In het licht van de afgelopen twee decennia zijn Estland, Letland en Litouwen de grote winnaars in dit succesverhaal. De Baltische staten zijn erin geslaagd zich te ontworstelen aan de invloedssfeer van de Sovjet-Unie, ondanks de moeilijke situatie na de crisis en de structurele uitdagingen waar ze wel mee aan de slag moeten, zoals corruptie, de invloed van belangengroepen, maar ook het gebrek aan concurrentie op alle niveaus. Het zijn geen postcommunistische landen, maar minder ontwikkelde westerse landen, die worden gekarakteriseerd door normen en waarden, clichés, problemen en zelfs door consumptiegewoonten die steeds meer gaan lijken op die van het Westen.

De economie van deze landen moest volledig worden hervormd en er moest een wetgevend apparaat worden opgezet dat niet alleen de politiek, maar ook het dagelijks leven en de samenleving in deze landen zou reguleren. Daar kwamen de eerste stappen op het terrein van buitenlands beleid nog bij, om de onafhankelijkheid in internationaal opzicht te verankeren en aansluiting te zoeken bij westerse instellingen. Een dergelijke metamorfose was nog niet eerder vertoond. Niemand had ervaring met zulke hervormingen, er heerste alleen de wil tot veranderen.

Litouwen is, in tegenstelling tot de zusterlanden, qua bevolkingssamenstelling homogener uit het Sovjettijdperk gekomen. Het land heeft bijna iedere inwoner de Litouwse nationaliteit verleend en daarmee het statuut van een verdeelde samenleving weten te vermijden. De Russen hanteerden deze verdeel-en-heerstactiek namelijk om ‘de rechten van de Russischtalige inwoners te verdedigen’, de democratische overwinning in Estland en Letland in diskrediet te brengen en zich te mengen in hun interne aangelegenheden.

Ook wel de 'Baltische tijgers' genoemd

Ondanks het feit dat de regeringen voortdurend van kleur wisselden, hebben de Baltische staten een zeer liberaal en kapitalistisch sociaaleconomisch beleid gevoerd, dat werd gekenmerkt door een ongehoorde hoeveelheid privatiseringen, die vaak controversieel waren.

Zelfs de linkse regeringen beweerden, als een soort rechtvaardiging, dat ze verplicht waren om de markteconomie te perfectioneren, een opvatting die door internationale instellingen werd ondersteund. Tegelijkertijd wilden ze het postcommunistisch erfgoed graag blijven beschermen.

Estland, Letland en Litouwen worden vanwege hun indrukwekkende economische prestaties ook wel de ‘Baltische tijgers’ genoemd. Deze regio vertoont zelfs na de jongste economische crisis een rap herstel. Anderzijds heeft de crisis de economische groei afgeremd en ook de stijgende werkloosheid, de forse emigratie en de corruptie zorgen voor een minder rooskleurig beeld van hun economische toekomst.

De overgang naar democratie viel samen met de economische metamorfose. Met het herwinnen van onafhankelijkheid moesten de landen de confrontatie aangaan met de nieuwe realiteit, zowel op politiek als op economisch vlak. Er doken al snel vele politieke heilsprofeten op, hoewel kiezers op enig moment teleurgesteld raakten en wegbleven. Niet allen vanwege deze heilsprofeten, maar ook vanwege de politieke partijen in het algemeen.

Europa beschouwd als nieuw el dorado

De Baltische staten werden om een aantal redenen ertoe gedreven om aansluiting te zoeken bij het Westen. Ten eerste hing de wens om de historische rechtspraak opnieuw in te stellen in de lucht. De gevolgen van de Russische bezetting en annexatie moesten ongedaan worden gemaakt. Na vijftig jaar kwam er een einde aan de afscheiding van de Baltische staten van Europa die in 1940 was begonnen.

Estland, Letland en Litouwen voelden daarna de behoefte om terug te keren naar hun oorspronkelijke bakermat, waar ze eerder al toe hadden behoord. Bovendien zorgde de toenadering tot organisaties die dezelfde normen en waarden voorstaan voor een sterker gevoel van veiligheid ten opzichte van het invloedrijke Rusland. Uiteindelijk werd de EU beschouwd als een nieuw el dorado, vanwege haar economische en sociale nuttige waarde.

De drie landen zijn in 2004 toegetreden tot de EU en de NAVO. Daarbij blijft hun integratie echter niet. De aansluiting bij het Schengengebied, de wens om Estland weer op orde te krijgen en de invoering van de euro worden beschouwd als een toenadering tot de kern van het continent, waardoor deze landen niet langer in de marge van een Europa van twee snelheden hoeven te blijven.

Geen Singapore van de Baltische Zee

Tegenwoordig zijn Estland, Letland en Litouwen nog altijd landen in de periferie van West-Europa: kleine lidstaten met weinig invloed. In hun buitenlands beleid zijn ze voornamelijk op zoek naar versterking van de trans-Atlantische relaties, naar het Oostelijk Partnerschap van de EU, het veiligstellen van hun energievoorziening, toenadering tot Scandinavische landen en de politieke beoordeling van recente gebeurtenissen.

De afgelopen 20 jaar kunnen worden beschouwd als een succesverhaal voor de Baltische staten. Ze hebben immers hun onafhankelijkheid en vrijheid herwonnen, de democratie hersteld en zowel de welvaart als de veiligheid van hun inwoners is gestegen. Estland, Letland en Litouwen zijn beslist geen Singapore van de Baltische Zee geworden, maar ze hebben toch een enorme prestatie geleverd met de overstap van een Sovjetsysteem naar een westerse, dynamische omgeving. Dat hebben ze al voor elkaar gebokst en daar blijft het waarschijnlijk niet bij.