Zet de wereld maar stil, want Groot-Brittannië wil niet langer meedoen. In 2012 presenteerde Londen zich tijdens de Olympische Spelen als het centrum van de wereld, een feestelijke smeltkroes van nationaliteiten. Tijdens de spelen stonden nieuwe helden als Mo Farah en Jessica Ennis op als boegbeeld van een nieuwe, bredere Britse identiteit. Maar dat was toen.

Groot-Brittannië werpt nu tegen alles en iedereen barricades op. Tegen toeristen en studenten en ook zakenmensen: elke buitenlander geldt als potentiële illegale immigrant.

Een jaar later klinkt het beleid van de Britse overheid als dat van zware metalen deuren die knarsend in het slot vallen. De boodschap die buitenlanders krijgen, laat aan duidelijkheid niets te wensen over: wegwezen. De conservatieven onder leiding van David Cameron hebben beloofd een referendum uit te schrijven dat ertoe zou kunnen leiden dat Groot-Brittannië zich terugtrekt uit de Europese Unie. Ooit gaven eurosceptici van de Tories het Britse volk de keuze om Europa te laten voor wat het is, en zich meer te richten op de rest van de wereld. Ook dat is verleden tijd. Groot-Brittannië werpt nu tegen alles en iedereen barricades op. Tegen toeristen en studenten en ook zakenmensen: elke buitenlander geldt als potentiële illegale immigrant.

Akelig populisme

Onlangs gaf het ministerie van Binnenlandse Zaken, belast het bewaken van de grenzen, een voorproefje van het akelige populisme dat de basis vormt onder het huidige overheidsbeleid. In wijken van Londen waar veel buitenlanders wonen, verschenen ineens vrachtwagens met grote billboards op de weg. De boodschap? ‘Ga naar huis, anders word je gearresteerd’. De liberaal-democraten, de kleinste partij binnen de coalitie van Cameron, veroordeelde het initiatief scherp. De premier was echter niet onder de indruk, en verklaarde zelfs te overwegen er een landelijke campagne van te maken.

Het ministerie van Binnenlandse zaken heeft ook plannen om bezoekers uit zogenoemde ‘risicovolle landen’ te verplichten een borg van £3,000 te storten om toegang te krijgen tot Groot-Brittannië. Naar verluidt wil de regering hiermee voorkomen dat buitenlanders langer blijven dan is toegestaan, terwijl de borg ook dient om eventueel gemaakte zorgkosten te kunnen verhalen op buitenlandse bezoekers. De betreffende landen zijn India, Nigeria, Kenia, Pakistan, Sri Lanka en Bangladesh. Opvallend daarbij is dat bezoekers uit overwegend ‘blanke’ landen als de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland niet door deze beoogde maatregel worden getroffen.

Horrorverhalen over ‘gelukszoekers’

Ondertussen belooft de Britse regering ook om alles in het werk te stellen om Roemenen en Bulgaren te weren. Volgend jaar komt een eind aan de beperkingen voor arbeidsmigratie die gelden voor de inwoners van deze landen, die dan vrij zijn om aan de slag te gaan in elk land dat lid is van de EU. De Britse pers staat nu reeds vol met horrorverhalen over de enorme hordes ‘gelukszoekers’ die gaan komen. Dat migranten waarschijnlijk veel minder dan de Britten een beroep zullen doen op sociale voorzieningen, interesseert niemand.

De Britse overheid laat zich leiden door populisme. De premier heeft afstand genomen van de ‘grote samenleving’, zijn stokpaardje van de afgelopen jaren. De in het nauw gedreven nationalisten van de United Kingdom Independence Party (UKIP) hebben de conservatieven van Cameron rechts ingehaald. De stagnerende Europese economie en impopulaire fiscale maatregelen leiden meer en meer tot publieke protesten. David Cameron bestempelde UKIP-sympathisanten ooit als ‘stiekeme racisten’. Inmiddels staat hij echter aan hun kant.

Xenofobe borrelpraat in pubs

Er klonken in elk geval weinig protesten toen ‘gekleurde Britten’ hun gouden medailles uitgereikt kregen.

De paranoia wordt aangewakkerd door actiegroepen als Migration Watch UK. Sir Andrew Green, de voormalig diplomaat die aan het hoofd staat van de organisatie, beroept zich op een onderzoek dat uitwijst dat ‘blanke Britten’ (citaat Andrew Green) in de 2e helft van de 21e eeuw wel eens in de minderheid zouden kunnen zijn. Niet iedereen heeft daarmee evenveel problemen. Toen Farah en Ennis – respectievelijk met een Somalische en een Caraïbische achtergrond – tijdens de Olympische Spelen massaal werden toegejuicht, leek huidskleur voor Britten niet langer bepalend voor iemands afkomst of nationaliteit. Er klonken in elk geval weinig protesten toen ‘gekleurde Britten’ hun gouden medailles uitgereikt kregen. Helaas zijn deze fraaie overwinningen onvoldoende om de xenofobe borrelpraat in Britse pubs te doen verstommen.

Wat Groot-Brittannië nodig heeft, is een doordacht en effectief immigratiebeleid. Een systeem dat eerlijk is, en efficiënt werkt zonder lokale gemeenschappen teveel te verstoren. De vorige regering onder leiding van de sociaaldemocratische Labour-partij onderschatte het aantal immigranten uit voormalige communistische landen, toen deze toetraden tot de Europese unie. Deze combinatie van een open-deur beleid en de lakse administratie voedde destijds de publieke perceptie dat de regering het immigrantenprobleem niet onder controle had.

Visumsysteem is volstrekte chaos

De huidige regering zaait morele paniek en gebruikt populistische retoriek om de aandacht af te leiden van het feit dat ze haar eigen beleid niet beheerst. Het is immers veel eenvoudiger om het immigranten kwalijk te nemen dat ze banen inpikken, dan om het falende onderwijssysteem aan te pakken dat zoveel ongemotiveerde en slecht opgeleide jongeren voortbrengt.

Onlangs nog beweerde een onderzoekscomité nog dat officiële immigratiecijfers louter gebaseerd waren op ‘veronderstellingen’. Dat is nauwelijks een verrassing, aangezien paspoorten en visums van vertrekkende bezoekers niet worden gecontroleerd. Officieus laten de immigratiecijfers echter een scherpe daling zien. Waarschijnlijk is dat ook juist. De daling is echter voor een belangrijk deel toe te schrijven aan een beperking van het aantal buitenlandse studenten. Landen als Canada, de Verenigde Staten en Australië tellen studenten niet als permanente immigranten, simpelweg omdat zij na hun studie terugkeren naar hun eigen land. Ondertussen is het Britse visumsysteem een volstrekte chaos, de toegangscontrole op Heathrow stelt nauwelijks iets voor en er liggen nog 300.000 onbehandelde aanvragen voor immigratie en politiek asiel.

Ineenstorting van nationaal zelfvertrouwen

De officiële doelstelling om de netto immigratiecijfers te verlagen tot enkele tienduizenden, zit vol tegenstellingen. Zo zou het aantal immigranten uit Brazilië of de Verenigde Staten moeten variëren al naar gelang het aantal Britten dat in de Spaanse zon van hun pensioen gaan genieten. En keren er bijvoorbeeld meer Poolse loodgieters huiswaarts, dan kan Groot-Brittannië dit compenseren door meer technici uit India toe te laten – en andersom.

Dit soort idiote gedachtekronkels verhullen echter een veel groter gevaar. Ooit was Groot-Brittannië de grootste voorvechter van het liberale, open internationale systeem. Maar nu stellen de Britten zich in internationaal verband op als verontwaardigd slachtoffer. Initiatieven om de Europese unie te verlaten en om immigranten de toegang te ontzeggen, duiden op een ineenstorting van het nationaal zelfvertrouwen. Daarbij kunnen de economische gevolgen catastrofaal zijn. Want waarom zou een weldenkende directeur uit pakweg China, India of Brazilië investeren in een land dat hem geen toegang biedt tot de EU, en dat zegt dat zijn eigen landgenoten onwelkome gasten zijn?

Groot-Brittannië wil dan misschien niet meer meedoen maar ondertussen draait de wereld gewoon door.

De voorgaande artikelen in de reeks artikelen over immigratie :

Malta kan vluchtelingenstroom niet aan

Het falen van het Zweedse integratiebeleid