Met een plechtig glas champagne en het paspoort van de Hongaarse republiek in de hand ontving een twintigtal Csángó’s [een Hongaarse minderheid in Roemenië, red.] hun dubbele nationaliteit. Iedereen was gekleed in traditionele kledij, en de meesten hadden tranen in hun ogen. Dat ze emotioneel waren, wekt geen verbazing. Deze mensen komen uit de krochten van het verleden. En niet alleen vanwege de duizend kilometer die ze hebben moeten afleggen vanaf de regio waar ze al duizend jaar wonen, aan de Roemeens-Moldavische grens.

De wet van Orbán over het burgerschap is genereus: er is een clausule in opgenomen die het bij uitzondering mogelijk maakt terug te gaan in de Hongaarse geschiedenis van vóór 1918 om iemands afkomst aan te tonen. De Csángó’s hebben van deze uitzondering gebruik gemaakt: om te bewijzen dat ze Hongaarse wortels hebben, was het voldoende de namen van hun ouders en grootouders met een eenvoudig uittreksel uit het geboorteregister te laten zien.

"Brussel schrijft ons de wet niet voor"

Boedapest staat tolerant tegenover verre neven. Drie dagen voordat de Csángó’s hun nationaliteit kregen, was het de eer aan de Kroatische Hongaren, de Mohács, en daarvoor aan minderheden uit Vojvodina en Transsylvanië, uit Subotica, Cluj-Napoca en Csíkszereda. Ze zwoeren allemaal trouw aan hun nieuwe vaderland, Hongarije, en beloofden het te dienen en te verdedigen. Voordat de eerste Csángó’s de eed aflegden, richtte premier Viktor Orbán zich vanaf de trappen van het Nationale Museum tot een menigte van meer dan twintigduizend mensen: "Wij, Hongaren, hebben hier gezworen nooit meer slaven te zullen zijn".

Iedereen dacht aan de betekenis van deze woorden, die werden uitgesproken ter gelegenheid van de 163e verjaardag van de anti-Habsburgse revolutie: op 15 maart 1848 dwongen de leiders van de Hongaarse revolutie de keizerlijke gouverneur toe te geven aan twaalf eisen, waaronder persvrijheid en het afschaffen van de censuur.

"De eed van 15 maart geeft ons een verplichting. Het betekent dat iedere Hongaar iedere andere Hongaar zal verdedigen en dat wij gezamenlijk Hongarije zullen verdedigen." Orbán maakte uitstekend gebruik van de symboliek van maart: "Omdat we trouw bleven aan onze eed, hebben we het dictaat van Wenen van 1848 niet geaccepteerd en verzetten we ons tegen Moskou in 1956 en 1990. Tegenwoordig zullen we aan niemand toestaan ons de richtlijnen vanuit Brussel voor te schrijven.”

Een nieuwe naam, een nieuwe grondwet De dag voor deze toespraak van Orbán presenteerden de coalitiepartijen uit de regering een wetsvoorstel voor hervorming van de grondwet – die meteen al 'de Paasgrondwet' werd genoemd – waarmee de wedergeboorte van de Hongaarse natie gesymboliseerd lijkt te worden. De Hongaarse Republiek zal Hongarije gaan heten. Ondanks de ontzetting van de linkse oppositie, bevestigt de Fidesz-partij van Viktor Orbán dat deze grondwet niet het resultaat zal zijn van rijp beraad door alleen politici maar van dat van de hele natie. Een paar weken geleden ontvingen alle Hongaarse huishoudens een vragenlijst waarop ze hun menig mochten geven over twaalf kwesties (zoals: moet een tot levenslang veroordeelde misdadiger zijn hele straf uitzitten?).

Achthonderdduizend Hongaren zouden al gereageerd hebben, en hun antwoorden zouden in een recordtijd verwerkt moeten worden. Want de nieuwe grondwet zal midden april al door het parlement moeten worden goedgekeurd en natuurlijk op paasmaandag plechtig ondertekend worden door president Pál Schmitt.

Hongarije's buren zijn er niet gerust op

Dit zou allemaal een puur binnenlandse aangelegenheid kunnen zijn. Maar "een Hongarije dat, geleid door het ideaal van een Hongaarse natie, de verantwoordelijkheid voor alle Hongaren in het buitenland draagt" strekt zich ver buiten Boedapest uit. Ook de buurlanden zijn niet onverdeeld enthousiast over het verantwoordelijkheidsgevoel van Hongarije voor zijn landgenoten in den vreemde.

Deze nieuwe grondwet wordt gepresenteerd als die van de hele Hongaarse natie. Als gevolg daarvan zouden de vers genaturaliseerde Hongaren ook stemrecht moeten krijgen. Maar volgens sommige media bestaat daarover binnen de Fidesz-partij nog steeds onenigheid.

Het grondwetproject brengt ook het verouderde taalgebruik van het voormalige keizerrijk weer tot leven. Zo zou het Hooggerechtshof weer Curie moeten gaan heten. Nationalistisch, christelijk, imperialistisch, revolutionair: ziedaar de Paasgrondwet van Viktor Orbán.