Arcanques, Frans-Baskenland. Op een enorme kaart in zijn werkkamer wijst Arnauld d’Arcanques een voor een de holes aan die werden vernield. "Gelukkig viel de schade mee. We konden de gaten vrij gemakkelijk dichtgooien en hebben geen dag hoeven sluiten.” D’Arcanques is directeur van een golfbaan in Arcanques, een pittoresk Baskisch dorpje op tien kilometer van de beroemde badplaats Biarritz. Zijn familie legde de baan vijftien jaar geleden op het terrein van het château dat zij al meer dan negenhonderd jaar bewoont.

Begin deze zomer werden delen van de golfbaan door onbekenden vernield. Ook in drie andere plaatsen moesten golfbanen eraan geloven. Begin augustus werden de acties opgeëist door de Baskische afscheidingsbeweging Irrintzi – een zusterbeweging van de Eta. In verklaring met de titel "Baskenland is niet te koop", werden de golfbanen een "aantasting van de Baskische identiteit" genoemd. Volgens d’Arcanques gaat het om een minuscule groep mensen die door het merendeel van de Basken, inclusief hij zelf, wordt veracht. "Wij leven hier van toerisme, waarom zouden we de toeristen dan willen wegjagen?

Toerisme als "invasie" of "kolonisatie"

De leden van Irrintzi zien buitenlanders juist wel als een bedreiging. Met name het toerisme uit Engeland nam sinds de komst van een Britse lowcost vliegmaatschappij fors toe. In haar verklaring sprak Irrintzi in dat verband over een "invasie" en zelfs een "kolonisatie".

Anders dan de ETA in Spanje richtten de aanslagen van Baskische nationalisten aan Franse zijde zich niet op alle tegenstanders van de Baskische onafhankelijkheid, maar alleen op de toeristenindustrie. Diverse tweede huisjes werden opgeblazen en ook makelaarskantoren moesten het ontgelden. Eerder dit jaar werden Britse toeristen gewaarschuwd geen tweede huis in Baskenland te kopen.

Toch is juist dat wat Mark Bridges overweegt. De 46-jarige verkoopmanager uit Manchester zou "graag iets willen kopen", zegt hij met zijn racefiets in de hand. "Het is zo prachtig hier. En het weer is aangenaam.” De acties van Irrintzi keurt hij af, maar ’een beetje’ begrijpt hij de onvrede wel. "De huizenprijzen stijgen, dat leidt tot gevoelens van onmacht en frustratie” Bij Jolen (19) bijvoorbeeld. De jonge Bask, die niet met zijn achternaam in de krant wil, zegt dat de huren tijdens de zomermaanden zomaar kunnen verviervoudigen. "Ik woon nog thuis, maar vrienden van me die op kamers wonen kunnen dat niet opbrengen.” Jolen loopt stage bij Xiberoko Botza, een Baskische radiozender in het stadje Mauléon.

"Geen terroristen, maar gewapende strijders"

Hier kijken ze anders tegen de acties van Irrintzi aan. "Het is maar hoe je het bekijkt”, zegt Joznes Etxebarria (28) in de redactieruimte die bezaaid is met nummers van Berria, een in Spaans-Baskenland gevestigde krant. Extebarria volgde een journalistenopleiding in Parijs en werkt nu in vaste dienst bij de deels door de Franse overheid gefinancierde radiozender. "Ik zie ze niet als terroristen, maar als gewapende strijders”, zegt hij. "Ik zou zelf niet naar geweld grijpen, maar ik veroordeel het niet, want uiteindelijk strijden we voor hetzelfde doel: een onafhankelijk Baskenland.”

Voor Extebarria is niet het toerisme, maar de Franse staat nog steeds de grote vijand. Met goed bedoelde pogingen de Baskische taal en cultuur te redden, dreigt die haar volgens hem juist dood te knuffelen. "De staat geeft veel geld, maar de Baskische cultuur is een typische volkscultuur. Die folkloriseert als je hem kunstmatig levend probeert te houden.” Tegelijk erkent hij dat er nog maar heel weinig jongeren zijn die Baskisch willen leren. "Dat is heel teleurstellend, zeker nu daar eindelijk middelen voor zijn.”