Het Frans-Duitse partnerschap heeft een leidende rol gespeeld in de opbouw en eenwording van Europa na de Tweede Wereldoorlog. De beide landen hebben door het creëren van een eenheidsmarkt en -munt meer succes geboekt op het gebied van Europese integratie dan op dat van oorlog en diplomatie.

Maar met de huidige crisis in Oekraïne hebben Parijs en Berlijn door Rusland omvangrijke sancties op te leggen de Europese Unie wél tot een handelsblok met karakter weten te transformeren. Tegelijkertijd hebben de Duitse bondskanselier Merkel en de Franse president Hollande voortvarend gereageerd met een leiderschap, dat weinig gericht is op de lange termijn, om de EU te veranderen in een echte strategische macht die aansluit bij haar economische gewicht.

En toch zitten Frankrijk en Duitsland niet op dezelfde golflengte. Er is sprake van diepgewortelde asymmetrieën: terwijl Duitsland als militaire macht nog altijd geneigd is zich te verzetten tegen het sturen van troepen, is Frankrijk trots op zijn atoombommen en zijn talloze militaire expedities in Afrika.

Een doorslaggevende rol bij de sancties tegen Rusland

Er valt in dat opzicht een aanzienlijke vooruitgang te bespeuren, want Parijs en Berlijn spelen nu een doorslaggevende rol bij het vormgeven van de Europese reactie op Rusland, met name tegen de achtergrond van de crisis en de burgeroorlog in Oekraïne. De EU beschouwt de eenzijdige annexatie van de Krim en de steun aan de separatisten in Oost-Oekraïne als onaanvaardbaar en in strijd met de regels van de wereldorde na de Koude Oorlog.

De EU is erin geslaagd Rusland ingrijpende sancties op te leggen. Door deze sancties zijn grote Russische ondernemingen van de Europese financiële markten afgesneden, is de export van geavanceerde mijnbouw- en exploratie-apparatuur voor de zo belangrijke Russische aardolie- en gassector verboden, en zijn er diverse beperkingen ingesteld tegen een aantal Russische personen.

Maar het uiteindelijke doel in Oekraïne, namelijk een einde maken aan de opstand in het oosten en Rusland bewegen om afstand te doen van de Krim, is met de Europese sancties niet bereikt. Dat is niet verwonderlijk. Simpel gezegd: Moskou zal altijd meer om Oekraïne geven dan Brussel dat zal doen.

Bondskanselier Merkel en president Hollande hebben het initiatief genomen voor een ontmoeting met de Russische president Poetin en hebben zich opgeworpen als bemiddelaar met de Oekraïense president Porosjenko. Het Frans-Duitse koppel heeft ook succes geboekt door herhaaldelijk voor een beperkt staakt-het-vuren te pleiten, maar uiteindelijk gaat het conflict gewoon door. De afscheiding van de Krim lijkt onomkeerbaar te zijn, terwijl Oost-Oekraïne afstevent op een 'bevroren conflict' dat vergelijkbaar is met Transnistrië in Moldavië en Zuid-Ossetië in Georgië.

Richting een Europees leger?

Parijs en Berlijn mogen dan claimen dat zij aanzienlijke vooruitgang hebben geboekt door van de EU een 'macht' te maken in haar betrekkingen met Rusland, over het algemeen moet toch worden gesteld dat bondskanselier Merkel en president Hollande bij het transformeren van Europa tot een echte strategische speler weinig leiderschap hebben getoond.

Dit probleem hangt samen met soevereiniteit: het zijn de nationale hoofdsteden die over een mogelijke EU-missie beslissen; er is geen sprake van 'één Europese besluitvormer'. De regeringen houden liever vast aan hun nationale legers, als doel op zich en als wisselgeld dat zij hoofdzakelijk willen gebruiken in NAVO-verband. Dit biedt minder belangrijke Europese leiders de kans om met hoge officials uit Washington te paraderen, terwijl ze mogelijk ook de indrukwekkende Amerikaanse macht op het gebied van defensie, diplomatie en inlichtingen kunnen aanwenden of beïnvloeden.

Het lijdt geen twijfel dat er druk wordt uitgeoefend vóór verandering. Uit een opiniepeiling van Eurobarometer blijkt dat 46% van de EU-burgers achter het principe staat om een Europees leger op te richten. Goed opgeleide Europeanen zijn in toenemende mate 'Europees', dankzij de verspreiding van het Engels en de internationalisering van de cultuur door Amerikaanse tv-programma's, films en muziek, door zakendoen en het onderwijs.

Maar de druk vóór Europeanisering is te vaak negatief. De nationale regeringen – met name in Zuid- en Oost-Europa – worden beschouwd als dermate corrupt dat vervreemde jongeren gaan denken dat een Europese regering beter zou zijn.

Elke fundamentele verandering in de strategische macht van de EU – zoals de oprichting van een Europees leger of het opleggen van sancties bij meerderheid van stemmen en niet langer bij unanimiteit – vereist een wijziging van de Europese Verdragen in de richting van méér federalisme.

Vooral in Frankrijk zou de regering een dergelijke federalisering lastig aan het publiek kunnen verkopen, want daar geven zowel republikeinse als radicale politici de Europese integratie de schuld van moeilijke keuzes en impopulaire hervormingen.

Iedere 'sprong voorwaarts op het gebied van integratie' is ondenkbaar, zolang het euroscepticisme aan macht wint op de golven van de eurocrisis en zolang zo veel nationale regeringen impopulair blijven. Een duurzaam economisch herstel en een omslag in de publieke opinie zijn een noodzakelijke voorwaarde voor welke verandering dan ook. Of zoals de Fransen zouden zeggen: L’Europe puissance n’est pas pour demain. Het duurt nog wel even voor die Europese macht er is.

Dit artikel is vertaald door Nelleke Foppen uit het Frans.