Het ziet er niet naar uit dat de spanningen tussen Slowakije en Hongarije binnenkort zullen afnemen. De onafhankelijkheidspartijen – de Slowaakse nationalistische partij van Ján Slota en de Beweging voor een Democratisch Slowakije van Vladimír Mečiar – rekenen op de Hongaarse populisten en het geschil rond de Hongaarse minderheid in Slowakije om hun dalende positie in de peilingen weer op te vijzelen.

Terwijl men zich er in Hongarije op voorbereidt dat de populist Viktor Orbán in de regering zal terugkeren, is de situatie van Ján Slota in Slowakije moeizaam. Zijn onbeschaafde gedrag en openlijke hang naar luxe werden lange tijd door zijn kiezers getolereerd, maar het lijkt er nu op dat hij de grens van het toelaatbare heeft overschreden. De Europese Commissie heeft een Slowaakse openbare aanbesteding – waarmee miljarden euro's uit het Europese budget gemoeid waren – ongeldig verklaard omdat duidelijk was dat deze aanbesteding vooral voordeling zou uitpakken voor de vrienden van Slota. Bovendien staat hij nu al een paar weken op de voorpagina van alle kranten: eerst vanwege zijn dure auto, daarna omdat hij een vrouwelijke politieagent uitschold.

Er is helaas weinig hoop dat Slota, en daarmee het Slowaakse nationalisme, van het politieke toneel zullen verdwijnen. Hij teert op de Hongaarse nationalistische politiek en staat klaar om zijn rol weer op te pakken zodra de gelegenheid zich voordoet. Viktor Orbán, leider van de oppositiepartij Fidesz en de gedoodverfde premier van Hongarije in 2010, heeft in Slowakije echter nogal wat opschudding veroorzaakt door te stellen dat het grootste belang van de Europese verkiezingen is te weten te komen hoeveel Europese afgevaardigden de Hongaren uit het Karpatenbekken [streek in het tegenwoordige Roemenië waar de Hongaarse stammen zich in de 9e eeuw vestigden] vertegenwoordigen, en dat hij de wens tot zelfstandigheid van de Hongaren aan de andere kant van de grens zal steunen.

In Slowakije heeft het woord 'autonomie' een bijklank waarop een nog groter taboe rust dan op de uitspattingen van Slota. De politici van de Hongaarse minderheid, verenigd onder de gemeenschappelijke vlag van de SMK, weten dit maar al te goed en gebruiken de term daarom slechts met mate. Sinds een paar weken lijdt de partij echter onder onderlinge verdeeldheid. De zeer populaire oud-voorzitter van de SMK, Béla Bugár, heeft de parlementsfractie van zijn partij verlaten met een aantal andere leden in zijn kielzog. Terwijl een groot aantal partijleden hun lidmaatschap hebben opgezegd en van Bugár verwachten dat hij een nieuwe partij opricht, is hij echter nog steeds lid van de SMK. Het grootste twistpunt binnen de partij betreft de zelfstandigheidskwestie, zelfs al wordt dit door de Hongaarse politiek niet direct genoemd.

Sinds een tiental jaren stellen de vertegenwoordigers van de Hongaarse minderheid in Slowakije zichzelf de existentiële vraag hoe zij met Slowaken moeten samenleven zonder hun Hongaarse identiteit te verliezen. Eenvoudig gezegd kunnen we stellen dat de gematigde Bugár en de liberale intellectuelen op zoek zijn naar bondgenoten in Bratislava, terwijl de huidige voorzitter van de SMK, Pál Csáky meer op Budapest is gericht. Dit meningsverschil was lange tijd slechts latent aanwezig, omdat de linkse liberalen die in Hongarije sinds 2002 aan de macht zijn, nooit veel interesse toonden in de Hongaarse minderheidskwestie. Dit zou echter kunnen veranderen wanneer Orbán weer terug aan de macht komt. Hij wil een einde maken aan een periode die "Hongarije verzwakt heeft" omdat "wij ons hebben afgewend van de Hongaren aan de andere kant van de grens". Csáky kan rekenen op zowel de politieke als financiële steun van Orbán. Het lijkt slechts een kwestie van tijd voordat Csáky het woord ´autonomie´ zonder schroom zal durven uitspreken.

Tot nu toe hebben we geen idee van de impact die deze nieuwe politieke situatie zal hebben op de Slowaaks-Hongaarse verhoudingen. De situatie baart in ieder geval wel de nodige zorgen. Zolang het Fidesz van Orbán gesteund wordt, zal Hongarije ongetwijfeld het eerste postcommunistische Europese land worden met een eenpartijstelsel. Maar Hongarije is ook het enige Europese land waarvan we kunnen zeggen dat het de nederlagen van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, waarbij het land zijn historische grondgebied verloor, nog steeds niet te boven is. Zoals het weekblad Magyar Narancs vorige week schreef, is 8 mei dit jaar "onopgemerkt" voorbijgegaan, omdat het voor de Hongaren onduidelijk is wat er nu gevierd moet worden. "Zijn wij de laatsten die de vlam brandend houden?" vraagt het blad zich ontzet af. Om eraan toe te voegen: "Tegen de achtergrond van deze beschamende stilte, staan de gebeurtenissen van de laatste maanden in schril contrast: de uitwassen van racistisch geweld, de zwarte uniformen in de Hongaarse dorpen, de uitingen van haat waar we bijna dagelijks mee te maken hebben".

De verandering van Hongarije in een land waar de 'nationale politiek' van Orbán het beleid van het land zal bepalen, zal er in Slowakije in grote mate aan bijdragen dat Slota steviger in het politieke zadel komt te zitten. Premier Robert Fico is zich hier terdege van bewust, en doet er alles aan om dit te voorkomen. De laatste tijd probeert hij zijn coalitiepartner op afstand te houden. Hij wijzigt voortdurend van koers en verklaart publiekelijk dat hij hoopt dat Slota en zijn partij niet in het volgende parlement zullen zitten.

De kaarten van de macht worden nu snel opnieuw verdeeld, en de enige die talmt, is Béla Bugár. Door een nieuwe partij op te richten, verdeelt hij de Hongaarse minderheid in twee kampen (maar hij heeft dan ook de mogelijkheid om zich samen met Csáky voor de verkiezingen van volgend jaar op één lijst te laten zetten). Door niets te doen, legt hij het lot van de Slowaaks-Hongaarse verstandhouding in handen van de 'bewakers van de Hongaarse vlam'. Veel Slowaken wachten de beslissing van Bugár af, die vanwege zijn humor en nuchterheid veel populairder is dan een groot aantal van zijn Slowaakse collega's.