De Roemeense president Traian Basescu heeft eind juni een strategisch bezoek gebracht aan de stad Tîrgu Mures in Transsylvanië. Transsylvanië is een centrale regio van Roemenië die midden in de Karpaten ligt en die de afgelopen 150 jaar een bewogen geschiedenis heeft gekend. Na het Oostenrijks-Hongaarse compromis uit 1867 werd Transsylvanië bij het Koninkrijk Hongarije ingelijfd. In de daaropvolgende jaren werd een beleid van gedwongen hongarisering gevoerd, dat tot conflicten leidde met andere bevolkingsgroepen. Na 1918 waren het de Roemenen die de heerschappij over Transsylvanië opeisten, hetgeen gewelddadigheden tegen de Hongaarse bevolking met zich meebracht. Gewelddadigheden die in 1990, vlak na de val van het bewind van Ceauşescu, opnieuw de kop opstaken in Tîrgu Mures. Talloze Hongaren moesten de stad verlaten, nadat vreedzame demonstraties voor meer autonomie voor hun regio waren uitgelopen op confrontaties met de Roemeense gemeenschap. Deze Roemenen zouden hiertoe zijn aangezet door nog actieve agenten van Securitate, de voormalige Roemeense geheime staatsveiligheidspolitie.

"Een schoolvoorbeeld van vreedzaam samenleven"

Ondanks deze ontwikkelingen heeft Tîrgu Mures nog altijd het grootste aantal Hongaars sprekende inwoners van Roemenië (70.000 mensen). We kunnen dus wel stellen dat de Roemeense president een historisch beladen plek had uitgekozen voor zijn bezoek, waarbij hij tegen de leden van de Hongaarse minderheid zei: "Ik ben bijzonder gesteld op jullie allen, op al deze Hongaarse burgers die in het bezit zijn van Roemeense identiteitskaarten en paspoorten." Daarna noemde hij de stad een "schoolvoorbeeld van het vreedzaam samenleven van verschillende bevolkingsgroepen".

In de ogen van de lokale politici van de Roemeense gemeenschap maakten de keuze voor de locatie en de inhoud van de speech deel uit van een slimme, berekenende actie van het Roemeense staatshoofd. Volgens hen probeert Basescu zich nu al te verzekeren van de steun van de Democratische Unie van Hongaren in Roemenië, met het oog op de presidentsverkiezingen van de komende winter. Daar komt bij dat de machtsverhoudingen in het buurland Hongarije beginnen te kantelen. De rechtse, nationalistische partij Fidesz, die geleid wordt door partijvoorzitter Viktor Orbán, krijgt meer aanhang en zal waarschijnlijk de komende parlementsverkiezingen winnen. Daarnaast is het aannemelijk dat ook de extreem-rechtse partij Jobbik deel zal gaan uitmaken van de regering in Boedapest. Beide partijen verwijzen in hun retoriek naar het vergeten Groot-Hongarije. Orbán heeft ook campagne gevoerd in Transsylvanië. Om zich tegen deze invloed te verweren legt Basescu nu zijn zogenaamde "liefdesverklaring" aan de Roemeense Hongaren af. De voorwaarde om "geliefd" te worden door het staatshoofd is echter dat men trouw zweert aan de Roemeense staat.

Een "opkomende roemenisering"

De Hongaarse minderheid bestaat uit 1,4 à 1,6 miljoen mensen, terwijl het totale aantal inwoners van Roemenië 22 miljoen bedraagt. Bijna de helft van de Hongaars sprekende inwoners van Transsylvanië – zo'n 700.000 mensen – behoort tot de minderheid der Siculen. Het is deze groep die momenteel het hardst om autonomie roept. Sfântu Gheorghe is de Roemeense naam van een stadje dat 62.000 inwoners telt. De bevolking van deze stad bestaat voor driekwart uit Hongaren. De belangrijkste verkeersader, de "Straat van 1 december 1918", dankt zijn naam aan de Roemeense nationale feestdag, de dag waarop Transsylvanië door Roemenië werd geannexeerd. Deze naamgeving wordt door de Hongaars sprekende meerderheid als een constante provocatie ervaren. Ook het standbeeld van de Roemeense volksheld Michaël de Dappere (Mihai Viteazul), dat een prominente plaats inneemt in de stad, is veel Hongaren een doorn in het oog.

Burgemeester Arpad Andras Antal, wiens naam zijn Hongaarse afkomst verraadt, maakt van zijn hart geen moordkuil. Voor de Hongaarse meerderheid van zijn stad is het gewoonweg niet te verdragen dat, bijvoorbeeld, de politie en de marechaussee uitsluitend Roemenen in dienst nemen die geen woord Hongaars spreken. Voor de Tweede Wereldoorlog was het nog gebruikelijk dat de inwoners van Transsylvanië drie talen beheersten: Roemeens, Duits en Hongaars. Antal benadrukt dat de Roemeense politici geschrokken zijn van het uiteenvallen van de communistische landen, zoals het voormalige Joegoslavië. Toch hopen de Siculen op autonomie, naar het voorbeeld van de autonome regio Trentino-Zuid-Tirol in Italië of Catalonië in Spanje. De Hongaren in Roemenië verwachtten veel van de Europese Unie. Maar zij werden teleurgesteld, omdat de EU het probleem van hun minderheid als een interne Roemeense kwestie beschouwt.

Antal constateert dat er sprake is van een "opkomende roemenisering". Volgens hem wordt de vestiging van Roemenen in de regio stelselmatig bevorderd en zijn er met name nieuwe kazernes gepland; dit alles met de bedoeling de Hongaarse minderheid te blijven inperken. Deze minderheid is de laatste tijd geradicaliseerd, aldus de jonge burgemeester. Onder de politieke vertegenwoordigers van de Hongaarse minderheid heeft een generatiewissel plaatsgevonden, en de jonge volksvertegenwoordigers schrikken er niet langer voor terug om radicale eisen te stellen.