Het oordeel van kredietbeoordelaar Standard & Poor's over Italië, niet geheel gespeend van politieke motieven, heeft expliciet betrekking op de internationale geloofwaardigheid van het land en de stabiliteit van zijn regering. Toch geloof ik dat deze kritiek vooral gebaseerd is op het feit dat Italië een periode van dalende groei doormaakt en dat er steeds hogere belastingen worden geheven om de schulden af te lossen. Jammer genoeg geeft dit recept aanleiding tot de verwachting dat de toekomst er nog somberder uitziet dan de huidige situatie.

Er bestaat trouwens een andere beoordeling, die nog veel belangrijker is: die van het land zelf. Het probleem dat zich in dit geval voordoet, is ongetwijfeld de premier. Berlusconi vertegenwoordigde voor vele Italianen de hoop op politieke stabiliteit en economische dynamiek. Nu is al die hoop vervlogen, bezweken onder een opeenhoping van beloften die niet werden nagekomen, tegenvallers, allerlei soorten schandalen, ongepast gedrag en een onthutsende onbezonnenheid.

Niemand is gebaat bij ondergang van zijn partij

Het einde van het tijdperk Berlusconi is nu het voornaamste probleem van Italië. Iedereen, zelfs de naaste vrienden van de premier, weet dat een tijdperk op zijn einde loopt en dat Berlusconi het toneel moet verlaten. Alleen weet nog niemand hoe we die bladzijde moeten omslaan. Sommigen koesteren de hoop dat het buitengewone en turbulente verhaal van Berlusconi eindigt voor de rechtbank, na afloop van een proces over corruptie, fraude of immoreel gedrag. Anderen wachten op een definitief bericht van president Giorgio Napolitano aan het Italiaanse parlement. Beide oplossingen zouden slechts een en hetzelfde effect hebben: hiermee zou de onmacht van de Italiaanse democratie aan het grote publiek worden getoond, de onbekwaamheid om deze kwestie met de juiste instrumenten binnen een democratie aan te pakken. Ja, Berlusconi moet weg, maar dan zonder de grondwet te overtreden en op een manier waarbij we van zijn politieke avontuur kunnen redden wat de moeite waard is om te behouden.

Ik denk dan vooral aan zijn partij. Niemand is gebaat bij de ondergang van een grote politieke partij, waarop een meerderheid van de Italianen tot drie keer toe heeft gestemd. Om een dergelijke ondergang te vermijden en om tenminste iets te doen waarmee zijn premierschap een indruk achterlaat, zou Berlusconi moeten aankondigen dat hij zich niet opnieuw kandidaat stelt als regeringsleider en dat er in het voorjaar van 2012 verkiezingen worden gehouden [in Italië worden parlementsverkiezingen altijd in het voorjaar gehouden, nvdr].

De publieke opinie weer een stem geven

De zeven tot acht maanden tot aan de volgende verkiezingen zouden in Italië dezelfde gevolgen kunnen hebben als we in Spanje hebben gezien. Daar besloot premier Zapatero af te zien van een derde mandaat en vervroegde verkiezingen uit te schrijven voor 20 november aanstaande. Dankzij deze strategie konden de socialistische meerderheid en de rechtse oppositie in een aantal kwesties in het nationaal belang nader tot elkaar komen en had de socialistische kandidaat, minister van Binnenlandse Zaken Alfredo Pérez Rubalcaba, voldoende tijd om zijn rol als partijleider te verstevigen.

Het besluit van Berlusconi zou een enorme opsteker voor Italië betekenen. Het zou zich in dat geval in de ogen van Europa en de wereld kunnen bewijzen als een land dat in staat is op een rationele manier zijn toekomst te organiseren, misschien zelfs door een betreurenswaardige kieswet te veranderen (hoewel ik me daarover maar geen al te grote illusies maak…). Italië zou daarmee de publieke opinie weer een stem geven, die nu niet veel meer kan doen dan haar woede en verontwaardiging uiten. Een dergelijk besluit zou politieke partijen voldoende tijd geven om zich voor te bereiden op de verkiezingen. Italië zou op die manier bovendien zijn staatburgers sterken in de overtuiging dat ze hun eigen problemen kunnen oplossen met behulp van de natuurlijke mechanismen binnen de democratie. Tot slot zou Berlusconi, overigens terecht, kunnen beweren dat deze verandering voor een deel ook zijn verdienste is.