Beppe Grillo's verpletterende overwinning in Italië heeft de discussies over het controversiële begrip 'populisme' nieuw leven ingeblazen. [Columnist] Bert Wagendorp gaf in deze krant te verstaan dat Grillo "anders dan populisten als De Wever, Wilders en Berlusconi" niet voortkomt uit de bestaande politieke partijen. Met andere woorden: juist omdat hij een echte outsider is, lijkt Grillo niet thuis te horen in de grote populistische familie. Daarmee gaat Wagendorp voorbij aan het belang van ideologie in de omschrijving van populisme. Volgens een dergelijke ideologische omschrijving is Grillo nochtans haast het prototype van een populist: iemand die de politieke klasse voorstelt als de vijand van het 'echte' volk.

Sommige vormen van populisme zijn fascistisch

Om diezelfde ideologische reden kan Grillo niet zomaar als een populist worden omschreven. Het populisme is immers een bijzonder veelvormig fenomeen, dat van heel verschillende interpretaties van 'het volk' kan vertrekken. Theoretisch kunnen daarbij twee extreme posities van elkaar worden onderscheiden. Enerzijds kan 'het volk' worden voorgesteld als een metafysische en morele eenheid die door de eeuwen heen dezelfde kenmerken blijft dragen. Dat volk moet beschermd worden tegen buitenlandse vijanden en vreemde invloeden, en kan best worden belichaamd door een charismatische leidersfiguur. Aan het andere uiterste van het spectrum staat een benadering waarin het volk verschijnt als de optelsom van miljoenen vrije burgers met hun eigen verlangens en projecten, die niet door overbodige regels en wetten mogen worden gedwarsboomd. Een populisme dat zich integraal ent op de eerste, etnische interpretatie van de notie 'volk', kan als fascistisch worden omschreven. Indien het voortbouwt op de tweede benadering, dan is er eerder sprake van een libertair populisme.

Ideaalbeeld van een Fins volk

Vrijwel alle huidige populistische bewegingen combineren aspecten van beide varianten, maar in zeer verschillende doses. Uit de naam van de partij zou men kunnen afleiden dat De Ware Finnen van Timo Soini misschien wel het nauwst aanleunen bij de eerste variant. Deze politieke partij is inderdaad gebouwd op het ideaalbeeld van een Fins volk dat moet worden gevrijwaard van vreemde invloeden zoals het homohuwelijk, de Zweedse taal en de Noord-Afrikaanse immigratie. De mobilisatie die zij rond deze idealen voert en de concrete maatregelen die zij voorstelt, zijn echter te gematigd om de partij het label 'fascistisch' te doen verdienen.

Geert Wilders van zijn kant heeft in zijn partijnaam – de Partij voor de Vrijheid – veel sterker het libertaire facet van het populisme aangezet. De positieve houding van deze partij tegenover homoseksualiteit als onderdeel van een verlichte erfenis sluit daarbij aan. Toch wordt 'óns Nederland' wel degelijk als een mystieke eenheid verbeeld, die dient te worden afgeschermd tegen zowel 'hún Brussel' als 'de oprukkende islam'. Door een soortgelijke dubbelzinnigheid wordt ook de Hongaarse partij Fidesz getroffen. Terwijl de naam oorspronkelijk een afkorting was voor Jonge Vrije Democraten, verwijst hij vandaag alleen nog naar het Latijnse woord voor trouw. Dat het daarbij gaat om trouw aan 'echte' Hongaarse waarden moeten onder meer de Hongaarse Roma dagelijks ondervinden.

Pleidooi voor ‘elektronische democratie’

Grillo's 'vijfsterrenbeweging' sluit veel nauwer dan de genoemde stromingen aan bij de libertaire pool van het geschetste populistische spectrum. Weliswaar staan ook zijn blog en speeches bol van verwijzingen naar een eeuwig Italië dat eindelijk aan een wederopstanding toe is, maar tegelijk toont hij zich allergisch voor hypernationalistische uitspattingen als die van Timo Soini en Viktor Orbán. Hij bepleit weliswaar de nood om de immigratie in te dijken, maar baseert deze stellingname niet op islamofobie of op vrees voor verlies van Italiaanse waarden. Ook zijn pleidooi voor 'elektronische democratie' is in dit opzicht veelbetekenend. In plaats van te marcheren achter leiders of symbolen dienen de Italianen massaal hun stem te laten horen via het internet.

De classificatie roept meteen ook de vraag op waar Bart De Wever in dit spectrum moet worden gesitueerd. Uiteraard is hij de erfgenaam van een traditie die een etnische variant van het nationalisme koesterde. In zijn eigen stad laat De Wever vooralsnog geen leeuwenvlagjes op de straatnaamborden verschijnen, maar toont hij wel aan dat hij zijn bevolking wil omsmeden tot een min of meer homogene gemeenschap met robuuste buitengrenzen.

De Wever is geen spreekbuis tegen corruptie

Dat hij daarbij niet dezelfde expliciete xeno- of islamofobie tentoonspreidt als Wilders, De Winter, Le Pen, Orbán of [leider van de extreemrechtse partij Gouden Dageraad in Griekenland, Nikolaos] Michaloliakos mag niet zomaar als een detail worden afgedaan. Dankzij de communautaire geschiedenis van België hoeft De Wever zich bovendien niet als een populist te verkopen. Hij kan zich profileren als de uitvoerder van een onafgewerkt staatsvormingsproces veeleer dan als een spreekbuis van het volk tegen een corrupte politieke klasse.