Turkije komt er niet goed vanaf in de eindrapportage van de Europese Commissie over de vooruitgang door kandidaat-lidstaten die zich bij de EU willen aansluiten. Vooral op het gebied van individuele vrijheden en de persvrijheid doet het land het niet goed. Brussel heeft aan "Ankara gevraagd zo snel mogelijk een nieuwe grondwet aan te nemen om de problemen in het land op te lossen" en om de onderhandelingen over aansluiting bij de EU te hervatten, schrijft Zaman.

De toon die wordt gezet in het rapport, heeft in Turkije tot verbazing geleid: de Turkse minister van Europese Zaken Egemen Bağış sprak zelfs van "een grote teleurstelling", staat er in de Engelstalige versie van Hürriyet. De minister beschuldigt de huidige voorzitter van de EU, Cyprus, ervan invloed te hebben uitgeoefend op de inhoud van het rapport. Het vraagstuk over de verdeling van het eiland, waarvan het Noorden sinds 1974 wordt bezet door de Turken, is het grootste twistpunt tussen de EU en Turkije.

Ook Servië wordt de les gelezen in het rapport. EUobserver meent dat het land als "de grote verliezer" uit de bus is gekomen in de ogen van Brussel. Want hoewel Servië reeds kandidaat-lid is, voldoet het land nog steeds niet aan de voorwaarden om aan de onderhandelingen over toetreding tot de EU te beginnen. Brussel verzoekt de regering in Belgrado om de verhoudingen met Kosovo "duurzaam en zichtbaar" te verbeteren.

Kosovo zelf, Albanië en Macedonië "moeten doorgaan met hun inzet teneinde zich bij de EU te kunnen aansluiten", schrijft de Brusselse website. EUobserver schrijft ook dat Albanië slechts kandidaat-lid kan worden als het zijn juridische systeem hervormt, de georganiseerde misdaad beter aanpakt en de regels voor het functioneren van het parlement herziet.

Wat Macedonië betreft, vindt Brussel dat het land het geschil over het gebruik van de naam 'Macedonië' (ook een regio in Griekenland) met de Grieken moet oplossen. Voor Kosovo eindigt de Commissie met de conclusie dat er een "akkoord over aansluiting" is, hoewel een aantal EU-lidstaten de onafhankelijkheid van deze voormalig Servische provincie niet erkent.