Cover

“Europa krijgt zijn geld”, schrijft het Luxemburger Wort verheugd. Het Europees Parlement heeft op 19 november met 537 stemmen vóór en 126 tégen de EU-begroting voor 2014-2020 goedgekeurd. Het budget zal ten opzichte van de periode 2007-2013 met 38,2 miljard krimpen (3,5%).

“Voor de eerste keer is het Europese budget verkleind (financiële verplichtingen van maximaal 960 miljard euro, oftewel 908 miljard euro voor daadwerkelijke betalingen), maar is het takenpakket van Brussel uitgebreid”, merkt Les Echos op. Volgens het financieel-economische dagblad hebben de parlementariërs met hun stem “zich erbij neergelegd”. Want, zo constateert ook El País “na negen maanden van intensieve onderhandelingen” tussen de Europese instellingen en de lidstaten, heeft “de EU de eerste korting op haar begroting ooit, goedgekeurd”. Deze verlaging van 3,5 procent van het budget ten opzichte van dat voor 2007-2013 was “opgelegd” door de lidstaten, zo schrijft de krant:

Enkele jaren na de inname door de EU-landen van de bittere pil genaamd bezuinigingen, is ook de begroting van de EU niet aan deze trend ontsnapt. [Maar] achter de schermen van dit pact, verklaren alle deelnemers zich winnaar. Van de ene kant hebben de EU-leiders hun bereidheid getoond om de uitgaven in te perken. […] Van de andere kant houdt het parlement zich vast aan twee belangrijke voorwaarden die overeen zijn gekomen met de lidstaten: een grote flexibiliteit bij het toekennen van Europees fondsengeld, dat naar het volgende jaar mag worden overgeheveld of zelfs aan andere partijen mag worden toegekend indien het bedrag in het voorziene jaar niet is uitgegeven. [De tweede voorwaarde] is een mogelijke herziening van het budgettaire kader in 2016 waarbij rekening zal worden gehouden met eventuele veranderingen in de economische situatie.

Deze Europese begroting “is geen antwoord op de crisis”, betreurt Le Soir echter. In een interview met het Belgische dagblad zegt de econoom en directeur van de onafhankelijke denktank European Policy Centre, Fabian Zuleeg:

Het Europese budget blijft gebaseerd op de traditioneel twee grote posten (het gemeenschappelijke landbouwbeleid en het cohesiefonds). Dit is geen begroting die is opgesteld als antwoord op de crisis. We zouden hetzelfde budget hebben als er geen economische crisis zou zijn. [Echter] de begroting voor toekomstgerichte gebieden, vooral voor onderzoek, en voor de Europese netwerken is wel verhoogd. Dat lijkt marginaal, maar op de lange termijn zal dit voor een nieuw evenwicht van het budget zorgen.