Het gemeenschappelijke buitenlandse beleid van de Europese Unie heeft in de eerste grote storm al schipbreuk geleden. Pas toen duidelijk was geworden dat het Egyptische staatshoofd Hosni Moebarak daadwerkelijk was afgetreden, durfde de minister van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie, mevrouw Catherine Ashton, zich op het toneel te vertonen. Daarvóór had zij nog bot gevangen bij de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken, waarmee niet alleen zijzelf, maar de gehele Unie op haar nummer werd gezet.

Duitsland was Ashton een stap voor

Mevrouw Ashton moest het gezicht en het gewicht van Europa op het internationale toneel worden. Maar tijdens de crisis hield zij zich gedeisd, omdat de verschillende Europese lidstaten de rijen niet wisten te sluiten: enerzijds waren er de landen die de ervaring van 1989 in Oost-Europa nog vers in het geheugen hadden en de protesten op het Tahrirplein steunden, anderzijds waren er de landen die liever wilden afwachten wie zich zou ontpoppen als leider voor de periode na de betogingen. Haar voorgangster bij de Europese Commissie, Benita Ferrero-Waldner, was ten minste in staat om snel en in verschillende talen weinig te zeggen.

Met het bezoek van Ashton gisteren aan Tunis kan de erbarmelijke stilte van de Europese diplomatie niet worden rechtgezet, des te meer omdat de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Guido Westerwelle, haar een stap vóór was geweest. Hij was zaterdag al ter plaatse. Voor Duitsland en Frankrijk staat er heel wat op het spel: het gaat namelijk om hun economische en politieke betrekkingen. Ieder jaar gaf alleen Duitsland al 112 miljoen aan Egypte en Frankrijk 475 miljoen aan zijn voormalige koloniën, Algerije, Marokko en Tunesië. Dit was geen absoluut belangeloze economische hulp, want het geld droeg tevens bij aan de stabiliteit van de regimes in de regio. Daarom willen Berlijn en Parijs geen terrein prijsgeven aan Brussel. Zij zijn immers van oordeel dat hun eigen belangen in het geding zijn. Ook hieruit blijkt dat er niet veel vertrouwen bestaat in een gemeenschappelijk buitenlands beleid van de Europese Unie.

Het is meer dan een diplomatieke lakmoesproef

taz-15-02-2011Ondertussen komt de Unie voor nieuwe problemen te staan. Uit de toestroom van Tunesische vluchtelingen die de Middellandse Zee oversteken, blijkt dat hun verlangen naar vrijheid niet ophoudt bij hun landsgrenzen, maar zich ook in de richting van Europa beweegt. Net zoals Spanje en Griekenland roept Rome al jaren terecht dat de andere lidstaten van de Europese Unie de Italianen dit vluchtelingenprobleem moederziel alleen laten oplossen. Het is hoog tijd dat deze lasten door heel Europa worden gedeeld. Want tot dusver zijn de staten aan de zuidkant van Europa vanwege hun geografische ligging, waaraan zij niets kunnen doen, onevenredig hard getroffen. Het is een kwestie van solidariteit tussen alle Europese landen.

Ook moet dringend een antwoord worden gevonden op de vraag wat wij deze staten te bieden hebben. Het nabuurschapsbeleid van de Europese Unie of de Unie voor het Middellandse Zeegebied had tot nu toe de vorm en inhoud van een placebo, die in de plaats moet komen van lidmaatschap, in de volle wetenschap dat deze landen niet kunnen voldoen aan de criteria voor toetreding tot de EU. Komt het in Noord-Afrika en het Midden-Oosten echter tot een proces van democratisering, dan zullen de EU-lidstaten worden geconfronteerd met hun aanvraag tot toetreding. Deze landen bevinden zich in geografisch opzicht duidelijk in de onmiddellijke nabijheid van Europa. Het argument dat de status van lidstaat de democratische ontwikkeling ten goede kan komen, zal onherroepelijk naar voren worden gebracht, zoals in het geval van Turkije.

De EU is niet op deze vragen voorbereid. Met de injectie van 17 miljoen euro in Tunesië zal de stroom vluchtelingen niet worden ingedamd. De EU moet nadenken over de vraag welke perspectieven zij vooral jongeren in deze landen te bieden heeft. De oplossing van het vluchtelingenprobleem is meer dan een diplomatieke lakmoesproef. Anders is de EU medeschuldig aan een humanitaire ramp.