, heeft.

Hongaarse overheersing speelt nog steeds

Iedereen kan en mag de brug oversteken. Nou ja, bijna iedereen…Vorig jaar moest de toenmalige Hongaarse president Laszlo Solyom rechtsomkeert maken. Daardoor kon hij niet aanwezig zijn bij de onthulling van het ruiterstandbeeld van de heilige Stefanus, beschermheilige van Hongarije en stichter, in 1100, van de Hongaarse dynastie, die een paar eeuwen lang over Slowakije heerste. Het idee voor het beeld was afkomstig van de Gemeente Komárno , die bestuurd wordt door een Hongaarse burgemeester, aangezien 60% van de inwoners Hongaars is. Het initiatief was echter slecht gevallen bij de Slowaakse regering in Bratislava. Het bezoek van de Hongaarse president was gepland op 21 augustus, de datum waarop de troepen van het Warschaupact – waaronder ook Hongaarse troepen – in 1968 Tsjecho-Slowakije waren binnengevallen. Dit vormde een mooi excuus om weer eens uiting te geven aan de Slowaakse wrok. "Alsof de Hongaarse soldaten op eigen houtje Tsjecho-Slowakije waren binnengetrokken", merkt Zoltan Bara schamper op.

Het is niet alleen symboliek wat de klok slaat bij deze steeds terugkerende rancune. We hebben natuurlijk te maken met het verleden: de Slowaken met de eeuwenlange Hongaarse overheersing, en de Hongaren met de uitzetting van minderheden na de Tweede Wereldoorlog. En we hebben te maken met een instabiel heden: de rechtse regering van Iveta Radičová in Slowakije, die de populist Robert Fico is opgevolgd, heeft de door Fico afkondigde taalwet, die het gebruik van het Hongaars aan banden moet leggen, nog altijd niet ingetrokken. "Deze conflicten worden gevoed door de politici", aldus politicoloog Dagmar Kusa. Opinieonderzoeken tonen echter aan dat jongeren "al meer wrok koesteren". Misschien is het nog niet te laat om het tij te keren. In juni werd in Komárno het maximumaantal stemmen van de twee gemeenschappen in de wacht gesleept door een eerste multi-etnische partij,Most-Híd (een naam die "brug" betekent: het eerste woord in het Slowaaks en het tweede in het Hongaars), ten koste van de nationalisten.